Bijna-akkoord over EU-steun ACP-landen

LUXEMBURG, 23 JUNI. Frankrijk heeft goede hoop op de komende Europese top een crisis te voorkomen over het budget dat de Europese Unie de komende vijf jaar uittrekt voor de zogeheten ACP-landen - zeventig ontwikkelingslanden in Afrika, het Caraïbisch gebied en de regio van de Stille oceaan. Onverwacht kwamen de Europese ministers van buitenlandse zaken gisternacht na overleg in Luxemburg, tot een voorlopig compromis over de verdeling van 13,3 miljard ecu (28 miljard gulden).

De onenigheid over het geld voor de ACP-landen, waarover al maandenlang wordt getouwtrekt, dreigde een schaduw te werpen op de Europese top in Cannes. Maar commissievoorzitter Jacques Santer kon melden dat een akkoord binnen handbereik ligt. De Franse minister van Europese zaken, Michel Barnier, was iets voorzichtiger. Hij wees erop dat een aantal landen nog moeite heeft met de hoogte van het bedrag of met de verdeling over de lidstaten. “We zullen de komende dagen overleggen om te kijken of de laatste reserves voor Cannes kunnen worden weggenomen”, aldus Barnier.

Nederland en Italië hebben principiële bezwaren tegen het feit dat zij relatief hoger worden aangeslagen voor het ACP-ontwikkelingsfonds dan de andere landen. “Het gaat ons niet om de hoogte van het bedrag maar om gegeven dat we in verhouding tot ons BNP veel meer betalen dan de andere lidstaten”, aldus een Nederlandse diplomaat vanochtend.

Problemen zijn ook te verwachten met Duitsland. Bonn koppelt de financiering van het ACP-fonds aan de gelden die worden uitgetrokken voor landen in Oost-Europa. Duitsland wil de garantie dat de hulpstroom in oostelijke richting hoger blijft dan de sommen die worden uitgetrokken voor steun aan het Middellandse-Zeegebied. Frankrijk, voorzitter van de Europese Unie, heeft het afgelopen half jaar zwaar gelobbied voor de ACP-landen, waaronder een groot aantal van zijn voormalig koloniën.