Transcultureel begeleiden

In bestuurlijke kringen van de Universiteit van Amsterdam wordt het betreurd dat zoveel medewerkers academisch gevormd zijn. Men beschouwt dat als een belemmering voor het beoogde beleid. Dat beleid is er namelijk op gericht dat de personeelssamenstelling van de universiteit een afspiegeling vormt van de bevolkingssamenstelling van de regio Amsterdam. Academici zijn aan de universiteit oververtegenwoordigd. Slechts drie procent van de allochtonen heeft een academische graad en die academici komen eventueel in aanmerking om aan de universiteit te gaan werken. Maar dan ben je er nog niet, want als je rekening houdt met de bevolkingssamenstelling hebben allochtonen recht op een veel groter aandeel in het wetenschappelijk personeel dan met drie procent ooit wordt bereikt. Wat nu te doen? Je kunt het aantal academici terugbrengen tot het absolute minimum en dan kan het allochtone aandeel daarin toenemen of je kunt de dingen even op hun beloop laten, maar dat is natuurlijk niets voor een progressief bestuur. In 1991 heeft de universiteit het besluit 'Maatregelen Ethnische Minderheden' genomen en daarmee was zij dus de regering drie jaar voor, die pas in 1994 een wet ter bevordering van evenredige arbeidsdeelname van allochtonen aannam.

Je zou denken dat een universitair bestuur zich moet beperken tot de behartiging van wetenschappelijk onderwijs en onderzoek. Maar dat is niet zo. De universiteit moet in het volle leven staan. Die ambitie heeft zij altijd gehad. Ten tijde van de Vietnam-oorlog maakte mijn faculteit formatie vrij om het secretariaat van de 'Speelgoedaktie voor Hanoi' te bemannen of te bevrouwen. En nu wil de universiteit dus een afspiegeling zijn van de bevolkingssamenstelling. In de wetenschap is dat heel lastig, omdat men zich gewend heeft aan de traditie op elke post alleen de beste te benoemen en als bij navraag blijkt dat alle oogheelkundigen Chinees zijn, zal dat de ware liefhebber van de wetenschap eerlijk gezegd worst wezen. Maar dat wordt nu beschouwd als een ongewenste situatie. Afspiegeling van de regio is het parool. Wetenschap is van nature internationaal en daarom is een regionale ambitie eigenlijk een beetje gek, nog afgezien van de vraag hoe groot die regio mag zijn.

Het personeel van de universiteit moet nu opgeven waar het geboren is. En tevens waar beide ouders geboren zijn. Op die manier krijg je inzicht in de omvang van de allochtone doelgroep die de universiteit hoopt te bereiken. Niet elke allochtoon is daarbij evenveel waard. Het gaat bij voorkeur om mensen uit Suriname, Aruba, de Nederlandse Antillen, Turkije, Marokko, Vietnam, voormalig Joegoslavië, Somalië, Ethiopië, Iran en Irak. Heb je toevallig een Duitser, Amerikaan of Indonesiër in je vakgroep dan telt dat niet zwaar. De universiteit deelt haar werknemers mee dat deze landenlijst geldt tot 1 juli 1996. Daarna kan het weer heel anders zijn: heb je net een Somaliër aangesteld, blijkt het na 1 juli 1996 toch een Hongkong-Chinees te moeten zijn geweest.

Er zijn dus nogal wat problemen. Heb ik bijvoorbeeld wel het recht het geboorteland van mijn vader of mijn moeder te vertellen, als zij dat zelf niet willen? Moet ik erbij zeggen dat ik weliswaar in Paramaribo ben geboren, maar dat mijn vader een soort autochtone kaashandelaar was, die daar niet meer deed dan onze export bevorderen? De universiteit laat haar medewerkers weten: 'Is de naam van het geboorteland niet te achterhalen of onbekend, dan vult u onbekend in.' Maar is het percentage medewerkers dat onbekend moet invullen regionaal gezien niet veel te hoog? Moet dat binnen de afspiegelingsfilosofie niet omlaag? En ben ik als Surinamer eigenlijk wel allochtoon? Is die hele afspiegeling geen vreselijke onzin? Een bejaardenhuis in Amsterdam kampt met het probleem dat de personeelsbezetting niet helemaal een afspiegeling is van de beroepsbevolking, omdat veel Turken en Marokkanen moeite hebben met het wassen van mannelijke geslachtsdelen. In de prostitutie is het aandeel van autochtone vrouwen weer te laag en in de illegale Turkse naai-ateliers werken naar verhouding te veel Turken.

De universiteit is ook een cursus 'transcultureel begeleiden' begonnen. Voor bazen van allochtone werknemers en studenten, zoals zij dat zelf omschrijft. 'Ja, in uw land is het misschien de gewoonte op te staan als de professor binnenkomt; maar weet wel dat de autochtone student gewend is door te gaan met waar hij mee bezig was: de krant lezen of uitslapen. Het gaat om verdraagzaamheid, zoals de koningin en de premier al hebben gezegd. Dat maakt de colleges ook zo spannend: kan de docent de vereiste graad van tolerantie opbrengen in zijn multiculturele klasje.' Ik denk dat die cursus binnenkort verplicht wordt. Voor de hele regio.