Shell en Greenpeace (2)

Er gaat iets engs, iets onuitsprekelijk engs, uit van de overwinning van Greenpeace op Shell, zeker (maar vast niet uitsluitend) voor iemand die als jood op deze wereld wandelt. Of het milieu beter is gediend met ontmanteling dan met afzinken, kan de leek niet weten, zoals Hofland (NRC Handelsblad, 21 juni) opmerkt. Voor het gemak ga ik er maar van uit dat het lood om uit ijzer is. Maar dat een milieubeslissing wordt genomen na uitgelokte massahysterie en niet op grond van weloverwogen argumenten, is onnoemelijk bedreigend.

Mogelijk is onze aanslag op het milieu wel één van de gevaarlijkste verschijnselen die zich, sinds de mens begon, hebben voorgedaan. Hiermee is nu ons aller voortbestaan wat onzeker geworden. Maar iedereen, werkelijk iedereen - ook dat merkt Hofland op - werkt er aan mee, en noch Greenpeace noch welke bezorgde groep of overheid dan ook, toont zich in staat of bereid de wortels van het kwaad te identificeren en aan te pakken. Makkelijk is het, massahysterie op te roepen om een doel, ethisch of crimineel, te bereiken: dat leert ons de geschiedenis. Het doel mag dan in dit geval ethisch zijn, het bevuilt aldus zichzelf.

Niet door de uitkomst van de strijd tussen Greenpeace en Shell voel ik me bedreigd, maar door de keer op keer succesvol blijkende methode die dit tot stand heeft gebracht.