Van Thijn adviseerde over strategie; 'Strijd tegen racisme is core-business EU'

Volgende week komt op de Europese top een rapport aan de orde over een Europese aanpak ter bestrijding van racisme en xenofobie. Oud-minister Van Thijn was een van de opstellers.

ZUTPHEN, 23 JUNI. “Het is van groot belang dat Europa niet alleen een centenkwestie is, van tomaten en een paar honderd bureaucratische verordeningen, maar ook van beginselen: tolerantie en anti-discrimatie.” Euro-scepsis is aan oud-minister Van Thijn niet besteed. Hij gelooft dat de Europese Unie een wezenlijke rol te vervullen heeft bij de bestrijding van vreemdelingenhaat. Hij noemt die zelfs “de core-business van Europa”.

Vorig jaar werd Van Thijn gevraagd toe te treden tot een commissie van Europese deskundigen. Op verzoek van de toenmalige Duitse en Franse leiders Kohl en Mitterand ging die na of er een Europese strategie tegen racisme en vreemdelingenangst te ontwerpen valt. Het toenemend aantal racistische incidenten in beide landen vormde de aanleiding tot de instelling van de commissie.

Uw belangrijkste aanbeveling is dat het Europees Verdrag zo wordt veranderd dat racismebestrijding een 'uitdrukkelijke competentie van de Europese Unie' wordt. Wat betekent dat?

“Als je racismebestrijding aan de nationale lidstaten overlaat, kom je terecht in een warwinkel van wet- en regelgeving, die bovendien in het ene land beter wordt gehandhaafd dan in het andere. Als racismebestrijding erkend wordt als onderdeel van het Europees Gemeenschapsrecht kan het Europese Hof van Justitie een veel actievere rol gaan spelen bij de harmonisatie van de nationale wetgeving op dit gebied. Het Hof heeft eerder heel succesvol seksediscriminatie in de nationale wetgeving bestreden. Waarom zou het niet even succesvol kunnen zijn bij de bestrijding van rassendiscriminatie?”

In eerdere rapporten werd geconstateerd dat in Nederland niet zozeer racistisch geweld het probleem vormt alswel de integratie van allochtonen in de arbeidsmarkt. Doet uw rapport relevante aanbevelingen op dit terrein?

“We stellen voor dat er veel meer geld uit Europese fondsen naar grootstedelijke gebieden gaat. Daarmee kan de werkgelegenheid in de binnensteden waar veel etnische spanningen bestaan, worden vergroot. Verder doen we naar Angelsaksisch voorbeeld aanbevelingen over het klachtrecht voor werknemers die zich gediscrimineerd voelen. Wij stellen daarbij een omgekeerde bewijslast voor, waarbij werkgevers in een zaak die door een werknemer bij een tribunaal of gerechtshof wordt aangebracht, moeten aantonen dat er nìet is gediscrimineerd. Als ik werkgever was zou ik niet weten wat ik liever had: zo'n klachtrecht-procedure waarbij het risico aanwezig is dat je publiekelijk aan de schandpaal wordt genageld, of de huidige registratiewet voor allochtonen waartegen werkgevers te hoop lopen.”

Waarom is het voorstel van uw oud-collega d'Ancona niet opgenomen om een gedragscode voor politici te ontwerpen?

“Het is moeilijk om het gesundes Volksempfinden in een gedragscode vast te leggen. Wat voor gedragingen leg je wel en niet vast? Hoe dwing je de code af zonder in het grote goed van de onschendbaarheid van de parlementariër te treden? Er zaten teveel juristen in onze commissie om dat soort bezwaren te negeren. Nee, het vreemdelingendebat moet inzet zijn van politieke strijd, waarbij het erom gaat dat politici hun educatieve plicht doen.”

In hoeverre verschilt dit rapport van eerdere Europese rapporten over racisme-bestrijding?

“De status van de commissie was zonder precedent: ingesteld door de regeringsleiders, en zonder last of ruggespraak weer adviserend aan diezelfde regeringsleiders. Daardoor hebben we standpunten kunnen innemen die in nationale politieke of ambtelijke commissies ondenkbaar waren. Diezelfde commissies zijn nu druk bezig in hun reactie op onze aanbevelingen keurig gas terug te nemen, maar we hopen dat in Cannes de regeringsleiders onze aanbevelingen serieus zullen nemen.”