Waarom heb je niet beter op me gepast?; Roman van Erich Hackl over een Dwaze Moeder in Uruguay

Erich Hackl: Sara und Simón. Uitg. Diogenes. 200 blz. Prijs: ƒ 44,80.

Het lijkt al zo lang geleden, de tijd van de junta's in Zuid-Amerika, van de Dwaze Moeders in Argentinië, van de appels uit Chili die je niet mocht eten als je progressief was en onbespoten. Erich Hackl brengt die tijd huiveringwekkend dichtbij. Zijn verhaal Sara und Simón begint op 19 augustus 1976. Op die dag vindt een inwoner van de Uruguayaanse hoofdstad Montevideo voor zijn deur een huilende baby.

Vondelingen appelleren aan het medegevoel van het publiek. Zal het kind goed terechtkomen? Zal het ontdekken wie z'n biologische ouders zijn? Nieuwsgierigheid en primitieve human interest drijven de lezer voort totdat de ontknoping in zicht is. Maar Sara, de moeder, en Simón, haar te vondeling gelegde zoon, vallen elkaar als het kind eenmaal groot is niet snikkend van blijdschap in de armen.

Sara und Simón had evengoed Sara ohne Simón kunnen heten: in het centrum van het gebeuren staat de moeder. Sara Mendez, een Uruguayaanse vluchtelinge, wordt in Buenos Aires ontvoerd, vlak na de geboorte van haar zoontje. Simón moet zij achterlaten in het leeggeplunderde huis en zelf verdwijnt ze in een lugubere kerker. Haar lotgenoten, politieke gevangenen net als zij, kan ze niet zien want haar hoofd zit dag en nacht in een licht- en geluiddempende zak. 'De eerste kamer', zo beschrijft Hackl het martelcentrum van de militaire machthebbers uit Uruguay, 'had een tafel vol wapens, dat was de wapenkamer. In de tweede kamer stonden twee stoelen, dat was de biechtkamer. In de derde kamer hing een loopwiel aan het plafond, plus strop, dat was de waarheidskamer.' De gruwelen in deze kerker overleeft Sara alleen omdat ze een doel voor ogen heeft: ze moet haar kind zien te vinden.

Maar als ze jaren later vrijkomt zijn de sporen van Simóns verdwijning zorgvuldig uitgewist. Zelfs na de val van de junta probeert men Sara te dwingen haar zoektocht naar de jongen te staken. Welzijnswerkers, rechters, politici en de nog altijd gevreesde hoge omes uit het leger: geen van hen heeft er belang bij dat het criminele verleden overhoop wordt gehaald. De meeste tegenwerking ondervindt Sara van Simóns vermoedelijke, met veel pijn en moeite getraceerde adoptiefouders. Beste mensen zijn het, simpele, eerlijke arbeiders en beslist geen fascisten. Ze houden alleen maar zielsveel van Gerardo, zoals zij de jongen noemen, en ze zijn doodsbenauwd dat het kind hun ontnomen wordt. 'Wie weet waartoe deze vrouw in staat is,' zeggen ze tegen elkaar over Sara. Tragisch genoeg wil ook Gerardo niks weten van 'die oude heks' die zijn rust zo hardnekkig verstoort.

Het is 1995 als Hackl zijn verhaal afbreekt. Sara's zoektocht heeft dan bijna twintig jaar geduurd en nog steeds heeft ze haar kind niet terug. Berusten zal zij pas wanneer men Simón als haar kind erkent, meldt de schrijver, en als om de uitzichtloosheid van haar onderneming te accentueren gaf hij zijn vertelling de ondertitel Eine endlose Geschichte. In een nawoord zegt de auteur dat hij het boek voor Sara's zoon heeft geschreven. Misschien, heel misschien leest de jongen het, in het Spaans natuurlijk, en wie weet is hij dan eindelijk bereid de vrouw die hem gebaard heeft te ontmoeten. Dan zou Sara eindelijk antwoord kunnen geven op de vragen van het kind die als levensgrote beschuldigingen door haar hoofd spoken. Het zijn de vragen: 'Waarom heb je me van je laten afpakken? Waarom heb je niet beter op me gepast?'

Erich Hackl vertelt een waargebeurd verhaal en dat doet hij met grote precisie. Feiten en nog eens feiten draagt hij aan, feiten waar niemand omheen kan. Toch deinst hij, ondanks zijn objectiverende en doorgaans broodnuchtere stijl, voor enige pathetiek niet terug. Van zijn Sara maakt hij een heldin, een monument, een toonbeeld van moed en rechtschapenheid. Sara heeft, lijkt het wel, de opdracht de lezer over te halen tot actie. Vrijheid en menselijke waardigheid zijn voor Erich Hackl geen vanzelfsprekende zaken. Ze moeten telkens worden bevochten, ook in het veilige Europa.

Zijn vorige vertelling, Abschied von Sidonie, speelde zich af in Hackls Oostenrijkse geboorteplaats Steyr. Nog geen zestig jaar geleden gebeurden daar net zulke afgrijselijke dingen als in de bananenrepubliek Uruguay. Ook in Afscheid van Sidonie wordt een baby te vondeling gelegd. Het is, anders dan Simón, geen roodharige jongen maar een schattig meisje met gitzwarte krullen. Omdat ze zigeunerbloed heeft vindt dat meisje later, nog vóór haar tiende verjaardag, de dood in een gaskamer van Auschwitz.

Dat de krachten van het Goede het in Hackls werk steevast afleggen tegen die van het Kwaad is hier geen teken van resignatie. De auteur wil daarmee juist verontwaardiging wekken en met zijn intenties komt hij een heel eind omdat hij zo goed kan vertellen. Ouderwets goed, in de trant van de klassieke romanticus Heinrich von Kleist. Vanaf zijn debuut Auroras Anlass uit 1987 modelleerde Hackl zijn boeken naar Kleists meesterlijke novelle Die Marquise von O.... De vorm is die van de kroniek, de toon die van de welgebouwde, soms wat al te streng-plechtstatige volzin. Steeds gaat het over buitengewone mensen en steeds is het uitgangspunt een ongehoorde gebeurtenis, een unerhörtes Erlebnis zoas Von Kleist dat noemde.

Hackl (1954), wiens boeken ook buiten Oostenrijk veel worden gelezen, weet heel goed hoe je het publiek kunt manipuleren. Hij geeft de lezer geen ruimte om zelf zijn oordeel te vormen, hij dwingt je zijn kant te kiezen. Die kant is het linkse milieu dat hij ondanks de recentelijke 'triomf van rechts' altijd trouw is gebleven. Met een koppigheid die we in zijn heldinnen herkennen, nu weer in Sara, die aan alle kanten slechts op onbegrip stuit.