Zo hoor je dood te gaan; De clichégevoeligheid van Cindy Sherman

Cindy Sherman beschikt over een feilloos gevoel voor de cultuur en de clichés van een bepaald tijdperk, blijkt op de overzichtstentoonstelling van deze Amerikaanse kunstenares in Hamburg. “Hoe ze erin slaagt om met voorstellingen die louter sjablonen schijnen de aandacht vast te houden, is een raadsel.”

Cindy Sherman. Deichtorhallen, Deichtorplatz, Hamburg. T/m 29 juli. Di t/m zo 12-18u. De expositie reist daarna naar de Kunsthal in Malmö en het museum voor moderne kunst te Luzern.

Het oeuvre van de Amerikaanse kunstenares Cindy Sherman (Glen Ridge, New Jersey, 1954) doet soms denken aan een uitverkoop waarin alle clichés in de aanbieding zijn gedaan. De 114 fotowerken uit de periode 1975-1995 die geëxposeerd worden op haar overzichtstentoonstelling in de Hamburgse Deichtorhallen zijn óf portretten van vrouwen in stereotiepe rollen of voorstellingen waarin geweld en seks worden verbeeld op een wijze die afgekeken is van griezel- en pornofilms. Voor haar vrouwenportretten staat Sherman zelf model. Op de foto's poseert ze als huisvrouw bij een afdruiprek, als pin-up, als schoolgaand lachebekje, als de Maagd met het Jezuskind op de arm, als Judith met het - uit de feestwinkel afkomstige - afgesneden hoofd van Holofernes in de hand of als slachtoffer van een aanranding.

De vrouwen die Sherman verbeeldt, maken je vaak aan het lachen maar zelden aan het huilen. Hoe naargeestig de foto ook is waarop ze voor dood tussen de struiken ligt, het enige wat je raakt is de kwaliteit van de mise-en-scène. Zo hoort een in het bos vermoorde vrouw te worden aangetroffen! Liggend tussen de sterremossen en nog herkenbaar als de knappe verschijning die zij eens was en dus niet in een enge staat van ontbinding maar weer wel met vreemde, starende ogen en een besmeurd gezicht, waarop zich wazige rode en paarsblauwe plekken aftekenen.

Kenners van griezelfilms weten uit ervaring hoe kortstondig het effect van zelfs de meest bloedstollende scènes is. Maar wonderlijk genoeg houden die van Sherman je in hun greep. Hoe ze erin slaagt om met voorstellingen die louter sjablonen schijnen de aandacht vast te houden, is een raadsel. Of geldt de fascinatie in de eerste plaats de persoon Sherman, die immers naadloos samenvalt met haar kunst? Sinds ze haar eerste vrouwenportretten in 1979 in New York exposeerde, is er gespeculeerd over haar motieven om zich in steeds wisselende maar altijd geijkte vrouwenrollen te vereeuwigen. Feministen stelden vast dat haar kunst een kritische vraagstelling ten aanzien van het door de mannenmaatschappij gedecreteerde vrouwbeeld behelst. De interpretatie van de psychologen is al evenzeer een schot voor open doel. Een tot kunstvorm verheven uiting van een hysterische persoonlijkheid, luidt de analyse. Cindy Sherman, opgeleid in de fotografie en de schilderkunst, heeft zelf nooit veel ophef over de inhoud van haar kunst gemaakt. Ze vertelde ooit dat ze er als kind al van hield om zich te verkleden en dat ze daar als volwassene mee is doorgegaan. Ze ontdekte bovendien dat verkleedpartijen tegen sombere buien helpen. Dat was alles. Het was Shermans voormalige vriend, de kunstenaar Robert Longo, die haar in 1975 op het idee bracht om van haar hobby een kunst te maken.

Shermans herinnering aan de verkleedkist lijkt terug te voeren naar een fase in de jeugd waarin alles nog onbestemd is en verkleed rondlopen een magische gebeurtenis is. Door je als heks of prinses te verkleden, lijk je werkelijk te veranderen in degene die je voorstelt. Je valt samen met je fantasieën. Je kunt ook spelen dat je groot bent door te oefenen op je handtekening. De lus aan de hoofdletter G laat je wegzwieren als dat meisje met de witte kunstschaatsen op de ijsbaan. Op een dag ga je voor de spiegel zitten om je haar te veranderen. Je wilt op iemand anders lijken maar je weet nog niet op wie, dat moet je eerst uitvinden. Je doet je haar uit je gezicht, nee, dat staat veel te kattig, opgestoken haar staat weer zo tuttig, los haar maakt je gezicht veel liever, jammer dat het te steil is om het los te dragen, lang haar waarin slagen vallen zou je mooi staan, krullen, kastanjebruine krullen zijn mooi maar ook grappig, jammer nou dat je blond bent.

Cindy Sherman presenteert zich in haar kunst steeds opnieuw als onbestemd materiaal. Ze belicht zichzelf als de vrouw 'ohne Eigenschaften' die volledig invulbaar is. Ze doet het voorkomen alsof ze een leeg scherm is waarop ieder wensbeeld kan worden geprojecteerd. In haar dubbelrol als fotografe en model houdt ze de beeldregie intussen strak in de hand. Hoe geraffineerd ze te werk gaat, is goed te zien op haar vroegste fotowerken, de 'untitled film stills', zwart-wit foto's op klein formaat die ze tot 1980 heeft gemaakt. De voorstellingen zijn op zichzelf weinig spectaculair. Sherman fotografeert zichzelf terwijl ze in de spiegel kijkt, met een brief in de hand, terwijl ze een boek uit de kast pakt of tijdens het wachten op de trein. De laatstgenoemde foto, de enige die door iemand anders, namelijk Shermans vader, is gemaakt, toont haar als een verloren figuurtje in een nauwsluitende witte jurk op wankele naaldhakken op het zonovergoten, verlaten station van Flagstaff.

De geïsoleerde, stilstaande beelden op Shermans 'stills' zijn dermate suggestief dat zich in je hoofd een volledige film begint af te draaien. Een ervaring die niet eens persoonsgebonden is, andere beschouwers van Shermans stills blijkt hetzelfde te zijn overkomen. De foto Untitled Film Still, nr 21 toont een jonge vrouw van wie niet meer te zien dan het gezicht en een deel van de schouders, tegen een achtergrond van wolkenkrabbers. Op hetzelfde moment wordt in de huisbioscoop van het brein een theatrale rolprent uit de jaren vijftig geprojecteerd. Een meisje uit een Amerikaans middle-class milieu dat opgegroeid is op het platteland, is naar de grote stad getrokken. Ze heeft een baan op een kantoor gevonden en 's avonds zit ze in haar eentje op haar huurkamer. Haar paardestaart heeft ze laten afknippen om zich het moderne bopkapsel van de mannequins uit de modetijdschriften te laten aanmeten. Ook heeft ze nieuwe kleren gekocht, een witte bloes met een open halsje, een mantelpakje en een strooien dophoedje, dat haar onschuld op een kokette manier benadrukt. De glimmende, licht getinte lippestift die ze gebruikt, geeft haar kleine mond iets sensueels en de zwarte eye-liner doen haar ogen groter en mysterieuzer lijken. Groen als ze is, heeft ze nog geen notie van de trukendoos van vrouwenjagers die op avontuur uit zijn. Haar eerste liefde is dan ook op een desillusie uitgelopen. Haar wereldwijze blik is duidelijk aangeleerd en kan haar onzekerheid en kwetsbaarheid niet verhullen. Met weemoed denkt ze terug aan haar gelukkige kinderjaren en de zorgeloze vakanties die ze op de 'farm' van haar grootouders doorbracht. Maar ze is een doorzetster, ze zal niet uit de grote stad wegvluchten. 'Sadder and wiser' zal het dappere figuurtje haar weg tussen de hoge wolkenkrabbers van de stadsjungle weten te vinden. Einde van de film.

Sherman beschikt over een feilloos gevoel voor de cultuur en de cliché's van een bepaald tijdperk en met name voor de manier waarop die door de filmmakers zijn verbeeld. In de stills eigent ze zich als het ware de in die tijd heersende visuele opvattingen en zienswijzen toe. Haar ensceneringen zijn volledig doordacht. De omgeving waarin de voorstelling zich afspeelt, het camera-standpunt en de belichting zijn net zo uitgekiend als de gezichtsuitdrukking en lichaamshouding van de vrouwentypen die ze uitbeeldt. Het toeval wil dat Sherman het beeldende materiaal dat ze zelf belichaamt, in ieder opzicht mee heeft. Met haar onopvallende, regelmatige gezicht en normaal geproportioneerde gestalte is ze een welhaast neutrale verschijning die met behulp van kleding, pruiken en make-up ieder gewenst type moeiteloos kan neerzetten. Daar komt nog bij dat haar kameleontische capaciteiten de kwaliteit van metamorfosen hebben. Bij het zien van sommige van haar vrouwenportretten, vergeet je zelfs dat het Sherman zelf is die er voor poseerde.

Playboy

In 1980 begon Sherman in kleur te werken. Daardoor veranderde het karakter van haar werk ingrijpend. Ze zette de kleur in om de stemmingen van haar vrouwen te nuanceren of om er vervreemdingseffecten mee op te roepen. De nostalgie naar de betrekkelijke onschuld van de jaren vijftig die uit de stills spreekt, maakt plaats voor de actualiteit. Sherman speelt ditmaal leentjebuur bij de Playboy-fotografen en kijkt door hun ogen naar het verschijnsel vrouw. De aan de seksbladen ontleende zienswijze op een lustobject speelt ze uit tegen haar opvatting over de realiteit van het vrouwzijn. De fotografe Sherman laat het model Sherman niet echt uit de kleren gaan maar fotografeert haar veelal in liggende stand. De Rembrandtesk belichte vrouwfiguren op de fotowerken liggen snikkend op de matras, of met een blauw geslagen oog tussen de lakens, of wanhopig naar een telefoon te kijken. Als ze staan of zitten nemen ze vreemde posen aan waarbij ze wezenloos in de lens kijken.

Door de introductie van de kleur in haar werk ontdekte Sherman ook een nieuw werkterrein, het vrouwelijke en trouwens ook het mannelijke model in de schilderkunst. In de zogenaamde 'historische portretten' moet Sherman het hebben van haar parodistische vernuft. De kunstenares maakt het zich verder niet al te moeilijk. Haar historiestukken zijn veelal letterlijke imitaties van bijvoorbeeld een baadster van Ingres of de jeugdige Bacchus van Caravaggio. Ze imiteert een door Jean Fouquet omstreeks 1450 geschilderde voorstelling van Maria met één blote borst en het Jezuskind op de arm. Hiervoor meet Sherman zich dan wel een uit plastic vervaardige borst aan, hetgeen een tamelijk absurd beeld oplevert. Voor haar fotokopie van het geschilderde portret van de Florentijnse boeteprediker Savonarola zette ze een kunstneus op.

Het werken met uit kunststof vervaardigde borsten en neuzen zou nog een staartje krijgen. De catalogus van een in medische voorzieningen gespecialiseerd postorderbedrijf waarin Sherman de in kunststof uitgevoerde borsten ontdekte, bood ook voor anatomisch onderricht bestemde modellen van het menselijk lichaam aan. Uitgevoerd op ware grootte en met verwisselbare vrouwelijke en mannelijke genitaliën. Deze poppen zouden midden jaren tachtig Shermans fotowerken gaan bevolken.

Het model Sherman verdween daarmee niet volledig uit het beeld, maar liet zich wel steeds vaker vervangen door materiaal dat niet meer als onbestemd kan worden begrepen. Het is letterlijk levenloos. Sherman, die zich in haar fotowerken altijd met een zekere kuisheid had gepresenteerd, zette de poppen in om gruwelijke androgynen te verbeelden of harde SM-scenes. Haar foto's werden steeds meer nachtmerrieachtige fantasieën over seks, dood en verrotting. Op het nachtkastje bezijden het hoofd van een liggende pop die het mannelijk lid etaleert, ligt een hakbijl.

Sherman liet de poppen omstreeks 1990 op hun beurt ook weer uit het beeld verdwijnen. Ze maakte een reeks fotowerken die alleen nog de naargeestige sporen van de menselijke aanwezigheid tonen zoals daar zijn: verfomfaaide mantelpakjes, gebruikte condooms, as. Soms zien we Sherman weer even terug. Bijvoorbeeld in de gedaante van een in 'piercing' liefhebberende, goedmoedig ogende maar volledig mesjogge travestiet die met een gehandschoende hand het gebaar maakt van iemand die zich een kogel door de kop wil schieten. De beschouwer van deze fotowerken heeft het bluswater echter onder handbereik. Het is de kunstzinnige verbeelding van de werkelijkheid die Cindy Sherman onder ogen brengt. Hierin is op haar best in de filmstills. Als een bijna klassiek kunstenaar werkt ze met illusie. En desillusie.