Londen: Denemarken is vieze man van Europa

LUXEMBURG, 23 JUNI. De Britse minister van milieu, John Gummer, heeft gisteren fel uitgehaald naar Denemarken, voorafgaand aan een discussie van de Europese milieuministers over het dumpen van olieplatforms in zee. “Denemarken, de vieze man van Europa, heeft de Noordzee meer schade gedaan dan enig ander land”, aldus de Britse minister gisteren bij aankomst in Luxemburg, waar de milieuministers van de Europese Unie vergaderden.

Gummer maakte zijn opmerking na Deense kritiek op Groot-Brittannië, dat toestemming gaf het Shell-olielaadstation Brent Spar in de buurt van Schotland tot zinken te brengen. Onder druk van de publieke opinie heeft Shell daar deze week van afgezien, maar Groot-Brittannië houdt vol dat afzinken van het station de meest milieuvriendelijke oplossing is. Internationaal kwam er veel kritiek op de Britse houding, waartegen de Britse milieuminister zich gisteren verweerde.

“De meren en rivieren in Denemarken zijn zo vervuild, dat honden na drinken van het water binnen tien minuten sterven”, fulmineerde Gummer, die Groot-Brittannië “in veel opzichten het milieuvriendelijkste land van Europa” noemde. Ook Nederland en Duitsland, die zich openlijk aan de kant van de milieuorganisatie Greenpeace plaatsten, moesten het ontgelden. “Via Duitse en Nederlandse rivieren komt iedere tien minuten meer vervuiling in zee dan de Brent Spar in zijn geheel zou kunnen veroorzaken”, aldus de Britse minister.

Gummer herinnerde er nog eens aan dat de Britse regering in februari al te kennen had gegeven dat de Brent Spar zou worden afgezonken. “Toen kwam er geen enkel protest, totdat Greenpeace van zich liet horen”, aldus Gummer.

Op verzoek van de Nederlandse milieuminister De Boer was de Brent Spar gisteren op de agenda geplaatst van de Europese milieuministers. De deelnemers onderstreepten dat de discussie “constructief en zonder verwijten” verliep. Nederland heeft de EU-landen voorgesteld een moratorium op het dumpen van olieplatforms af te kondigen. Een zevental lidstaten sloot zich bij dit voorstel aan. De Deense Eurocommissaris van milieu, Ritt Bjerregaard, die het besluit van Shell “een grote overwinning van het milieu” noemde, riep eerder al op tot een algemeen verbod op dumping van offshore-installaties in zee.

Maar Groot-Brittannië liet gisteren weten niets te zien in een algemeen verbod op dumpen. “We hebben drie jaar geleden gezamenlijk afgesproken dat we per geval bekijken wat de meest milieuvriendelijke oplossing is”, aldus Gummer, refererend aan het in 1992 gesloten zogeheten Ospar-verdrag van Noordzeelanden tegen het dumpen van afval in zee. “Van geval tot geval bekijken, daar gaat het om”, aldus Gummer. “Hysterie is de grootste vervuiler.” Maar volgens een Nederlandse diplomaat moet je “ook inspelen op wat er leeft”. “Het publiek heeft behoefte aan een streng milieubeleid, dat hebben we te laat gerealiseerd.”

Volgende week komen de landen die bij het Ospar-verdrag zijn aangesloten bijeen in Brussel. Daar zal ook het dumpen van olielaadstations worden besproken, maar de EU-lidstaten zullen er niet een gezamenlijk standpunt innemen, zo is gisteren gebleken. Overigens is het Ospar-verdrag officieel nog niet in werking getreden, omdat onder andere Groot-Brittannië nog een voorbehoud maakt tegen ratificatie.