In Marthalers voorstellingen gaat de tijd tergend traag

Verstild, zonder groots spektakel zijn de voorstellingen die regisseur Christoph Marthaler het Holland Festival-publiek laat zien. Een vraaggesprek met een Zwitser die zich verzet tegen 'almaar sneller'.

Hochzeit, 23 en 24 juni in de Amsterdamse Stadsschouwburg. Aanvang 19.30 uur.

AMSTERDAM, 23 JUNI. De Zwitserse regisseur Christoph Marthaler maakt radicale voorstellingen. Niet omdat er zoveel excessief geweld in voorkomt, zoals in de regies van zijn Hollandse collega Theu Boermans, maar omdat ze het geduld van de toeschouwer danig op de proef stellen. Want Marthaler neemt de tijd om zijn verhaal te vertellen.

Kwam Boermans in dit Holland Festival met een versie van de Faust-mythe die ongehoord wreed en luidruchtig was, Marthaler en de acteurs van het Deutsches Schauspielhaus uit Hamburg hebben gisteren in datzelfde festival een heel wat verstildere Faust laten zien. Marthalers voorstellingen zijn zo arm aan spektakel dat je al schrikt wanneer iemand op het podium met een prop papier gooit.

In Faust - eine subjektive Tragödie, gebaseerd op teksten van de Portugese dichter Fernando Pessoa, verstrijkt de tijd tergend langzaam. Vier mannetjes, die tezamen de Faust-figuur vormen maar die ook sprekend op somberman Pessoa lijken, zitten in een dranklokaal te schrijven en te filosoferen. De zon komt op, de avond valt, een nieuwe dag breekt aan en ze raken maar niet uitgemompeld, die ernstige, in zichzelf gekeerde heertjes.

Melancholieke humor, traagheid en terughoudendheid kunnen Holland-Festivalgangers ook verwachten in de voorstelling Hochzeit, die vanavond en morgenavond in Amsterdam te zien zal zijn.

Wie naar Marthalers beweeglijke gebaren kijkt en zijn rappe Duits beluistert gelooft haast niet dat deze man zo 'langzaam' is, zoals hij zelf beweert. Het lage tempo van zijn voorstellingen past bij zijn aard, zegt hij, maar “het is ook een vorm van protest tegen onze tijd. Waanzinnig toch dat alles steeds sneller moet? Alsof we in een centrifuge zitten die almaar harder draait.”

De lieden in Faust en Hochzeit mogen dan wel alle tijd van de wereld hebben, erg blij zijn ze daar niet mee. “Ik heb de afgelopen maanden doorgebracht met het doorbrengen van de afgelopen maanden”, zucht een van de heren in Faust. Marthaler, die met een paar twinkelende oogjes om zich heen kijkt, geeft verrassend genoeg toe dat hij 'dat onvermogen om te leven' maar al te goed kent. “Bij de personages van Pessoa komt dat onvermogen voort uit een overdaad aan intellect, bij die van Canetti uit hebzucht en domheid.”

In beide voorstellingen bevinden de figuren zich in ruimtes die claustrofobie opwekken. Deuren komen op kasten uit en muren lijken uitsluitend te zijn ontworpen om er tegenaan te lopen. “Die mensen”, peinst Marthaler, “zitten opgesloten in de ruimte èn in hun eigen denkwereld. Ik zou niet weten wat erger is.”

Natuurlijk hebben deze autisten een waardeloos seksleven. Maar door hun gebrek aan sensualiteit laat de regisseur zich niet uit het veld slaan. “Ik houd van zinnelijkheid”, zegt hij. “Ik houd alleen niet van grote theatrale gebaren. Daarmee bereik je niet wat ik wil. Mijn ideaal is dat de toeschouwers een beetje gevoeliger zijn geworden als ze het theater verlaten.” Hij is geen cynicus, zo'n houding vindt hij te gemakzuchtig. Zo weigert hij van Canetti's gevoelloze monstermensen platte karikaturen te maken.

Zijn Hochzeit is niet in elk opzicht geslaagd, oordeelt hij zelf, maar dat is dan ook een 'vrijwel onspeelbaar' stuk. “Er zit totaal geen dramatische structuur in. Bovendien: bij Canetti stort het huis met bruiloftsgasten en al in mekaar en daar heb ik grote moeite mee. Een stel bordkartonnen muurtjes in elkaar laten donderen, dat is toch belachelijk? Dus hebben wij besloten dat de muren blijven staan en alleen dat gezelschap in elkaar dondert. Dat hoeft nog niet het einde van die mensen te betekenen. Ze geven niet op, ze gaan gewoon door met praten en mieren, ondanks de catastrofe waar ze middenin zitten. Die vasthoudendheid kun je opvatten als een teken van hoop, en tegelijkertijd is het vreselijk dat zo'n stel nare lieden niet te gronde gaat. De taaiheid van de mens is ook een vloek.”