Hoog en laag

'Super-hoogbouw zoals de Larmag Toren bij Sloterdijk doet het open gebied rond de steden visueel ineen schrompelen en tast daarmee op essentiële wijze de hoofdopzet van de ruimtelijke ordening in ons land aan, te weten een duidelijke scheiding tussen verstedelijkt en niet verstedelijkt gebied. In dit geval geldt dit met name voor het recreatiegebied Spaarnwoude tussen Haarlem en Halfweg en voor de bufferzone tussen de Zaanstreek en de IJmond.' Alweer bijna vier jaar geleden (de Volkskrant 18 oktober 1991) heeft drs R.J. de Wit, voorzitter van de Raad van advies voor de ruimtelijke ordening, dit geschreven. De discussie over hoogbouw duurt voort.

De bestuurders van Amsterdam zouden wel gek zijn als ze hoogbouw of halfhoogbouw in de oude binnenstad zouden toelaten. Jammer genoeg zijn ze meer dan eens zo gek geweest. Maar geldt het ook voor de buitengebieden, Amsterdam Zuidoost en Buitenveldert? Is Zuid erop achteruit gegaan met het WTC, het Atrium en de Stibbetoren? Zal Zuidoost beter af zijn als de bouwgrond daar wordt bedekt met industrie- en kantoorgebouwen die min of meer geïnspireerd zijn op een platgelegde schoenendoos? Ik vind dat troosteloos, maar geef toe: Het is een kwestie van smaak.

Voorgegaan door Salvador Dalí wilden surrealistische schilders nog wel eens een vlakte op hun doek aanbrengen, die begrenzen door een haarscherpe horizon en dan lineaalrechte perspectieflijnen trekken. Dat diende als het decor voor hun voorstelling; op die manier kwam het eigenlijke object beter uit. Het 'gebied' van het schilderij schrompelde niet ineen maar kreeg er juist een extra wijdheid door. Dat het dan hun bedoeling was, een existentiële verlatenheid of de absurditeit in of van de waarneming zichtbaar te maken is een andere zaak. Hier gaat het om het accentueren van de ruimte. Gezelligheid is geen surrealistische categorie.

Zonder enig schildertalent kan iedereen zelf een proef nemen. Maak het tafelblad leeg en haal het kleed eraf. Neem een paar doosjes en/of flesjes, niet langer dan een centimeter of 15 en zet die met op hun korte kant aan de rand van de tafel. Ga zelf naar de andere kant, kniel of buk tot het tafelblad op ooghoogte is en kijk naar de 'horizon'. Is het tafelblad in oppervlak gekrompen? Geen sprake van. Het lijkt alsof het groter is geworden.

Zo kan ook hoogbouw in ons vlakke land werken. Het is niet gezegd dat het dit effect heeft maar het is mogelijk. Het probleem is dat je niet de proef op de som kunt nemen, want als zo'n toren er eenmaal staat wordt die de eerste halve eeuw niet afgebroken. Maar we hebben tegenwoordig de virtual reality tot hulpmiddel. Interessante resultaten daarvan zijn samengevat in een kleine verhandeling, Gevolgen van de Larmag-toren voor de Binnenstad, uitgegeven door de Amsterdamse Raad voor de Stedebouw.

En dan is er nog een vraagstuk. Of we willen of niet, er komen steeds meer mensen naar de Randstad. De natuur van de vlakkelanders schrijft voor dat ze in laagbouw willen wonen, het liefst met een eigen tuintje. Daarom is Almere zo'n geslaagde postmoderne Hollandse stad. Als de Markerwaard was drooggelegd hadden we nog zo'n stad kunnen bouwen. Maar nu wordt de grond in de Randstad schaars. Moeten we het Groene hart aantasten, het Westland gaan bebouwen? En dan: hoe? Doen de ruimtelijke ordenaren en stedebouwers wat de volk wil dan komt er meer laagbouw. Maar die mensen moeten werken. Voor veel kantoren in laagbouw is er niet voldoende grond en bovendien vraagt het bedrijfsleven concentratie. Dit betekent dat de kantoorbouw sowieso omhoog moet, naar de halve en de hele wolkenkrabber. Het gaat niet meer om de keuze van hoogte; alleen nog om de keuze van plaats.

Om me nog eens te overtuigen ben ik naar de Rembrandt Toren gegaan. Om de toren blaast een windkracht zes, zand knarst tussen je tanden want overal wordt nog gebouwd dat het een lieve lust is. Ik wist door te dringen tot de entree en werd daar tegengehouden door de bewaking die minzaam maar onverbiddelijk bewaakte. Dit houdt verband met de wettelijke aansprakelijkheid. Hoewel de marmeren vloer nog was afgedekt en hier en daar grote zeildoeken hingen was het al duidelijk dat deze entree niet kinderachtig is en evenmin bedoeld is om te laten zien wie er de baas is. Ik zou daar wel op de dertigste verdieping mijn stukjes willen tikken.

Hoog werken, laag wonen, dat is het compromis; het vraagstuk waarvoor de postmodere stedebouwers zich gesteld zien.

    • H.J.A. Hofland