Oud-winnaar van TT terug in Assen als begeleider van Haruchika Aoki; Spaan herkent zichzelf in Japans talent

Morgen is het zes jaar geleden dat motorcoureur Hans Spaan (36) het grootste succes van zijn sportcarrière boekte. Op 24 juni 1989 won hij in de 125cc-klasse de TT van Assen. Nu is hij technisch begeleider van de Japanner Aoki, de grootste kanshebber van dit jaar.

ASSEN, 23 JUNI. De 125cc-trainingen voor de TT van Assen zijn in volle gang. Recht tegenover de pit van het Blumex-team is de hoofdtribune goed gevuld. “Die kale is Hans Spaan”, zegt een toeschouwer terwijl hij zijn verrekijker doorgeeft.

Spaan en enkele Japanse monteurs staan gebogen over de 125cc-motor van Haruchika Aoki. De helm van de lange, 19-jarige coureur steekt overal bovenuit. Even verderop in de pitstraat springt het licht op groen en zijn alle 125 rijders weg voor de eerste officiële training. Alleen Aoki is achtergebleven. Spaan kijkt bezorgd. Na enige tijd stapt de Japanner aarzelend op zijn motor en rijdt - de ledematen losschuddend - de baan op. Spaan kijkt zijn pupil nog even na en verdwijnt dan in de pit-box. Na vijf ronden meldt de speaker dat Aoki de snelste trainingstijd tot dan toe heeft gereden.

Het begint een beetje te miezeren als vijf minuten later iets merkwaardigs gebeurt. Terwijl de monteurs van Aoki de baan afturen en zich afvragen waar de Japanner toch blijft, gaat achter hen de deur van de pit-box open en staat daar opeens de coureur. Schouderophalend duwt hij zijn motor de garage in. Halverwege het circuit heeft hij zijn machine opgeblazen. Dwars door het rennerskwartier en langs alle frietkramen heeft hij zijn motor terug geduwd naar de achterkant van de pit. Meteen gaat de garagedeur aan de voorkant dicht. Als om vijf uur de training is afgelopen, blijkt Aoki op de zevende plaats te zijn blijven steken.

Spaan en teammanager Arie Molenaar hebben aan het begin van dit raceseizoen een team opgezet rond Aoki, die de afgelopen jaren nog anoniem met de inmiddels gestopte Spaan meereed in de achterhoede. “Tijdens de Grand Prix van Spanje van vorig jaar reden Aoki en ik de hele race zo rond de vijftiende plek. Dus ik kon op mijn gemak bekijken hoe hij reed, hoe hij de bocht in ging, hoe hij er weer uitkwam en waar hij aanviel. Dat soort dingen. Hij had geen geweldig materiaal, maar ik kon zien dat hij toch wel aardig kon rijden.” Aoki bleek vooral een voorsprong te hebben op tactisch gebied. “Het is er eentje die meer doet dan alleen rijden. Hij denkt namelijk ook nog.”

Wat dat betreft lijken ze op elkaar, Spaan en Aoki. “Hij kijkt, net als ik vroeger, heel goed de kat uit de boom. Bij de Grand Prix van Duitsland, eerder dit jaar, kon je dat heel goed zien. Hij wisselde steeds van plaats, dan weer derde, dan weer vijfde. En steeds maar kijken naar de andere rijders in de kopgroep, waar ze accelereren, waar ze inhouden. En dan ineens, na het bordje voor de laatste ronde, gaat hij vooraan zitten en zet zomaar de snelste ronde neer. En belangrijker nog: hij wint! Kijk, normaal gesproken kan dat helemaal niet. Want aan het eind van een race is zo'n motor helemaal op.”

Hoewel Aoki in een Nederlands team rijdt, rust er volgens Spaan voor de TT van Assen geen extra druk op de schouders van zijn lange pupil. “Wel toen Aoki op Susuka moest rijden. Want wat Assen voor Nederlanders is, is Susuka voor Japanners. Overigens won hij wel gewoon op Susuka.”

In 1989 won Spaan de TT in de 125cc-klasse. Hij denkt vrijwel nooit meer aan die zege. “Daar heb ik het gewoon te druk voor. Natuurlijk, het was hartstikke mooi. Al die mensen die elke keer dat ik langskwam opstonden en met vlaggen gingen zwaaien. Prachtig. Je bent dan wel geconcentreerd, maar op de een of andere manier merk je dat toch. Zeker omdat Assen een van de weinige circuits is waar het publiek heel dicht op de baan zit. Bij sommige bochten rij je er zelfs recht op af.”

In het jaar dat Spaan Assen won, werd hij tweede in de eindstand om het wereldkampioenschap. “Iedereen wist dat ik de sterkste was dat jaar. Het was eigenlijk een ongelukje dat ik geen wereldkampioen werd.” Maar over de keuze tussen het winnen van een thuisrace of het behalen van een wereldkampioenschap hoeft Spaan geen seconde na te denken. “Wereldkampioen wordt elk jaar wel iemand, maar een Nederlander die Assen wint komt maar eens in de zoveel tijd voor.”

Na negen Grand Prix-overwinningen, twee tweede en een derde plaats in de eindrangschikking om het wereldkampioenschap, stopte Spaan aan het eind van het vorige seizoen. “Ik vond het mooi geweest. Om in de top mee te kunnen draaien moet je je voor elke wedstrijd helemaal kunnen opladen. Dat kon ik op het eind gewoon niet meer. Na vijftien jaar racen was de accu leeg. En die 125 races zijn allemaal zo vreselijk close: de eerste tien rijders zitten allemaal binnen de seconde.”

De winnaar beschikt volgens Spaan vooral over een superieure concentratie. “Je moet de hele race, honderdtien kilometer lang, op de grens kunnen rijden. Bij het kleinste foutje is het afgelopen. Pas als je bent gefinisht, merk je hoeveel je hebt gegeven. Als ik goed in de race zat, zakte ik ook helemaal in elkaar na afloop. Dan was ik helemaal leeg.”

De actieve race-carrière van Spaan is echt afgelopen, verzekert hij. Hij rijdt zelfs niet met de motor op de openbare weg. “Nee, dat mag niet hè, zonder motorrijbewijs. Ik had me altijd voorgenomen om het na m'n race-carrière te gaan halen, maar het is er nog steeds niet van gekomen.”