Parelzuivere hifi overkoepelt het zeegerecht

Vijf dametjes zitten samen met een klein meisje om een houten tafel met in het midden een koffiepot, waaruit ze af en toe een scheutje van het een of ander schenken. Op de maat van het getik op de rand van een glas zingt de meest witgeblondeerde van het stel een oud liedje voor het aandachtige kind dat tegenover haar zit. Soms hapert de stem, de stilte wordt weer snel door de herinnering ingehaald. De anderen zingen zo nu en dan een stukje mee.

Wat is de wijn hier licht en lekker!

BOEM-tikkie-BOEM-tikkie-BOEM davert plotseling als de rollende donder over het terras. Iemand jaagt vanuit de nulstand de geluidsinstallatie even over de rooie.

Parelzuivere hifi overkoepelt het zeegezicht.

De dames vliegen van tafel en beginnen spoorslags, in zomerjurk van veelal krappe snit, enthousiaste dansbewegingen te maken. Zij die op het glas tikte springt er vermetel tussen en blijkt opeens een goed behaard oud kereltje te zijn. Met snor als twee grote witte richtingaanwijzers. Einstein op het strand.

Einstein wil wel. Hij zakt licht door de knieën en tussen duimen en wijsvingers trekt hij, als was het een rokje, zijn wat vettige broek naar voren en brengt zoveel mogelijk van zichzelf en zijn overhemdje in sensuele trilling. Hij kan er wat van.

De geluidsgolven hebben ook bij twee toegelopen meisjes de lust tot ritmisch bewegen opgewekt. Angstig synchroon ontvouwen hun gestrekte armen een duetje televisieballet. Met dodelijke ernst plakken ze onzichtbare plaatjes op de onzichtbare lucht.

Einstein is elk bronstig dier dat hij maar kan bedenken, de dames woelen zo maar wat alle kanten op en de meisjes groeien steeds vaster in de afgemeten rituele beweging. Een lange slungel durft niet en loopt verlegen heen en weer over de balustrade en wij, wij zitten stil. Anders zou je dat wat de anderen doen geen dansen kunnen noemen.