Oma wil een fax; Debuut van Mariska Mourik over drie generaties vrouwen

Mariska Mourik: De ijszee op. Uitg. Contact, 374 blz. Prijs ƒ 39,90.

Aan de vormgeving van haar debuutroman De ijszee op is te merken dat Mariska Mourik (1958), die een opleiding volgde aan de filmacademie, gewend is scenario's te schrijven. De roman bestaat voor het grootste deel uit dialogen, bijna vierhonderd pagina's lang. Met het schrijven van dialogen blijft menig romancier een schrijversleven lang worstelen, maar deze debutante draait haar hand er niet voor om. Mede dankzij haar gave om gesprekken op een natuurlijke manier weer te geven heeft De ijszee op humor en een hoog tempo. Misschien zelfs iets te hoog: de voortdurende woordenwisselingen zijn zo flitsend en levensecht dat de lezer nauwelijks kans krijgt op adem te komen. Daar komt bij dat het verhaal niet vanuit één perspectief wordt verteld. Het perspectief wisselt met degene die aan het woord is. Toch heeft De ijszee op niets van een film of toneelstuk, daarvoor is er te weinig actie.

Overgang is het thema van Mouriks verhaal: niet alleen de menopauze, al gaat een van de hoofdpersonen daar heftig onder gebukt, maar alle biologisch bepaalde overgangen in een vrouwenleven. De drie belangrijkste personages zijn Eva, een alleenstaande feministische moeder, haar jongste dochter Esther en haar excentrieke, jiddisch sprekende moeder Minnie. Een bijfiguur is Esthers zus Judith, die tot ontzetting van Eva getrouwd is met iemand die weigert in deeltijd te gaan werken en mede voor zijn kind te zorgen.

Het verhaal speelt zich af in het laatste jaar dat Esther thuis woont. Ze verlangt er naar zelfstandig te gaan leven, maar ze is er ook bang voor en vertoont recalcitrant, irritant pubergedrag. Haar moeder is in de overgang en niet minder recalcitrant. Het idee dat ze binnenkort alleen in huis zal achterblijven, alleen met vakantie zal moeten en niemand meer heeft om voor te zorgen, brengt haar in paniek. Bovendien reageert ze uitbundig op haar menopauze - een aanleiding tot verrukkelijke dialogen.

Oma Minnie zit ook in een overgang: hoe lang zal ze nog zelfstandig kunnen leven, hoe lang zal ze überhaupt nog leven? Haar onvrede met de ouderdom uit zich in een behoefte aan alleen zijn en in een hang naar apparaten die de vooruitgang vertegenwoordigen. Ze wil niet naar een bejaardenoord, ze wil een fax.

De enige van de vier vrouwen die haar overgangssituatie min of meer accepteert is Esthers zus Judith. Min of meer, want evengoed zit zij een hele avond op haar vroegere meisjeskamer met een schoolvriendin nostalgische platen te draaien, oude dagboeken te lezen en de slappe lach te krijgen. Maar zij heeft tenminste voor de veranderingen in haar leven gekozen. De scène waarin ze haar ontstelde feministische moeder bekent dat ze ter wille van haar in aantocht zijnde tweede kind wil ophouden met werken, zorgt tegen het einde van het boek voor een wending.

Mourik beschrijft generatieconflicten en culturele botsingen. De nauwelijks geassimileerde grootmoeder Minnie met haar uitheemse taalgebruik, haar gescheld op jullie Nederlanders en haar idiote boodschappentas op wieltjes, iriteren haar kleindochter. Minnie had Esther naar de supermarkt willen sturen met haar sjlepper, maar no way. No way ging Esther de straat op met zo'n schotsgeruit geval op wieltjes.

Deze roman over een in wezen zeer hechte familie ontleedt tegenstrijdige verlangens: binding en onthechting. Iedereen wil ontsnappen, maar niemand durft de ijszee op. Mourik maakt hier geen drama van. Zo valt Esthers verzuchting dat het niet meevalt het jongste kind te zijn van een verstikkende joodse feministische alleenstaande moeder niet serieus te nemen. Het zelfmedelijden van oma die van dodenherdenking houdt omdat die twee minuten de enige per jaar zijn dat ze niet aan de oorlog denkt, is te pathetisch om treurig van te worden. Iedere poging tot dramatiek die haar personages ondernemen, wordt genadeloos afgestraft.