Lieve Anton

Niemand kan me zo vertederen als Anton Geesink. Een ras-Olympiër, in woord en daad. Misschien wel een beschavingssocialist. Wat je tegenwoordig in geen enkele sportbond meer hoort, komt met een prachtig gebrom uit Anton gevallen: de taal van het volk.

Terwijl de nationale luxepaarden van de Gedachte, Huibregtsen, Bolhuis en Jorritsma, samenzweerderig zitten te dineren en bij elke nieuwe fles 'Dood aan de arbeiders' roepen, pendelt de heer Geesink zich suf voor Sports for All of schrijft hij indrukwekkende rapporten over de Winterspelen van 2002. En Anton heeft niet de kapitalistische structuur van Greenpeace achter zich; hij doet de dingen in z'n eentje - niet eens een secretaresse. Alles aan de gewezen judoka is olympisch: zijn werklust, zijn lach, zijn nederigheid, zijn trouw aan de heer Samaranch, zijn liefde voor Jans.

Anton Geesink kwam in Boedapest dus drie stemmen te kort voor een plaats in het bestuur van het IOC, de zogenaamde executive board. Hij legde het af tegen de Australiër Kevan Gosper, volgens Geesink een hot-shot: een baan bij Shell en nu burgemeester van Melbourne. Dan kun je als simpele Utrechtse jongen niet van een nederlaag spreken. Bovendien heeft die Gosper een jaar gelobbyd, Geesink geen dag. Toch had de nipte nederlaag kunnen voorkomen worden. In Vrij Nederland vertelt Geesink over zijn onderhoud met de heer Ching-Kuo Wu uit Tapei. 'Die was helemaal ontsteld toen ik om steun kwam vragen. Die vertelde met tranen in de ogen dat hij zijn stem al had toegezegd aan Gosper. Hij kon er gewoon niet van slapen. Als ik me eerder kandidaat had gesteld, had hij beslist op mij gestemd.'

Dat bedoel ik: Anton Geesink kan iedereen aan het huilen brengen. Zijn onschuld is zo ontwapenend dat al die mandarijnen, ex-ministers en ambassadeurs van het IOC het op een gegeven moment toch te kwaad krijgen als Anton hen met zijn zonnige humeur weer eens aanspreekt in het Engels, Frans, Spaans en Chinees. Zelfs Samaranch kan de ogen niet droog houden als het Nederlandse IOC-lid 's ochtends voor het Hilton-ontbijt, mede namens Jans, komt informeren of de caudillo van een goede nachtrust heeft genoten. Geesink ontroert al in het voorbijlopen, dat is zijn on-Nederlandse kracht. Hij raakt de knuffelantennes van de medemens met dat imposante lijf dat te groot en te breed is voor een schouderklop. Een kindreus die wappert en tatert in slow motion, duizend keer liefdevoller dan Moeder Teresa die nu ook door Gerard Reve is ontmaskerd als een kreng. En in zijn slimme, kleine oogjes laat hij de ziel van de knecht spreken: altijd bereid de lasten van anderen te dragen. Geesink als de olympische waterdrager die het allemaal niet doet voor de airco-luchtjes en de smaak van kaviaar, maar die wel de seniel-sentimentele snaar van zijn vrienden-geronten als een virtuoos weet te betokkelen. Een fenomenaal wapen waar ze bij het Nederlands Olympisch Comité niet van terug hebben.

Tussen Anton Geesink en het NOC komt het nooit meer goed. Huibregtsen en zijn incestueuze gevolg zijn niet in staat een sensibel antwoord te vinden op de onderhuidse stromingen van de kleine Machiavelli uit Utrecht. Het NOC is een hardvochtig gezelschap, meer belust op de egards dan op de mensen die ze uitspreken. Voor minder dan een glimlach van Bea willen de heren nauwelijks ontwaken. En natuurlijk moet Kok de diners komen opluisteren, niet die kathedraal van de slappe lach Erica Terpstra. Trouwens, zit de staatssecretaris niet in het vijandelijke kamp? Zij stuurde Geesink wél een fax na de verkiezingscarrousel in Boedapest. Nog wel met 'Lieve Anton' als aanhef. Reken maar dat die woordjes er bij Huibregtsen ingaan als een splinterbom.

Natuurlijk is het prominente IOC-lid een ongeneeslijke ijdeltuit. Maar de geslepen lompheid waarmee hij soms opkomt voor de eigen glorie stoot niet af, ze ontroert. Geesink mag zichzelf voorbijdraven omdat hij een hart heeft voor de sport. De NOC-kwallen herleiden de sport tot een agenda. Tot relatie-management, tot een zelfbedachte adelstand. Het NOC kan de olympische guerrilla tegen Geesink nooit winnen omdat de inzet niet eens een objectief belangenconflict is maar ordinaire business en een goed gevuld foto-album voor later. Ik verdenk Geesink er ook wel van dat hij onder een reusachtige poster van zichzelf slaapt. Maar een jongen die beweert dat hij houdt van eerlijk zweten mag dat.