'Niet spectaculair, maar wel degelijk. Net als dit land'

Hoe verder met het CDA? In een serie vraaggesprekken gingen de afgelopen weken politici en deskundigen in op de mogelijke koers van de partij. Tijd voor het opmaken van de balans samen met CDA-fractievoorzitter E. Heerma.

DEN HAAG, 23 JUNI. Op orde. Het zijn de telkens terugkerende woorden in het gesprek met Enneüs Heerma over de toekomst van het CDA. Tien maanden is hij nu fractievoorzitter en politiek leider van de partij. Daarnaast kan Heerma zich ook nog oppositieleider noemen. Het begin was niet gemakkelijk, maar de draai is volgens hem gemaakt. Op orde dus. Althans, zo nuanceert hij, een heel eind op weg. Heerma: “Twee weken geleden waren er de uitspraken van de Haagse hoofdcommissaris Brand over drugs. Daar werd toen ook onze reactie op gevraagd. Een half jaar geleden zou er eerst heel wat heen en weer gebeld moeten worden alvorens die te kunnen geven. Maar nu halen we die reactie gewoon van het schap. Omdat we onlangs in de fractie een uitvoerige discussie hadden over drugs en er nu een standpunt over hebben.”

De droefheid voorbij, zei Heerma reeds eind vorig jaar. Waarmee hij wilde aangeven dat de tijd van wederopbouw voor het CDA wat hem betreft was aangebroken. De daarop volgende periode is Heerma niet tegengevallen. “Ik denk dat we met z'n allen nu een stuk beter in ons vel zitten dan een half jaar geleden”, zegt hij. “We komen nu in de fase dat 'paars' echt met eigen voorstellen komt. De eerste maanden waren die er nog niet. Toen moesten we opknokken tegen de euforie van paars en oppositie voeren tegen een begroting die mede door ons in het vorige kabinet was opgesteld.”

Toch zegt een oud CDA-politicus als Kruisinga dat hij het enthousiasme voor het oppositievoeren mist.

“We zijn die fase te boven. We krijgen nu meer ruimte in de oppositie, omdat we niet meer zo gebonden zijn aan eigen standpunten die we in het verleden hebben ingenomen. Wat ook meespeelt is dat Bolkestein het ene been dat hij in de oppositie had, bijtrekt en zich steeds meer als regeringspartij gedraagt.”

Toch zegt bijna iedereen in het CDA: 'We hebben nog meer tijd nodig voor ons herstel dus het kabinet moet niet te snel vallen'.

“Ik geef toe, als ik zuiver naar CDA-overwegingen kijk, moet het kabinet niet al morgen vallen. Maar als het morgen valt, is het geen ramp dat we nog niet helemaal klaar zijn.”

Is er bij volgende verkiezingen nog wel een rol weggelegd voor het CDA? Er wordt steeds vaker gesproken over een tweestromenland waarin geen plaats meer is voor een christen-democatische partij.

“De parlementaire geschiedenis kent drie hoofdoriëntaties en die verdwijnen ook niet. Ik geloof niets van een tweestromenland met alleen een liberale en een sociaal-democratische richting. Dit is van oudsher een driestromenland.”

En dan maakt het niets uit dat mensen minder naar de kerk gaan?

“Dat is toch niet nieuw? Kijk eens naar de negentiende eeuw, dat gebeurt volgens mij veel te weinig. Toen zag je ook hele debatten over vrijzinnigheid en de rol van de kerk. Ik zie nu dat jongere generaties geweldig bezig zijn met zingevingsvraagstukken en normen en waarden. Er is geen twijfel over mogelijk dat er naast liberalisme en sociaal-democratie ook plaats is voor de christen-democratie als hoofdstroom. Dat zit tot in de vezels van de Nederlandse cultuur. Je kan je afvragen in welke omvang, maar dat is een afgeleide vraag.”

Maar geen onbelangrijke...

“Ik relativeer het. Je ziet dat we vijf jaar achter de rug hebben waarin het CDA de hoogste en de laagste uitslag uit zijn geschiedenis behaalde. Ja, zegt men, de winst van het CDA was te danken aan het Lubbers-effect. Dan hoop ik op nog veel Lubbers-effecten in de toekomst. Kijk eens naar Bolkestein toen die vijf jaar geleden als fractievoorzitter begon. De VVD stond op 15 zetels. En hoe staat de VVD er nu voor? ”

Hoogleraar Maas verwacht dat het CDA uiteen zal spatten als de polarisatie weer opkomt.

“Dat zeiden ze in de jaren zeventig toch ook? Toen is door polarisatie geprobeerd de totstandkoming van het CDA te verhinderen. Het is niet gelukt. Ik vind die analyse te gemakkelijk. Zeker, het CDA verkeerde het afgelopen jaar in de problemen en sommigen zien er een structurele tendens in. Maar twee jaar geleden waren er toch ook de analyses dat het CDA zo'n goed geoliede machine was en een partij die de zaken op orde had? Hoe kan dat in een jaar zo veranderd zijn? Het is geen one way track. Het is niet de maatschappelijke ontwikkeling die één kant opgaat. Als ik de literatuur van de vorige eeuw bekijk, zijn er toen ook verrassingen gebeurd.”

Moet het CDA zich gaan profileren als plattelandspartij om zich op die manier te onderscheiden van het Randstad-kabinet?

“Wij zijn een volkspartij en dat betekent dat we overal onze mensen hebben. Ik vind het een rare discussie. Kan je in planologische zin überhaupt nog spreken van stad en platteland? Je kunt hier niet uren in het landschap rijden.”

Kruisinga vindt dat het CDA moet overwegen bij de volgende verkiezingen om net als de KVP vroeger deed, vier lijsttrekkers over het land te verdelen.

“Ik vond dat een boeiende gedachte, maar plaats er wel een voetnoot bij. De televisie had toen nog niet de impact zoals tegenwoordig. Maar er zijn meerdere wegen die naar Rome leiden. Je kunt natuurlijk ook een top van een lijst meer over het voetlicht brengen. We moeten ons in elk geval afvragen of we het de laatste keer goed hebben gedaan. Toen werd de lijsttrekker wel heel erg benadrukt.”

Het CDA: niet spectaculair, noch briljant, maar gewoon degelijk. Een typering van oud KVP-leider Schmelzer.

“Dat was een heel aardige typering, waar ik het helemaal mee eens ben. Het klopt ook met het beeld dat kiezers van het CDA hebben: een betrouwbare partij die doet wat nodig is voor het land en goede bestuurders levert. Dat is niet spectaculair, maar degelijk. Maar dit land is ook degelijk.