Tekst van artikel 117 in Russische grondwet

Artikel 117 van de Russische grondwet regelt de gang van zaken bij een motie van wantrouwen tegen de regering. Voor de huidige crisis zijn vooral de punten 3 en 4 van belang.

Artikel 117

1. De regering van de Russische Federatie kan haar ontslag aanbieden, dat door de president van de Russische Federatie al of niet wordt aanvaard.

2. De president van de Russische Federatie kan een beslissing tot het ontslag van de regering van de Russische Federatie nemen.

3. De Staatsdoema kan uitdrukking geven aan haar wantrouwen in de regering van de Russische Federatie. Een verordening over het wantrouwen in de Regering van de Russische Federatie wordt met een meerderheid van stemmen van het totale aantal afgevaardigden van de Staatsdoema aangenomen. Nadat de Staatsdoema uitdrukking aan haar wantrouwen in de regering van de Russische Federatie heeft gegeven, heeft de president van de Russische Federatie het recht te verklaren dat de regering van de Russische Federatie ontslagen is, of niet met het besluit van de Staatsdoema in te stemmen. Als de Staatsdoema binnen drie maanden voor de tweede maal uiting geeft aan haar wantrouwen in de regering van de Russische Federatie, verklaart de president van de Russische Federatie de regering voor ontslagen of ontbindt hij de Staatsdoema.

4. De voorzitter van de regering van de Russische Federatie kan in de Staatsdoema de vraag aanhangig maken aangaande het vertrouwen in de regering van de Russische Federatie. Indien de Staatsdoema haar vertrouwen weigert, neemt de president binnen zeven dagen een besluit over het ontslag van de regering of over het ontbinden van de Staatsdoema en de uitschrijving van nieuwe verkiezingen.

5. In geval van ontslag of het neerleggen van de bevoegdheid blijft de regering van de Russische Federatie in opdracht van de president van de Russische Federatie in functie tot de vorming van een nieuwe regering van de Russische Federatie.