Bij Pina Bausch is het niet gezellig

Tanztheater Wuppertal met 'Nelken' van Pina Bausch. Van 27 t/m 29/6 in Carré. Aanvang 20.15 u.

AMSTERDAM, 24 JUNI. Julie Stanzak, danseres bij Tanztheater Wuppertal, vraagt het met een gegeneerde giechel: of iemand van de pers eens aan Pina Bausch zou willen vragen of ze ook iets voelt, en zo ja wat, wanneer er dansers bij haar vertrekken. Want al werkt Stanzak al negen jaar met de choreografe samen, er is geen sprake van dat ze dat onderwerp zelf zou aansnijden. “We kunnen altijd met haar praten over een nieuwe produktie, maar eens gezellig koffiedrinken is uitgesloten.”

In 1986, na zeven jaar verbonden geweest te zijn aan Het Nationale Ballet, vertrok de van oorsprong Amerikaanse Stanzak naar Wuppertal. Inmiddels denkt ze erover het gezelschap van Bausch te verlaten. “Ik heb de afgelopen negen jaar absoluut geen privéleven gehad, in een sombere stad gewoond en met plezier bijna alles opgeofferd. Maar ik ben al 36 en moet nu aan mijn eigen toekomst denken. Ik geloof wel dat ze het vermoedt, maar ik heb het Pina nog niet ronduit durven zeggen. Want bij het Tanztheater gaat zelden iemand op een leuke manier weg. Altijd met spijt en het gevoel in de steek gelaten te worden. Je wordt niet bepaald uitgezwaaid door Pina. Het lijkt haar volkomen koud te laten wat er verder met je gebeurt, al mag je evengoed na een paar jaar weer terugkomen.”

Stanzak danste de afgelopen week in Carré in Das Frühlingsopfer (uit 1975), en treedt de komende week op in Nelken, dat uit 1982 stamt. “Das Frühlingsopfer is nog een echte choreografie. Een genot om te dansen, en doodvermoeiend met al dat draven door de turfmolm. Maar met Nelken, waarin Bausch veel meer ideeën heeft laten aandragen door de dansers, is het afmatten pas echt begonnen in slopende repetities die het juist zo fascinerend maken om met Bausch te werken.”

“In Nelken ben ik een timide vrouw met alleen een onderbroek en een accordeon aan, die wil spelen maar niet kan. Dat betekent niets, het is alleen in de voorstelling aanwezig als een mooi beeld dat je recht in je hart treft. Want het is echt, zoals alles wat je in Nelken ziet.”

Dat laatste is volgens Stanzak te danken aan de inbreng van de dansers. “Pina houdt zich bezig met wát ons beweegt, niet met hoe we ons bewegen. Tijdens de repetities wil ze werkelijk alles van je weten. Waarom drinken we wijn, bier of juist cola? Plassen we wel eens stiekem in het zwembad? Wat ze voor haar eigen verhaal kan gebruiken pikt ze in. How far do you wanna go is haar lijfspreuk: dat moeten we zelf beslissen, maar daarna confisqueert ze wat wij van onszelf blootgeven. En als we het daar vervolgens moeilijk mee hebben beschouwt ze dat als ons probleem.

In feite, zegt Stanzak grinnikend, is ze negen jaar lang vreselijk misbruikt door een vriendelijke soort vampier. “Wij dansers mogen met haar werken omdat ze vindt dat we een eigen persoonlijkheid hebben. Maar vervolgens verwacht ze dat we die volkomen offeren aan háár ideeën. Dat is de grote ironie van het Tanztheater. Maar ik heb er met plezier voor gekozen. Vooral waarschijnlijk omdat ze alles wat je geeft tot iets prachtigs omsmeedt: tot pure dans met een volstrekt oncontroleerbare, maar absolute waarheid die je zelf nog niet had ontdekt.

    • Margriet Oostveen