Stadhuis ruziet om 'juffrouw Ooievaar'

ZAANSTAD, 23 JUNI. Eergisteren heeft Cees Roozemond een smerig karweitje opgeknapt. Alle verslagen van de gesprekken die hij heeft gevoerd met ambtenaren en bestuurders op het stadhuis van Zaanstad heeft-ie door de versnipperaar geduwd. Wat hem betreft komt niemand anders ooit te weten dat “Pietje Klaas een hufter vindt” en “Klaas Pietje een rotzak noemt” - want op dat niveau hadden de meeste gesprekken zich afgespeeld. De Zaanse burgemeester J. Bruinsma vond gisteren het wel openbare eindrapport al “onsmakelijk” genoeg, maar ze prees de rapporteur voor de doortastende wijze waarop hij het onderzoek heeft aangepakt.

In april werd Roozemond, oud-burgemeester van Alkmaar en ervaren interim-burgemeester in tijdelijk rommelende gemeenten als Smallingerland en Almere, als onafhankelijk onderzoeker binnengehaald in Zaanstad. Hij moest onderzoeken of er nog iets viel te redden in de verhoudingen tussen bestuur en ambtenaren, tussen bestuurders onderling en tussen ambtenaren onderling. Aanleiding was de ruzie tussen burgemeester en de vertrekkend korpschef, die er volgens haar “geen hout van” kon.

Als we de ambtenaren en bestuurders mogen geloven die in het rapport en in het fluistercircuit aan het woord komen, is dit een typerende uitspraak van burgemeester Bruinsma, die in dat verband ook wel 'juffrouw Ooievaar' wordt genoemd. Ze is hard en kritisch, daar zijn vriend en vijand het over eens. Alleen vinden de vrienden haar verder “een loyale, harde werker” en zeggen vijanden dat ze een verdeel- en heerspolitiek heeft gevoerd.

De gangen van het fonkelnieuwe, vierkante gemeentehuis moeten de laatste jaren hebben gegonsd van de 'onsmakelijke' kwalificaties over en weer. Ambtenaren, zo staat in het rapport, die hun kamer in het 'bestuurslaantje' hebben (waar ook de wethouders werken) zouden zijn gewaarschuwd dat ze maar beter niet aardig konden doen tegen deze burgemeester; als zij vertrekt, zouden die “de rekening gepresenteerd kunnen krijgen”.

Zeker is dat Bruinsma een strakkere, meer formele bestuursstijl hanteert dan haar voorganger, H. Ouwerkerk, de huidige burgemeester van Groningen. In Zaanstad trof zij, naar haar zeggen, allerlei 'circuitjes' aan waarin afspraken werden gemaakt en naar hartelust werd geroddeld. In deze sfeer moeten de verhalen worden gezien dat zij haar bodes afsnauwt en een chauffeur uit de auto heeft gezet en met de trein naar Zaanstad liet terugkeren. Allemaal roddelpraat, concludeert Roozemond - maar die heeft in het rapport de visie van de burgemeester onevenredig vaak overgenomen, vonden verschillende fracties gisteren.

De kern van de ruzie ligt in de verhouding tussen de burgemeester en gemeentesecretaris J. de Wildt. Volgens Bruinsma heeft de secretaris vanaf de dag dat ze aantrad, in 1991, geprobeerd haar in een kwaad daglicht te stellen. De Wildt geeft dat toe. Hij wilde van zijn hart geen moordkuil maken en dus vertelde hij in de kring van secretarissen enkele maanden na haar aantreden, dat Bruinsma het in Zaanstad niet zou redden.

Omgekeerd kon Bruinsma de secretaris, die onder de vorige burgemeester gewend was geraakt aan een positie die niet veel verschilde van die van de wethouders, genadeloos afmaken. Hij mocht nauwelijks nog een mond opendoen tijdens de collegeveragderingen. CDA-fractievoorzitter A. Brinkman vertelde gisteren in de raad dat hij getuige was geweest van een verzoeningspoging tussen Bruinsma en De Wildt, enkele jaren geleden. Halverwege het “bezinningsgesprek” liep de secretaris de kamer uit. “Logisch”, zei Brinkman gisteren. “Als je zó als nul wordt gekwalificeerd waar anderen bij zijn.”

De scheidslijn tussen burgemeester en secretaris liep dwars door het college, dwars door de politieke partijen en dwars door de ambtelijke top, zo onthult het rapport. In het college zijn de VVD-wethouders Bruinsma's “gekoesterde en verwende” lievelingetjes, aldus de gemeentesecretaris. Tegen haar PvdA-partijgenoten is ze alleen aardig “omdat zij hen nodig heeft” en D66 beschouwt zij als afgeschreven”.

Als stenen beelden zaten de leden van het college te luisteren naar de raadsleden en pas toen bleek dat een motie van wantrouwen tegen de burgemeester alleen steun zou krijgen van de politiek ongevaarlijke, lokale partij ZOG en van het CDA, ontspande men een beetje en koos een enkele wethouder zelfs de aanval.

De publieke tribune zat 's middags vol ambtenaren; 's avonds, toen het politieke vuur al was gedoofd, bleef nog een enkeling in de zaal. Onder hen brandweercommandant R. Rasch, wiens verhouding met de burgemeester al even koel is als die van de politiechef en de gemeentesecretaris. Hij haalde na afloop zijn schouders op en vond dit “een wijs besluit”. “Anders was Zaanstad onbestuurbaar geweest.”

Achterin de zaal hoorde onderzoeker Roozemond soms hoofdschuddend, soms glimlachend de raad. Vooral de lang uitgesponnen discussie over de vraag of de externe begeleider van het 'verbeteringsproces' kennis moet nemen van de verslagen van de gesprekken die Roozemond voerde. Geen van de aanwezigen wist dat het alleen nog maar sliertjes waren.