Hang naar volledigheid

Jong Holland, nr 2 1995. Prijs ƒ 17,-

Aan het einde jaren vijftig ontwierp Gerrit Rietveld verscheidene vliegtuiginterieurs. De inrichting van de cabine en de vorm van de stoelen liggen natuurlijk grotendeels vast, zodat Rietveld zich concentreerde op het kleurenschema. Je moet er trouwens niet aan denken om gedurende een aantal uren veroordeeld te zijn tot een ascetische Rietveldstoel. Het was Rietveld er bij deze opdrachten om te doen door middel van de kleur een ruimtelijke totaalcompositie te scheppen. Hij ontwierp kleurcomposities voor de stoelen, de wanden en het plafond in zachte, grijzige pasteltinten, én in heldere complementaire kleuren (in een toelichting door hem 'complimentaire kleuren' genoemd) voor de Fokker 27 Friendship, en voor de Lockheed Electra, de Douglas DC 7 en de DC 8 van de KLM. Alleen het Fokkerinterieur is uitgevoerd.

Kunsthistoricus Ludo van Halem bericht uitvoerig over deze weinig bekende activiteiten van Rietveld in het laatste nummer van Jong Holland. Jong Holland, 'tijdschrift voor kunst en vormgeving na 1850', bestaat dit voorjaar 10 jaar. Het jubileumnummer is oogstrelend. Als thema werd 'kleurtoepassingen in het interieur' gekozen, omdat dit thema, aldus de redactie, 'zowel een prikkelend terrein van onderzoek vormt als de drie gebieden verenigt die Jong Holland gewoontegetrouw bestrijkt: beeldende kunst, architectuur en toegepaste kunst'. De extra dikke aflevering, 88 bladzijden, is rijkelijk in kleur geïllustreerd.

Het thema is ruim opgevat. De bijdragen variëren van een beschouwing over de kleurrijke objecten van de Amerikaanse Jessica Stockholder (1959) door Patricia van Ulzen en over 'kleur in musea' door Ronald de Leeuw, directeur van het Van Goghmuseum, tot essays over de bioscoopinterieurs van Jaap Gidding (onder andere Tuschinski, 1921) en de polychromie in negentiende-eeuwse Nederlandse kerkgebouwen. Ook zijn enkele kunstenaarsbijdragen, van Piet Dirkx en van Joep van Lieshout in samenwerking met Klaar van der Lippe, opgenomen.

Nu Jong Holland er zo verleidelijk uitziet, valt het des te meer op hoe taai en ontoegankelijk het tijdschrift is wat inhoud betreft. De vaak zeer lange artikelen staan vol met kunsthistorische feitjes die er misschien een wetenschappelijk cachet aan verlenen, maar die lang niet altijd noodzakelijk zijn voor het betoog. Deze hang naar volledigheid maakt het lezen niet bepaald tot een plezierige bezigheid. Aan de onderwerpen ligt het niet, die zijn vaak boeiend en origineel. Wat jammer dat Jong Holland er niet beter in slaagt ze op een leesbare manier onder de aandacht te brengen.