DOUGLAS HURD; Rasdiplomaat en Europeaan

Europa is een dans met vele partners, zei Douglas Hurd gisteren tegen deze krant. Hijzelf is na zes jaar uitgedanst. De recente geruchten in Britse kranten over zijn naderende aftreden werden vandaag in de vroege middag bevestigd. Dat was een dag nadat premier Major zijn politieke toekomst in de waagschaal had gelegd door af te treden als voorzitter van de Conservatieve partij en eveneens een dag nadat Hurd in een vraaggesprek met onder anderen de correspondent van deze krant de speculaties als “roddels” had afgedaan: “Ze schrijven al eeuwen dat Hurd zal vertrekken.”

Over Hurds aftreden doen al geruime tijd speculaties de ronde. De 65-jarige minister - het meest ervaren lid van Majors kabinet - zou willen aftreden om meer tijd te kunnen doorbrengen met zijn ernstig zieke broer en met de nog jonge kinderen uit zijn tweede huwelijk. Hij zou ook weer willen schrijven. Hurd is de auteur van zeven romans en detectives. Het tijdstip van het ontslag echter houdt zonder twijfel verband met de beslissing van Major van gisteren. De pro-Europese Hurd heeft zijn chef steeds door dik en dun gesteund in diens guerrilla tegen de anti-Europeanen in eigen kring.

Het afscheid van Hurd moet er een met veel pijn in het hart zijn, want Buitenlandse Zaken was zijn hobby. Toen in 1990 Thatcher aftrad, was Hurd even een potentiële opvolger. Tot zijn opluchting werd het Major: het Foreign Office lag hem beter.

Hurd is een een Tory in hart en nieren. Zijn vader en grootvader waren eenentwintig respectievelijk negentien jaar parlementslid. Hij is bovendien een beroepsdiplomaat, een Britse beroepsdiplomaat wel te verstaan, met het flegma, de onverstoorbaarheid en de stiff upper lip die daarbij horen. Soms oogt hij als een beminnelijk reliek uit een ver verleden, toen de Conservatieve Partij nog werd bevolkt door uitsluitend leden van de hogere klassen: zijn pakken zijn altijd ouderwets, elke haar ligt op zijn plaats, de pochet ontbreekt nooit, zijn loden overjas herinnert aan een mode van decennia her en zijn manieren zijn elegant en patricisch.

Hij is - natuurlijk - opgeleid in Cambridge en Eton, waar hij in de diplomatieke rollenspelletjes die daar gangbaar waren al steevast voor minister van buitenlandse zaken speelde en waar hij de bijnaam Hitler Hurd kreeg wegens de stokslagen die hij jongere studenten uitdeelde wegens overtredingen. Vanaf 1952 zijn diplomatieke functies (in Peking, Rome en New York) en posten in de regering (hij was vanaf 1979 achtereenvolgens onderminister van buiten- en binnenlandse zaken, minister voor Noord-Ierland en binnenlandse zaken) opstapjes geweest naar de verwezenlijking van zijn droom in 1989: het ministerschap van buitenlandse zaken.

Hurds pech was dat Buitenlandse Zaken na Thatchers val inhoudelijk vooral in handen van Major kwam te liggen: die speelde, naarmate de agenda meer door Europese zaken werd bepaald, steeds duidelijker de eerste viool, met Hurd als bekwaam uitvoerder, zij het een met een Rolls Royce mind, zoals een van zijn ambtenaren het eens heeft uitgedrukt. Maar Hurds geluk was dat hij het zo goed met zijn chef heeft kunnen vinden dat hij uiteindelijk het tijdstip van zijn aftreden van Major heeft laten afhangen.