Mooi is hij, maak hem lelijk; De serieuze carrière van tieneridool Johnny Depp

Hij is een begenadigd acteur en even beroemd als Sylvester Stallone en Bruce Willis, maar in het soort films waarin zij spelen treft men hem niet aan. Johnny Depp kiest voor cultfilms die het grote publiek niet ziet. Toch lijkt dat zijn carrière niet te schaden.

Johnny Depp is nu in de Nederlandse bioscopen te zien in Don Juan DeMarco, What's eating Gilbert Grape? en Ed Wood.

Het beste zou zijn als hij nu dood ging. Voor zijn carrière. Voor zijn onsterfelijkheid. Johnny Depp (32) lijkt helemaal niet bereid ook maar iets te doen waarin hij geen zin heeft, maar een vroege dood is niet uitgesloten. Op foto's zie je het, in het echt - op de persconferenties in Cannes, vorige maand - vond ik het zelfs een zo goed als onvermijdelijk perspectief. De blik is gekleurd, natuurlijk, door de portretten van James Dean. Met die legende wordt hij opvallend spaarzaam vergeleken, waarschijnlijk omdat de observatie niet bijster vindingrijk is. Maar zijn trekken, zijn mimiek, zijn houding zijn bijna letterlijke citaten. Hij laat zijn sigaret in een mondhoek bungelen - een ster die rookt in het openbaar, dat alleen al is erg fifties - zijn dichtgeknepen ogen kijken afwerend onder een vorsend-rimpelend voorhoofd uit, hij mompelt en zegt slechts het hoognodige, de warrig omhoogstaande kuif lijkt het liefst tussen zijn opgetrokken schouders te willen onderduiken.

Nee, de roem is niet op niets gebaseerd. Er is een aura, een ingebakken stardom. Twee keer verscheen hij in Cannes in hetzelfde onopvallende, bruinleren jack. Verstrooid, niet geïnteresseerd in uiterlijk vertoon, accessoires zijn in zijn geval overbodig. Of nee, ze zouden zelfs het tegendeel van hun gebruikelijke doel bewerkstelligen en zijn imago geweld aan doen. Het beeld van een enigszins onuitgeslapen, introverte jongeman, die kennelijk pas warm draait als er een camera in de buurt is en die zijn kwaliteiten reserveert voor het witte doek. Daarbuiten bepaalt nuchterheid zijn handelen. Zelfs dat hij een imago in stand zou willen houden, lijkt een infame suggestie. Hij doet wat hij doet, is wie hij is, staat in films die hij de moeite waard acht, punt uit.

Maar zo simpel is het natuurlijk niet. Men kan alleen maar vermoeden wat het betekenen moet om een mega-ster te zijn en wat zo'n status met iemand doet. Je jeugd wordt in kaart gebracht - in Depps geval ook nog eens ideaal voor legendevorming. Hij werd geboren in Kentucky, in een typisch Amerikaans white trash-milieu, verhuisde vanaf zijn zevende ontelbare keren, kwam uiteindelijk in Miramar, Florida, terecht. Op zijn twaalfde, toen hij begon met kettingroken, kreeg hij een elektrische gitaar van zijn moeder en op zijn zestiende richtte hij het bandje The Kids op, waarmee hij plaatselijk veel succes boekte. Tussendoor, op zijn dertiende naar eigen zeggen, 'verloor ik mijn maagdelijkheid en op mijn veertiende had ik zo ongeveer iedere denkbare drug uitgeprobeerd'. Op zijn vijftiende scheidden zijn ouders en een jaar later werd hij van school geschopt, waarna hij zijn intrek nam in de auto van een vriend. Een '1967 Impala': juist zulke details doen het goed.

Hoe kort en onbelangwekkend de biografie tot zover is, er zijn genoeg aanknopingspunten voor speculaties en 'logische' verbanden. Er is het rebelse element en het motief van eenzaamheid en ontworteling en van onschatbare waarde is - zeker in een land als Amerika - de achtergrond van armoede. Zelfs volgens Depp zelf was Miramar precies zo'n gat als Endora, Iowa, waar regisseur Lasse Hallström zijn ontroerende What's eating Gilbert Grape? (1994) situeerde. Geen wonder dat Depp er een excellente rol in speelt en geen wonder ook dat zijn films bijna allemaal gaan over het door-en-door Amerikaanse suburban life, van John Waters' Cry Baby (1989) via Tim Burtons Edward Scissorhands (1990) en Emir Kusturica's Arizona Dream (1992) tot Jeremy Levens Benny & Joon (1993).

Cornflakes

Is zijn jeugd dus al een schot in de roos, het vervolg mag er ook zijn. Hij trouwt op zijn twintigste, scheidt twee jaar later, en heeft verhoudingen met Sherilyn Fenn (Twin Peaks), Jennifer Grey (Dirty Dancing) en, gedurende vier jaar, met medespeelster in Edward Scissorhands, Winona Ryder. Dan wordt hij al volop achtervolgd door de pers, omdat hij, in 1987, dank zij zijn vriend Nicholas Cage, in de televisieserie 21 Jump Street terecht komt. Depp speelt in de serie, in Nederland door RTL uitgezonden, een leerling van een recherche-opleiding. Hij wordt op slag een tieneridool. 'Ik had getekend voor zes seizoenen en had al spijt voordat er één aflevering was uitgezonden', liet hij in een recent interview weten. 'Ik kon voor het eerst mijn huur betalen, maar ik zag ook al die reclame die ze over me maakten. Ik voelde me een pak cornflakes. (-) De producenten schiepen een 'produkt' dat niets met mij te maken had en waarover ik in het geheel geen controle had.' Hij werd 'doodsbenauwd en paranoïde'. Na drie jaar kon hij eindelijk ontsnappen uit 'de televisie-hel' (Attitude, mei 1995).

Behalve de verhoudingen - in Los Angeles is een bumpersticker op de markt gebracht met de tekst 'Toeter even als je niet verloofd bent geweest met Johnny Depp' en hij 'is' nu met supermodel Kate Moss - zijn er de schandaaltjes. Toen hij nog onbekend was, heeft hij wel eens ingebroken in een school, in 1989 werd hij ingerekend omdat hij met een hotelbewaker op de vuist was gegaan en vorig jaar ontstond er een geweldig tumult in de pers omdat hij opnieuw gearresteerd werd na het kort en klein slaan van het meubilair in een kamer van het Newyorkse Mark Hotel. Depps commentaar: 'Het gaat hier om een acteur die een meubelstuk heeft aangevallen. Maar ik zag mezelf terug op alle voorpagina's alsof dit voorvalletje belangrijker was dan de invasie van Haïti.'

Depp blinkt uit in het doen van prikkelende uitspraken. Hij fantaseert lustig over 'vreselijke monsters' die hem aanvielen in de bewuste hotelkamer, over zijn erotische verhoudingen met 'de Koningin van Engeland tot en met de paus' ('Het was allemaal heel onschuldig, heel puberaal') en hij adviseert het miljoenenpubliek dat belangstelling heeft voor zijn privé-leven zich eens om andere dingen te druk te maken of zich aan zelfbevlekking over te geven.

Goed beschouwd heeft dit alles verdacht veel weg van de wat roekeloze handel en wandel van de gemiddelde Hollywoodster die de roem naar het hoofd stijgt.

Toch is Depp een fenomeen. Hij wordt op handen gedragen door het grote publiek, maar de redenen daarvoor zijn inmiddels raadselachtig. Zijn status is vergelijkbaar met die van Bruce Willis of Sylvester Stallone, maar zijn films in het geheel niet. Sinds hij in 1989 uit 21 Jump Street stapte, speelde hij vrijwel uitsluitend in produkties die om artistieke redenen gemaakt zijn, arthouse films die hooguit door het aantrekkelijke onderwerp, zoals dat van Ed Wood (1994), in iets bredere kring bekend kunnen worden. Bovendien speelt hij steevast de rol van de buitenstaander, de drop-out, de anti-held, of een personage dat zelfs dat laatste etiket niet eens verdient. In Ed Wood portretteert hij 'de slechtste filmregisseur aller tijden', die zich geregeld als vrouw verkleedt en in strakke angoratruitjes op de set verschijnt. Geweld, typisch Hollywood-geweld als schietpartijen, achtervolgingen en explosies, en het gebruikelijke decor van Willis en Stallone, komt in zijn films niet voor. Zomin als, zoals hijzelf zegt, 'meisjes in bikini's'. Depp is een wereldberoemd idool, dat afgezien van 21 Jump Street tot dusver geen enkele knieval maakte. In commercieel en publicitair opzicht is hij een dead-end, of op zijn minst een ongeleid projectiel.

Nieuwe generatie

Depp kan zich het permitteren, het lijkt zijn carrière niet te schaden. Misschien komt dat doordat hij niet alleen staat. Het calculerende Hollywood, dat artistieke meerwaarde als een bijprodukt van een film beschouwt, krijgt hoe langer hoe meer van doen met een generatie sterren die zich niet laat verkopen als een 'pak cornflakes'. Ze hebben opmerkelijk veel gemeen met de lichting acteurs van rond de dertig die hier in Nederland uitblinken in vooral het theater. En opvallend weinig met de vedetten uit de jaren tachtig, zoals Rob Lowe, Tom Cruise, Demi Moore en de zonderlingen Matt Dillon, Mickey Rourke en Sean Penn, die óf zijn opgeslokt door 'het systeem' óf het hoofd boven water trachten te houden in tweederangs films en televisieseries. Nog minder dan op deze brat pack lijken ze op de glamoursterren van de jaren veertig of de rebellen van de jaren vijftig, die toch onderworpen waren aan het ijzeren regime van Hollywood.

De sterren van de jaren negentig staan zich nergens speciaal op voor, ze zetten zich ook nergens tegen af; ze doen simpelweg wat ze aanstaat. Johnny Depp, Winona Ryder, Jennifer Jason Leigh, Juliette Lewis, Leonardo DiCaprio, Linda Fiorentino, Mary-Louise Parker, Patricia Arquette en zelfs, tot op zekere hoogte, Brad Pitt tonen moed en ruggegraat in een omgeving die miljoenenwinsten in ze ziet, maar ze lijken zich daar nauwelijks van bewust. Ze houden zich op een ernstige, kritische manier met hun vak bezig. Ze laten zich niet leiden door financiële overwegingen, noch door politieke idealen, noch door loopbaan-strategieën, maar kiezen uit de aanbiedingen de scripts die hen artistiek de interessantste lijken, zonodig met veronachtzaming van de status van de regisseur.

Daarbij maken ze fouten, natuurlijk, of een op papier aanlokkelijk project pakt minder goed uit. Leonardo DiCaprio, terecht bejubeld om zijn rol van geestelijk gehandicapte in What's eating Gilbert Grape?, had beter niet kunnen zwichten voor The Quick and the Dead, met Sharon Stone en Gene Hackman. En Patricia Arquette, die de verloofde van de titelheld speelt in Tim Burtons Ed Wood, had de hoofdrol in John Boormans avonturenepos Beyond Rangoon ook beter aan een ander kunnen overlaten. Anderzijds onderstrepen dergelijke uitstapjes de ongrijpbaarheid en wendbaarheid van deze generatie. Keanu Reeves, bekend geworden door Jan de Bonts populaire Speed, vervulde vervolgens rustig een rol in een theaterversie van Hamlet.

Van deze nieuwe, kritische generatie Hollywood-acteurs is Johnny Depp de beste. Er zijn geen dieptepunten aan te wijzen in zijn films, hooguit minder gelukkige keuzen. Het op dit moment veel publiek trekkende Don Juan DeMarco (1995) van debutant Jeremy Leven is van het laatste een voorbeeld. Het voornaamste probleem is dat Depp, als de vrouwenverslindende titelheld, erin gebruikt wordt als mooie jongen. Zijn halflange haar hangt veelvuldig in sensuele natte pieken voor zijn gezicht, hij is gebronsd en hij toont zijn inmiddels in de fitnessroom wat opgewerkte blote borstkas. In de sprookjesachtige mengeling van waan en werkelijkheid waarin het verhaaltje voorziet gaat daarvoor ook nog eens een halfnaakte schone door de knieën en tezamen met Levens posterachtige beelden van zonsondergangen degradeert dat zoetige slot Depp tot een doorsnee filmster.

Zo moet het niet. Mooi is hij, maak hem lelijk. Dan wordt hij ook nog boeiend. Depp hoort niet op Bounty-stranden, of meer in het algemeen in rooskleurige verhalen, zoals dat in Benny & Joon van Jeremiah Chechik. Daarin vervulde hij de rol van de niet helemaal sporende mime-artiest Sam, die een verhouding aanknoopt met een schizofreen meisje, hetgeen op beide verwarde geesten een heilzame werking heeft. Te suf, te voorspelbaar, al ontleent Depp aan deze film met enig recht zijn reputatie van Chaplin-achtig acteur, onder meer door de scène waarin hij twee aan vorken geprikte broodjes laat dansen. Hij maakt er een aanstekelijke pas de deux van.

Veel meer in zijn lijn ligt Edward Scissorhands (1990), een sprookje over een door een zonderling tot leven gewekt en door Depp gespeeld onderdeel van een koekjesbakmachine. Hij is net 'nog niet af' als zijn schepper sterft en hem achterlaat met scharen op de plaats waar zijn handen horen te zitten. Regisseur Tim Burton maakte een prachtige zedenschets van een klein plattelandsplaatsje dat, vergeven van roddel en achterklap, wonderlijk genoeg doet denken aan de poldernegorij in De Noorderlingen van onze eigen Alex van Warmerdam. De ziekelijk geschminkte Depp is er de speelbal: een lief, argeloos monster met punkhaar en een motorpak, dat zijn best doet netjes te eten en in zwijgende wanhoop een erwtje aan zijn schaarpunten tracht te prikken. De ontroerende schlemiel, die zonder het zelf te weten de tolerantiegrenzen tart, is een fysieke en mimische prestatie van Depp.

Sprookjes

De films waarin hij speelt zijn bijna allemaal (moraliserende) sprookjes, die vaak, zoals in het curieuze maar charmante Arizona Dreams, samenvallen met de dromen van de personages. Daar heeft hij kennelijk een zwak voor, voor rollen en films die, zolang ze nog niet gespeeld en gemaakt zijn, evenveel kans hebben te mislukken als te lukken, omdat ze zo sterk van sfeer afhankelijk zijn. Depp neemt met andere woorden risico's. De hier nog uit te brengen film Dead Man was alleen wegens de reputatie van de regisseur, Jim Jarmusch, misschien een minder grote sprong in het duister. Voor het overige had dit filmische gedicht alles in zich om te ontsporen in wazigheid, langdradigheid en gedoe.

Maar de film - een western, maar dan een zeer ongebruikelijke - is allesbehalve een mislukking geworden, in belangrijke mate dankzij Depp zelf. In zijn overwegend zwijgende vertolking van zijn al dan niet met de Engelse dichter en schilder William Blake samenvallende personage geeft hij blijk van een intense gevoeligheid voor de sferische, muzikale en poëtische kanten van zijn vak. Hij is een intuïtief acteur, die zich thuis moet voelen in films als deze omdat ze een beroep doen op zijn eigen fantasie en vindingrijkheid. Zijn rollen zijn geen invuloefeningen of leverantie van een prettig gezicht bij een vastliggende, opgelepelde tekst - maar eigen scheppingen. In Dead Man maakt hij aannemelijk wat hem overkomt op zijn odyssee door het Wilde Westen, hoe absurd ook, maar tegelijkertijd onderstreept hij de metaforische kant van zijn avonturen. Hij belichaamt door de zo te zeggen dwingende terughoudendheid van zijn spel en zijn persoon zowel de 'werkelijkheid' als het sprookje. Als hij aan het slot van de film door de Indiaan Nobody stervend wordt opgebaard in een kano en de zee wordt opgeduwd, is hij éen en al indrukwekkende sereniteit. Misschien dat ik door deze rol die vroege dood zo voor de hand vind liggen.

Wat is dat met die Depp? Het babyvet op zijn gezicht in Cry Baby, John Waters' grappige en campy pastiche van Jailhouse Rock en zijn entree in de 'alternatieve' film na 21 Jump Street, is verdwenen ten behoeve van een scherpe kaaklijn, geprononceerdere jukbeenderen en wat ingevallener wangen. Een zekere vermoeidheid en gepijnigdheid hebben het gelikte en al te mooie van het tieneridool verjaagd: de onschuld is weg, achterdocht is er misschien wel voor in de plaats gekomen. Hoe langer hoe vaker beschermen donkere brillen de ogen tegen het licht van de schijnwerpers. Hij is op weg een mysterie te worden, al zegt hij zelf dat 'voornamelijk geluk en enkele keuzen' zijn loopbaan tot nu toe hebben bepaald. Maar niemand speelt de dronkeman zonder het een beetje te zijn. Zelfs de nuchtere Depp niet.

    • Pieter Kottman