Polen: Slechte akoestiek in Gdansk

Antisemitische opmerkingen van de priester Henryk Jankowski hebben de Poolse president Lech Walesa in verlegenheid gebracht en nieuwe schade toegebracht aan de vanouds toch al gevoelige betrekkingen tussen Polen en joden en aan het imago van Polen in de wereld. Die waren eerder dit jaar toch al geschaad toen de Poolse organisatoren van de Auschwitz-herdenkingen aanvankelijk geen aparte plaats hadden ingeruimd voor de joden en geen kaddisj hadden ingelast.

Henryk Jankowski, pastoor van de St. Brygidakerk in Gdansk, was in de jaren tachtig lang Walesa's biechtvader, mentor en beste vriend. Hij was tevens de aalmoezenier van de Lenin-scheepswerf en mengde zich, zelden gehinderd door terughoudendheid, bescheidenheid of tact, veelvuldig in de zaken van de vrije vakbond. Hoewel hij daarmee de bond soms danig in de wielen reed heeft Walesa hem nooit laten vallen, al zijn de mentortijden voorbij. Met kerst vorig jaar ontketende Jankowski nog een rel met de opmerking dat de linkse partijen in Polen “stalinistisch” en dat de centrumpartijen “fascistisch” zijn.

Op 11 juni lardeerde Jankowski in zijn kerk in Gdansk zijn preek met een reeks antisemitische opmerkingen. In aanwezigheid van Walesa zei hij dat de Polen “geen regeringen moeten toestaan met mensen die niet willen zeggen of ze uit Moskou of uit Tel Aviv komen”. “Achter de swastika en de hamer-en-sikkel is de Davidster te zien”, zei Jankowski. En: “Polen moeten alert worden ten aanzien van het joodse gevaar.”

De commotie was groot. Ombudsman (en presidentskandidaat) Tadeusz Zielinski tekende protest aan en vroeg om een reactie van de regering. Hij herinnerde aan de antisemitische leuzen die eind mei en begin deze maand bij demonstraties in Warschau waren geroepen en vond dat antisemieten zich door de opmerkingen van de priester aangemoedigd kunnen voelen. Israel protesteerde officieel en de joodse studentenbond in Kraków kondigde aan Jankowski voor de rechter te zullen slepen.

Ook de katholieke kerk reageerde snel. De kerkelijke commissie voor de dialoog met de joden bood “iedereen die zich beledigd voelt” door de opmerkingen van Jankowski excuses aan. De secretaris van het Poolse episcopaat, bisschop Tadeusz Pieronek, en Jankowski's superieur, aartsbisschop Tadeusz Goclowski van Gdansk, verontschuldigden zich. Goclowski bestempelde Jankowski's opmerkingen als “beledigend” en Pieronek vond ze “onverantwoordelijk” en schadelijk voor de relaties tussen de Kerk en de joden. Het Vaticaan oordeelde dat Jankowski in zijn preek was “afgedwaald”.

Jankowski liet zich niet van de wijs brengen: drie dagen na zijn preek deed hij het, reagerend op de protesten, nog eens dunnetjes over met de opmerking dat “de daden van bepaalde joden, vooral uit de financiële en bankwereld, tot vele menselijke tragedies hebben geleid”.

Velen die protesteerden drongen aan op een reactie van Walesa zelf. Die evenwel liet weten daar niets voor te voelen. “Ik ken Jankowski al heel lang en ik weet een ding zeker: hij is geen antisemiet”, zo zei hij. Zelf was hem op 11 juni in de St. Brydidakerk niets bijzonders opgevallen, maar “de akoestiek op de plaats waar ik zat was slecht”. Bovendien zei de president nooit commentaar te geven op preken in kerken. Walesa pleegde een sussend telefoontje met de voorzitter van het Israelische parlement dat volgens zijn woordvoerder in allervriendelijkste termen verliep.

Woensdag moest de president alsnog door de bocht. In een verklaring veroordeelde hij het anti-semitisme in al zijn vormen en noemde hij de Davidster “een symbool dat moet worden gerespecteerd”. De Pools-joodse relaties zijn volgens de president gebaseerd op “wederzijds respect en de waarheid” en alle uitingen van antisemitisme “moeten verontwaardigd worden veroordeeld.” Een excuus kon er echter niet van af en Jankowski werd niet met name genoemd.

De reactie van de president kwam volgens critici te laat en was te mager om de schade goed te maken die de president via Jankowski is toegebracht. Dat heeft misschien weinig directe gevolgen, bijvoorbeeld voor de presidentsverkiezingen waarbij Walesa later dit jaar wil worden herkozen: opmerkingen als die van Jankowski leiden in kringen van Poolse intellectuelen wel tot verontwaardiging, maar zo'n rel blijft in Polen in brede kring onopgemerkt. Voor het imago van Polen en voor dat van Walesa en voor de broze betrekkingen tussen de Polen en de joden is de hele zaak en vooral Walesa's onhandige optreden echter wel degelijk schadelijk. President Clinton heeft al duidelijk gemaakt Walesa volgende week, als de Poolse president naar de VS komt voor de vijftigste verjaardag van de VN, niet officieel te willen ontmoeten en hem, als het tot een informele ontmoeting komt, aan zijn jasje te zullen trekken wegens zijn weinig overtuigende reactie op Jankowski's opmerkingen.

Een poging de schade te beperken lijkt ook de achtergrond te zijn van een initiatief van minister van buitenlandse zaken Wladyslaw Bartoszewski, deelnemer aan de opstand in het joodse getto van Warschau, oud-gevangene in Auschwitz en auteur van een standaardwerk over de relaties tussen Polen en joden. Hij belastte een hoge ambtenaar met een tot nu toe nog niet bestaande taak: het verzorgen van de contacten tussen het ministerie en de joodse diaspora.