Een brief met honger

Kees Jan Bender en Hans Heesen: Camembert. Ill. Sandra Klaassen. Uitg. Holland. 127 pag. Vanaf 5 jaar. Prijs ƒ 24,90.

'Camembert! Camembeee-ert!': een vreemde roepnaam, zelfs voor een muizejong. De muizemoeder schreeuwt haar keel schor. Haar zoon is genoemd naar zijn lievelingskaas. Eigenlijk 'doen muizen niet aan namen', maar deze muis is zo ondernemend dat zijn ouders wel iets moesten verzinnen om hem te roepen voor het eten en als het bedtijd is. In de (jeugd)literatuur wordt het bekende vaak bijzonder door een nieuwe, andere manier van kijken. In Camembert van Kees Jan Bender en Hans Heesen wordt Nederland gezien door de ogen van het muizejongetje en zijn wat zonderlinge mensenvriend. Zij reizen van Den Haag naar het Friese dorp Buitenpost. Op een kaart voorin dit lichte, vrolijke voorleesboek voor kinderen vanaf een jaar of vijf zijn hun vele omzwervingen en belevenissen nog eens extra goed te volgen. Dit kleinschalige, ontroerende reisavontuur doet denken aan de tocht door Amsterdam van de familie Blom in Wiplala van Annie M.G. Schmidt.

De muizen wonen aanvankelijk in het paradijs, de kaashandel van meneer en mevrouw Van Heek in Zwolle. Camembert gaat graag naar de zolder. Daar liggen een atlas, een encyclopedie en een stapel avonturenboeken, over 'Ko Lumbus' en Robinson Crusoë. Omdat hij avonturier wil worden, kuiert Camembert graag over de kaarten in de atlas. Zodoende kent hij zelfs de weg in Bosnië. Ook leert hij allerlei overlevingstechnieken uit zijn hoofd. Die kennis komt goed van pas als de muizen uit hun paradijs verjaagd worden door de verhuizing van de Van Heeks naar bejaardentehuis Het Hoge Noorden. De nieuwe winkelier zal twee katten meebrengen.

De perfecte wijze van ontsnapping vindt Camembert in zijn encyclopedie bij het lemma 'De Groot, Hugo'. 'Als hij ooit zijn levensverhaal nog eens op papier stelt, staat een boekenkist beter dan een verstelmand'; terwijl zijn ouders een veilig heenkomen zoeken tussen lapjes en bollen wol, kiest Camembert stoer voor wat nog het meest op een boekenkist lijkt: een doos oude kranten. Een doos die dus niet meeverhuist.

Op de krasserige zwart-wit tekeningen van Sandra Klaassen is dan een vermoeid muisje te zien, zorgelijk in slaap gevallen met Het Nieuwsblad als dekentje. Ook het intelligente plan dat de volgende morgen brengt, is nog eens extra goed te zien op de tekeningen. Er spreekt eenzelfde gevoel voor humor uit tekst en tekeningen, die daardoor een hechte eenheid vormen.

Camembert stuurt zichzelf op, in een van de enveloppen die de post nog brengt voor de firma Van Heek. Maar omdat hij alleen de naam van het bejaardentehuis weet en niet het adres, belandt de brief bij de, inderdaad zeer tot de verbeelding sprekende, Dienst Onbestelbare Post in Den Haag. En zo geven de auteurs naast topografische en geschiedkundige kennis op eenzelfde speelse manier ook nog wat voorlichting over een aspect van de huidige Nederlandse samenleving. In een paar zinnen slagen zij erin uit te leggen wat de DOP precies is. Zij bewijzen dat leerzaam ook leuk kan zijn.

Bij de DOP werkt de heer Hopman al zo lang dat iedereen denkt dat hij Dopman heet. Hij kent 'liefdesbrieven en scheldbrieven, bombrieven, troostbrieven, kladbrieven, nieuwjaarsbrieven, kettingbrieven, gesproken brieven, bedelbrieven, afscheidsbrieven en spiekbriefjes', maar dit is de eerste brief die hij tegenkomt die piept dat hij honger heeft. Herman Hopman is een tragisch figuur. Het is hem nog nooit gelukt een brief die terechtkwam bij de DOP te bezorgen. Samen met de muis zet hij dit keer alles op alles om de brief naar het juiste adres te brengen.

Camembert weet dat ze hiertoe het 'grootcertificaat van de Volleerd Ontbeerder' moeten halen. Ze onderwerpen zich aan een harde training. Ze douchen ijskoud (op de illustratie zit een rillende muis op de rand van een zeepbakje met naast zich het sterk behaarde, bibberende bovenlijf van Hopman). Ze hongeren en lopen honderd rondjes door de kamer met de kachel aan terwijl het zomer is. Camemberts kennis van zaken komt goed van pas: 'Niet doen' waarschuwt hij de heer Hopman als die even wil gaan zitten, 'dan krijgt de koperen ploert u te pakken.' Dankzij al deze oefening brengen zij hun lange reis uiteindelijk tot een goed, en toch verrassend einde.

Kees Jan Bender en Hans Heesen beschikken over een ongebreidelde fantasie, maar alle hun kleine grapjes en onverwachte wendingen hebben een plaats gevonden in de hechte compositie. Camembert is echt een boek om voor te lezen tijdens de vakantie, liefst in Frankrijk natuurlijk.