On est dans la position du alles of niets

In de Vlaamse pers dook onlangs een Nederlandse zin op die voor Nederlanders onbegrijpelijk zal zijn: “Agalev is niet meer te huur voor depannage.” Agalev, de Vlaamse variant van GroenLinks, is een afkorting van 'Anders Gaan Leven'. En depannage komt van depanneren, een begrip dat politici in België vaak gebruiken. In 'depanneren' zit immers de pech van panne. Pech verhelpen is 'depanneren'. Wie met een lekke band naast de autosnelweg blijft staan, doet een beroep op de Wegenwacht voor 'depannage'. Politieke pech moet worden verholpen als de coalitie haar meerderheid verliest omdat bijvoorbeeld de verkiezingen slecht aflopen. Er wordt dan een derde partij aan tafel gehaald die de zittende coalitie 'depanneert': opnieuw aan een meerderheid helpt. Voor het depanneren komt dan eerst het 'arrangeren', omdat de derde partij een flinke prijs vraagt. De politici 'arrangeren' de wensen in een globaal akkoord. Agalev hoopte bij de jongste verkiezingen in België op zo'n rol. Maar er viel niets te doen. De coalitie (in België vaak de 'meerderheid' genoemd naar analogie van de Franse majorité) hield stand en Agalev verloor. Premier Jean-Luc Dehaene (die onder journalisten doorgaans 'Den Dikke' wordt genoemd) hoefde niet te worden gedepanneerd.

Zoals het Binnenhof zijn jargon heeft kent ook de Wetstraat, het epicentrum van de Belgische politiek, zijn versluierende termen. Consensus wordt immers gevonden in de wendbaarheid van de taal. Het 'Binnenhofbargoens' heet in België het 'Wetstratees'. Aan de Wetstraat in Brussel huist de premier en het parlement.

In tijden van Belgische kabinetsformaties is 'betonneren' een veel gebruikte term. Elke partij wil haar wensen in het regeerakkoord vastklinken. “De meerderheid zal de drieprocentsnorm voor het begrotingstekort in 1996 betonneren”, wat betekent dat de coalitie de norm onaantastbaar verklaart. “Deze minister heeft zijn zaken fijntjes gearrangeerd” komt erop neer dat de bewindsman in de marge van het ambt zijn eigen verlanglijst vervult. Hij wordt dan ook wel een 'arrangeur', of in een negatievere klank zelfs 'foefelaar' genoemd. Een 'arrangeur' gaat tot aan de grenzen van het behoorlijke, een 'foefelaar' gaat eroverheen.

'Arrangeren' is vaak nodig om de persoonlijke wensen van de achterban te vervullen, wat veel voorkeurstemmen zou kunnen opleveren. Veel voorkeurstemmen betekent een sterke positie in de partij, met als gevolg een plaats in het kabinet. De politicus houdt een 'zitdag' om de aanhangers een handje te helpen bij een bouwvergunning of een ontheffing. Vervolgens vraagt hij: denk bij de verkiezingen aan mij. 'Arrangeren' is investeren in de politieke toekomst.

Dit stelsel dreigt snel uit te monden in 'affairisme', kwade zaakjes met groot geld. Een 'affairist' is een politicus die opvalt omdat hij steevast in opspraak raakt, zoals ex-premier Paul vanden Boeynants, die een spoor van schandalen naliet. De politicus die opvalt om op te vallen is een 'lunatieker'. Voormalig beursgoeroe Jean-Pierre van Rossem was volleerd 'lunatieker'. Er loopt in de Wetstraat nog een gevaarlijk soortje rond: de 'entarteur'. De 'entarteur', afgeleid van 'tarte', koopt een roomtaart om deze in het gezicht van een notabele te gooien. Vooral de anarchistische subcultuur in Brussel kent vermaarde 'entarteurs' die door de Belgische Opsporingsbrigade (BOB) nauwgezet worden geschaduwd als er hooggeplaatst bezoek in Brussel is, zoals de paus.

In het taalgebruik van Vlaamse politici zit bijzonder veel 'Nederfrans'. Zo spreekt 'Den Dikke' Jean-Luc Dehaene van 'negotiëren' in plaats van onderhandelen. Wie van iemand een afkeer heeft is 'gedegoûteerd'. Zo was er ooit een erg bekende Nederlandse Europarlementariër die na de maaltijd zijn kunstgebit uitnam en aflikte. Hij 'degoûteerde', zij het onopzettelijk, de Vlaamse restaurantbezoekers. Een veel gebruikt woord is 'engageren'. Dit houdt het midden tussen een resultaats- en inspanningsverplichting. “Onze partij gaat dit engagement aan.” De partij doet haar best, maar belooft niets: voor politici een fijne formule om schone handen te laten zien als het niet lukt. Ook 'dedouaneren' wordt wel gebruikt. “Het Vlaams Blok is gededouaneerd”, zo klonk het in de verkiezingscampagne. Het Vlaams Blok voelde zich aanvaard door het grote publiek en sprak alsof alle douanerechten waren betaald. In paniek raken wordt vaak 'panikeren' en contact opnemen 'contacteren'.

Het opmerkelijke is dat 'Nederfrans' wordt gebruikt terwijl er tegelijkertijd een tendens is woordvorming uit het Frans tegen te gaan. In Vlaanderen wordt een partijprogramma niet gepresenteerd maar 'voorgesteld'. De 'presentatie' is 'voorstelling'. Er is de neiging om bij vaktermen dichter bij het Nederlands aan te sluiten. Zo zijn de 'mutualiteiten' al steeds vaker ziekenfondsen, terwijl 'syndicaten' vakbonden zijn en met het 'patronaat' werkgevers wordt bedoeld. Het was opvallend hoe bij de verkiezingen Nederland vaak als referentieland fungeerde voor het debat over pensioenen, de organisatie van de politie of de gezondheidszorg. Alleen het Nederlandse drugbeleid is voor Belgen een monument van de machteloze overheid.

Het 'Wetstratees' dringt echter ook door in de Franstalige pers, met kranten zoals La Libre Belgique of Le Soir. Zij schrijven steevast 'le Vlaams Blok' en ze gebruiken in hun reportages Nederlandse woorden. Een journalist van La Libre Belgique volgde ex-minister Frank Vandenbroucke op zijn pad langs de kiezer. “Chemise blanche, cravate au vent, sympa, pas stijf”, zo kenschetst hij de socialistische politicus. Een collega van Le Soir bezocht een bijeenkomst van 'le Vlaams Blok' in Antwerpen en noteert: “Dans le Handelsbeurs la Vlaamse muziek résonne.” Deze Franstalige Brusselse bladen nemen Nederlandstalige termen uit het Wetstratees over. Veel Franstalige politici doen dat eveneens. Als 'Den Dikke' weer aan het 'negotiëren' en 'arrangeren' slaat, kan het voor de partijen 'ambêtant' worden. Le Soir schrijft dan: “On est dans la position du alles of niets.” Doorgaans heeft Dehaene in de formatie een stok achter de deur. La Libre Belgique vertaalde diens geheim voor de Brusselse lezers als volgt: “Le premier ministre mène la politique du stok achter de deur.”