Moord op een minnaar; Rood & Rood over het Amsterdamse homocircuit

Rood & Rood: Buddy. Uitg. Bert Bakker, 224 blz. Prijs ƒ 24,90.

Het graf is nabij voor Patrick Pastoor. De rijke en gevierde eigenaar van Chez Patrick, een van de populairste homotenten van Amsterdam, heeft de muziek voor zijn begrafenis al uitgezocht: Otis Redding, iets met panfluiten en tenslotte Marco Borsato, om de aanwezigen op het verkeerde been te zetten. Maar voor het zover is, wil hij zich nog wreken op degene die hem heeft besmet. Altijd heeft hij veilig gevreeën, hele grossiersverpakkingen condooms draaide hij er door. En toch lijdt hij nu aan aids. Wie heeft hem met het HIV-virus opgescheept?

Rood & Rood hebben voor hun zesde thriller Buddy een pakkend verhaal verzonnen en dat behendig uitgewerkt. De plot zit ingenieus in elkaar. Pastoor zoekt de dader in de kring van zijn vroegere minnaars. Een Duitser die Heisse Hermann wordt genoemd, een sadistische cocaïne-dealer, een getrouwde hoofdagent die niet wil weten dat hij ook zo is en nog een stel fraaie types komen in aanmerking. Terwijl hij een jonge bewonderaar zijn seksuele verleden laat napluizen, bedenkt Pastoor alvast een scenario voor een perfecte moord. Een plan waar zwarte beulskappen en motorzagen aan te pas komen, want van gewoontjes heeft de nachtclubeigenaar nooit gehouden.

Lydia en Niels Rood lieten zich goed wegwijs maken in het Amsterdamse homocircuit. Vooral het meest verborgen deel van het herenuitgaansleven - de wereld van de darkrooms - zetten ze met veel overtuigingskracht neer. In het schemerdonker van de achterkamertjes kent het spel van verleiden en veroveren zijn eigen rituelen. Volgens Rood & Rood wordt daar niet eerst om een vuurtje gevraagd, maar meteen terzake gekomen: 'Zal ik die cockring eens even van je ballen bijten schat.'

Buddy is een harde, psychologische misdaadroman die de lezer rondleidt door een soms sinistere wereld. De karakters zijn mooi neergezet, de humor is prettig onderkoeld. De vorige thriller van Rood & Rood, Koningswater, werd verleden jaar genomineerd voor de Gouden Strop. Dit jaar dingen broer en zus Rood niet mee naar de prijs voor de beste Nederlandstalige misdaadroman. Wellicht liepen zij een voordracht mis, omdat Buddy slordig is geredigeerd. Soms loopt er een zin niet. Pijnlijk is de slip of the pen in het laatste hoofdstuk. Ted Bouterse, een blanke politieagent die op het bureau in de Warmoesstraat vaak wordt verward met een Surinaamse collega, heet dan tot tweemaal toe Ted van Brunswijk.