Een bron van vreugde

In het dorp op de Veluwe kost het geen moeite de plek terug te vinden. Hier, op de hoek bij de beukenlaan, moet de muziektent hebben gestaan. Nadat de Duitsers waren vertrokken, was dit twee, drie dagen lang de plaats waar iedereen bijeenkwam. Zolang de fanfare speelde, heerste er feestvreugde. De meisjes met de zwarte kousen, de boerenknechten en de slager dansten in het rond met mensen die ik nooit eerder had gezien. Het was een prachtig gezicht, maar Koert keek er misprijzend naar. 'Wat ze hier doen is gewoon maar hossen', zei hij. 'Later in de stad zal ik je weleens laten zien wat dansen is.'

Van de muziektent zijn de sporen uitgewist, maar in de omtrek bleef alles bij het oude. Achter de hoge bomen ligt de villa die dienst deed als Krankenhaus, een kliniek voor Duitse militairen. Meestal bleef ik er een beetje uit de buurt, al had Koerts moeder gezegd dat een onderduiker met rossig haar nergens bang voor hoefde te zijn. Het rommelige terrein daarnaast was vroeger een boomgaard; ergens tussen de stammen stond de schuur die nog een tijdje onderdak bood aan een paar Engelsen. Even verder, op de asfaltweg naar de boerderij, werd in de laatste uren van de oorlog een Canadees doodgeschoten. Hij was nog jong en had zo'n aardig gezicht, werd er gezegd.

De wandeling eindigt bij een bocht in de weg. Daar is alles nog net als toen - de reusachtige eik, de rij leilinden en erachter het witgepleisterde huis waar het leven na de bevrijding maar weinig veranderde. Tot we een paar jaar later, aan het eind van een lange dag, in Arnhem Great Expectations gingen zien. Na die avond zag alles er anders uit. Er kon nog veel misgaan, maar opeens leek dat niet meer zo erg. Het witte doek, een licht venster in het duister, had mijn ogen geopend voor onvermoede vergezichten, voor nieuwe mogelijkheden. Nog lang veroorzaakten die een onbezorgd gevoel; wie regelmatig een film zag, moest wel onkwetsbaar zijn.

Sindsdien had ik er alles voor over dit stadium te bereiken. Toch bleef bioscoopbezoek nog lang iets uitzonderlijks, een buitenissig uitstapje waarvoor obstakels moesten worden overwonnen. Maar juist deze voorbereidingen gaven bijzondere glans aan de dagen dat het er eindelijk van kwam.

Sommige staan me nog helder voor de geest: de uren van ledigheid voor het tijd is te vertrekken, op de fiets door de stille straten van de nieuwe woonplaats, een kaartje kopen bij de kassa ('eenmaal parterre graag') en dan een kort samenzijn met de ouvreuse die een plaats aanwijst op de derde rij - een magisch moment waarop alles in orde lijkt met de wereld.Twintig minuten later, na een korte pauze, wijken de gordijnen voor het beeld van een fier brullende leeuw, zoals ik weet een teken dat er iets uitzonderlijks zal volgen. Ook ditmaal wordt de verwachting niet beschaamd. De eerste beelden van On the Town tonen een oorlogsschip dat ligt afgemeerd in de Newyorkse haven. Om 6 uur in de ochtend, de dag is nog maar net begonnen, komen Frank Sinatra, Gene Kelly en een derde matroos de loopplank af; al voor de kade is bereikt, zingen zij al uit volle borst New York New York, it's a wonderful town. Een zoektocht naar vrouwen en vertier voert hen dan naar de Empire State Building, een concertzaal en het Natuurhistorisch Museum, een instelling waar ze contact leggen met de langbenige antropologe Ann Miller. Geruime tijd daarna kijk ik, biddend dat het nog even door mag gaan, op mijn horloge. Gelukkig, we hebben zeker nog een half uur respijt; meer dan genoeg, zo zal even later blijken, voor een compleet ballet.

Als na zo'n middag de euforie was verdwenen, restte een gevoel van onmacht. Hoe viel ooit duidelijk te maken wat ik net had gezien? Op de vraag hoe de film was geweest, moest het antwoord dan ook kort zijn: 'Oh, wel leuk'. De dingen die je beleefde in de bioscoop waren van een andere orde, daarbuiten was het leven vlakker, minder kleurig en ook gewoner. Toch lag de nadruk nog lange tijd op wat daar gebeurde; huiswerk, examens en een nette opvoeding lieten wat dit betreft geen keus. Pas nadat deze barrières waren gepasseerd, kon de bioscoop zijn invloed ten volle doen gelden.

Dit had ingrijpende consequenties. Van toen af aan waren er twee sporen te volgen, zodat het noodzakelijk werd een dubbele agenda bij te houden. De eerste, achteraf gezien het Master Plan, ging uit van de films die in roulatie kwamen, de tweede was bestemd voor de tijd die overbleef, de bezigheden van alledag. Deze aanpak maakte het relatief eenvoudig afspraken en uitstapjes af te stemmen op aanvangsuren en, in een latere fase, vakanties op première-data. Functionerend op twee niveaus, was het mogelijk een op het oog normaal lid van de maatschappij te blijven. Slechts een enkeling zal hebben vermoed dat ik, volgens afspraak aanwezig op bijeenkomsten en vergaderingen, in gedachten al verkeerde bij Belle de Jour. Of anders wel bij Riot in Cell Block 11, een film die al over een uur begon.

Niettemin bleef er aanleiding tot onzekerheid. Die was vooral voelbaar als de voorstellingen op een willekeurig ogenblik werden onderbroken voor een pauze, een verschrikkelijke Nederlandse gewoonte die me in een periode van veertig jaar zeker 1300 uur heeft gekost. Met de reclamefilms erbij bedraagt het aantal verloren uren, voorzichtig geschat, meer dan 2600. Omgerekend komt dit neer op ruim 108 etmalen van gedwongen ledigheid.

Het grootste deel daarvan werd, ook vroeger al, doorgebracht op plekken die een wonderlijk gevoel van treurigheid veroorzaakten. Soms leidde dit tot overpeinzingen over alle tegenvallende, vervelende en mislukte hoofdfilms die ik tot dan toe had gezien. Als vanzelf dienden zich daarop pijnlijke vragen aan. Wat had ik in die verspilde tijd niet voor nuttigs kunnen doen? Hoeveel boeken bleven er op deze manier ongelezen, hoeveel steden ongezien, welke ambities onvervuld?Maar de wroeging over gemiste kansen duurde nooit lang. Het moest wel gek lopen als één film van Alfred Hitchcock, John Huston of Stanley Kubrick niet voldoende was om zulke gevoelens uit te bannen. Ook nu nog lijkt een leven zonder Vertigo, The Maltese Falcon, Dr. Strangelove of 2001: A Space Odyssey moeilijk voorstelbaar. En hoe zou ik zonder al die uren in het donker hebben geweten wat er gebeurde bij de O.K. Coral, laat staan hoe het afliep toen William Holden, Ernest Borgnine en de rest van The Wild Bunch de Rio Grande overtrokken naar Mexico?

Veel van de mooiste films die ik sinds Great Expectations zag, waren gemaakt in Europa; een aantal andere kwam uit landen als Japan en India. Toch waren het de films van Hollywood die mijn leven bepaalden. Dat kan ook moeilijk anders: ze vormden een onuitputtelijke bron van vreugde en avontuur, van opwinding en vervoering die vijftig jaar geleden, alsof er een wonder gebeurde, de grauwheid verjoeg. Opeens was er licht, kleur en muziek. En, alsof dat nog niet genoeg was, bracht de leeuw van MGM ons Vera-Ellen, het blonde visioen dat Gene Kelly naar hoger sferen voerde op zijn vrije dag in On the Town. Weken na dato zweefde haar beeld nog voor mijn ogen - een lichtvoetig meisje met pluimen op haar hoed en een zwart-rood rokje, dansend door de straten van New York. Zo kon het leven ook zijn, niet alleen Kelly wist dat nu.

Wie eenmaal zo'n ontdekking heeft gedaan, blijft open staan voor nieuwe. Vol verwachting koop ik nog steeds een kaartje. En als twee uur later de zaal leegstroomt, geven de affiches bij de uitgang aan dat het beste nog moet komen. Misschien volgende week, of anders kort daarna.