Titel Sokolov na finale als een jongensboek

AMSTERDAM, 23 JUNI. Nog half verdoofd van de meeslepende en slopende ontknoping van het Nederlands schaakkampioenschap liet Ivan Sokolov de benauwde remise die hem de titel bracht voor zijn geestesoog passeren. “Ik moest zeker twintig zetten lang proberen te voorkomen dat ik onmiddellijk zou verliezen. Na vijftien zetten stond ik al verloren en kon ik alleen maar proberen mijn huid zo duur mogelijk te verkopen.”

Even verderop stond Jeroen Piket al even uitgeteld voor zich uit te staren. Versuft probeerde hij een verbetering van zijn laatste fout door te rekenen. De laatste gelegenheid van vele die hem de winst hadden kunnen brengen. Halverwege stopte hij. Wat had het voor zin? Waarom dit moment als er zoveel andere waren? Sokolov, de nieuwe kampioen, kon de verwondering nog niet van zich afschudden. “Ik verwachtte dat het een partij zou worden die pas voorbij zou zijn als we allebei alleen nog onze koning zouden hebben. Maar dit? Hoe vaak kon hij niet minimaal een gezonde pion winnen?”

Een finale als een jongensboek was het. Alsof ze bezweken voor een weldadige vorm van goedkope symboliek ruimden de overige deelnemers na zo'n vier uur spelen het veld en lieten de speelzaal aan de twee spelers die zich van start tot finish een klasse apart hadden getoond. Sokolov als altijd met de donkere, bewolkte blik onder de borstelige wenkbrauwen. Piket lichtelijk rood aangelopen ten teken dat zijn stelling veelbelovend was. Erg veelbelovend zelfs. Pikets overwicht na de opening was zo onmiskenbaar dat talloze grijpgrage vingers in De Balie enthousiast aan het combineren sloegen.

Ook het eindspel waarin hij vervolgens terecht kwam, stond nog zo mooi dat de pionnen lachend naar voren werden gespeeld. In de perskamer verzamelde zich een leergierig groepje rond Jan Timman die met kennis van zaken niet alleen de winstwegen voor Piket liet zien, maar ook talloze varianten die duidelijk maakten dat zwart niet geheel hulpeloos was. Maar gewonnen bleef het natuurlijk. De definitieve domper kwam pas na ruim zes uur spelen. Ongelovig keken Timmans toehoorders naar de 73ste zet van Piket. Hopend op een hoger inzicht trokken ze de varianten na die op het eerste gezicht naar remise moesten leiden. Weinig later begrepen ze maar al te goed waarom de bomvolle zaal in drommen naar buiten sukkelde.

Piket zocht even de frisse lucht op, terwijl Sokolov van zijn traditionele glaasje bitter lemon nipte waarmee hij steevast op krachten komt voordat hij overschakelt op bier. Moe, verbijsterd, maar voldaan concludeerde hij dat het hem al een half jaar voor de wind gaat. Een zilveren medaille met Bosnië op de Olympiade, een tweede plaats in het open toernooi in Wijk aan Zee, winst in Ter Apel en Malmö en nu ook nog Nederlands kampioen met een superscore. Met een gerust hart kan hij naar de Faer⊘er vertrekken voor een welverdiende visvakantie.

De basis voor zijn triomf legde Sokolov met zijn verbluffende start van zes uit zes, nauwelijks twee dagen nadat hij in Malmö een reeksje van vier uit vier had afgesloten. “Ik bleef gewoon spelen en zoeken naar scherpe stellingen zonder remises te overwegen. Ik was niet bang dat die reeks onderbroken zou worden door een remise, maar wel dat ik een partij zou verliezen. Er zijn wel meer mensen geweest die in zo'n situatie hun gevoel voor gevaar kwijtraakten.”

Meer nog dan met zijn titel leek Sokolov tevreden met het gelijkmatige niveau van zijn optreden in Amsterdam. “Van tijd tot tijd heb ik altijd weer een periode dat het minder gaat. Ik ben niet zo'n stabiel type. Net zoals ik niet lang op een en dezelfde plaats kan zijn.” Sokolovs uitleg over zijn gebrek aan stabiliteit riep het beeld in herinnering van de opening van het kampioenschap en zijn binnenkomst, rechtstreeks van Schiphol, vlak nadat zijn startnummer was getrokken.

Zijn klacht deed vreemd aan na het heroïsche verzet waarmee hij zojuist een half punt uit het vuur had gesleept. Toch is het een begrijpelijke overpeinzing van een jongeman wiens leven enkele jaren geleden in de war werd geschopt. “Zo is het nu eenmaal gelopen. Ik werd in Bosnië geboren en toen kregen we die verdomde oorlog en moest ik weg. Ik vestigde me in Nederland, maar trouwde met een Canadese. Dat allemaal samen dwingt me om rusteloos te zijn.”

Sokolovs vrouw woont nog steeds in Canada. Zijn ouders zijn tot zijn grote opluchting inmiddels beiden weg uit Sarajevo. Over de ellende in zijn geboortestad wil hij eigenlijk zo min mogelijk zeggen. “Ik ben er een beetje immuun voor geworden. Er wordt een paar maanden gevochten, dan is er weer een staakt-het-vuren, dan sterven er weer vijftig mensen. Het is geen nieuws meer.” Zijn enige wens is dat er een einde komt aan de verschrikkingen. Schuldvragen interesseren hem allang niet meer, maar bevreesd om door welke partij dan ook ingelijfd te worden onthoudt hij zich liever van commentaar.

Of hij bij een volgende landenwedstrijd weer voor Bosnië uit zal komen, weet hij niet. In ieder geval zal hij ondanks zijn kampioenstitel voorlopig ook niet voor Nederland spelen. In de eerste plaats omdat het nog niet kan. “Ik probeer er erg pragmatisch naar te kijken, als een schaker. Je bekijkt een mogelijkheid wanneer zij zich voordoet. Ik kan nu toch niet voor het Nederlandse team spelen, omdat ik hier nog niet lang genoeg woon. Daar kan ik over een jaar of drie altijd nog over na gaan denken.”