Directeur Sanders wil quitte spelen met Concertgebouw; 'Belegger moet ons aandeel niet kopen'

Het Concertgebouw N.V. is een van de oudste beursgenoteerde ondernemingen van Nederland. Winst wordt er niet gemaakt, dividend wordt nooit uitgekeerd en de directeur raadt ten sterkste af om een aandeel te kopen. Dit jaar staat de directie voor een niet geringe opgave: er moet quitte worden gespeeld. Portret van een bedrijf dat geen bedrijf wil zijn.

AMSTERDAM, 23 JUNI. Bokswedstrijden en hardrockfestivals komen er bij hem niet meer in. Niet dat de extra inkomsten niet welkom zouden zijn om de begroting aan te vullen, maar het Concertgebouw is nu eenmaal geen partycentrum, vindt hij. “Je gebouw gaat er aan kapot.”

Hij herinnert zich hoe hij het pand begin jaren tachtig aantrof. “Volledig opgegeten. In de wilde jaren zestig en zeventig werd het aan alles en iedereen verhuurd om maar gevrijwaard te blijven van subsidie en niet aan regels te worden onderworpen. Een deel van de entree was omgebouwd tot schoonmaakkast, in de verwarmingskelder stond een laag water en het niet meer al te stevige stucwerk aan het plafond was gemakshalve gesloopt. Ik heb wel eens met een verrekijker naar dat plafond zitten kijken, vreselijk.”

Martijn Sanders, sinds 1982 directeur van het inmiddels grondig gerenoveerde Concertgebouw, koestert 'zijn' concertzaal. Al door de telefoon verzekert hij dat het Concertgebouw N.V. géén bedrijf is. “We zijn een kunstinstelling.” Ter onderbouwing van zijn stelling vervolgt hij: “Tot 1988 was het Concertgebouw N.V. slechts de verhuurder van de zalen en konden orkesten en musici bij ons boeken. Dat leverde overlappingen èn lacunes op in de programmering: soms hadden we tweemaal in één week de zevende van Bruckner terwijl Jessye Norman of de Wiener Philharmoniker hier nooit kwamen. Dat kon de doorsnee impresario zich namelijk niet veroorloven. Een beroemd orkest kost een paar ton per avond. En dan hebben we het nog niet eens over de zaalhuur, die kan oplopen tot 20.000 gulden per avond. Zelfs als een impresario alle tweeduizend kaartjes à 100 gulden per stuk verkoopt, schiet hij er bij in.”

Om toch ook de groten op muziekgebied naar het Concertgebouw te krijgen, werd de Stichting Comité voor het Concertgebouw opgericht, die geld beschikbaar stelt voor het contracteren van wereldberoemde artiesten. Het Concertgebouw N.V. treedt nu bij 30 procent van alle concerten op als 'impresario' en bij 70 procent als zaalverhuurder, onder meer aan vaste klanten als het Concertgebouworkest (dat er zo'n 70 maal per jaar speelt en vrijwel dagelijks repeteert), het Nederlands Philharmonisch Orkest (55 uitvoeringen) en de Vara, dat er al dertig jaar op zaterdagmiddag de Vara-matinee organiseert. Wie de kleine zaal een avond wil huren, moet rekenen op 3500,- exclusief BTW, voor de grote zaal dient 15- à 20.000 gulden op tafel te worden gelegd. Ondanks de forse prijzen is er geen gebrek aan belangstelling van huurders: de komende twee seizoenen is de grote zaal al nagenoeg volgeboekt. Trots vertelt Sanders dat hij de laatste jaren onder meer Placido Domingo, Kiri Te Kanawa, Yo-Yo Ma en, al zes maal, Jessye Norman over de vloer heeft gehad. “U ziet wel, het Concertgebouw heeft louter artistieke doelen.”

Toch is het Concertgebouw N.V. een van de oudste beursgenoteerde ondernemingen van Nederland. Wat niet betekent dat zich op Beursplein 5 regelmatig hectische taferelen voordoen rond het aandeel Concertgebouw N.V.: de koers schommelt al jaren rond de 10.000 gulden en verhandeld wordt het aandeel vrijwel nooit. De beursnotering is louter folklore. De 152 aandeelhouders - veelal nazaten van notabelen die in 1882 bij de oprichting van de N.V. een aandeel kochten en zo de bouw van de concertzaal financierden - hebben nog nooit dividend gezien en dat zal zeer waarschijnlijk ook nooit gebeuren, aldus Sanders, die pas deze week tot zijn grote verrassing ontdekte dat de koers van het aandeel dagelijks onder het kopje incourante markt in de beurskolommen van de dagbladen verschijnt. “Ik raad mensen altijd ten zeerste af om ons aandeel te kopen. Als belegger heb je er niets aan.” De waarde van het aandeel zit 'm ergens anders, onthult Sanders: de aandeelhouders krijgen voorrang bij aanvraag van een abonnement.

Hoewel het Concertgebouw artistiek gezien floreert - het bezoekersaantal steeg vorig jaar met bijna 8 procent tot 688.000 en de inkomsten gingen met 16 procent omhoog - laat de begroting jaar in jaar uit, bij een omzet van ruim 11 miljoen gulden, een bescheiden gat van een paar ton zien. Dit jaar echter moet de N.V. quitte draaien, zo hebben Sanders en adjunct-directeur Erik Gerritsen zich tot taak gesteld. Geen eenvoudige missie, aangezien de aard van het Concertgebouw nogal wat kosten met zich meebrengt. Sanders: “Een oude zaal vergt veel onderhoud. Verder is het pand gebouwd in een tijd dat men nog niet op personeelskosten lette. De grote zaal heeft dertien deuren, bij alle dertien moet je mensen neerzetten. Ook zijn er verschillende garderobes en buffetruimtes.” Een garderobe, deur of buffet sluiten kan niet, vindt de directeur. “Er is geen concertzaal in Nederland waar bezoekers zoveel service verwachten als in het gerenommeerde Concertgebouw.”

De kunstinstelling annex bedrijf opereert op het scherp van de snede, aldus de directie. Van de 11,3 miljoen gulden die vorig jaar werd omgezet, ging 7,3 miljoen op aan de salarissen van de 86 vaste en 135 oproep-krachten. “Al onze kosten zijn vaste lasten, we kunnen ons dus geen enkele tegenvaller permitteren”, aldus Sanders. “Daar krijg ik wel eens buikpijn van.”

Om zoveel mogelijk inkomsten binnen te halen, is het Concertgebouw de laatste jaren veranderd in een volcontinu bedrijf. Overdag wordt er gerepeteerd en uitgevoerd, 's nachts worden podia gebouwd en afgebroken en wordt er schoongemaakt. Er zijn lunchconcerten, zaterdagmiddag- en zondagochtendconcerten en uitvoeringen die om 23.00 uur beginnen, zoals tijdens het Holland Festival. Ruimte om extra inkomsten te genereren is er niet meer, volgens Sanders en Gerritsen, en ook de prijs van de entreekaarten en voor het verhuur van de zalen zit aan de top.

Pag.14: 'We kunnen ons geen hoge salarissen permitteren'

“Dankzij de stijgende bezoekersaantallen kan het Concertgebouw het hoofd boven water houden, maar doet zich een calamiteit voor, dan zal de directie bij de gemeente moeten aankloppen voor meer subsidie”, aldus Gerritsen.

Sanders en Gerritsen troosten zich met de gedachte dat geen enkele belangrijke concertzaal in de wereld winst maakt en dat het Concertgebouw er gunstig uitspringt. Zo kreeg de Kölner Philharmonie vorig jaar 8,5 miljoen gulden subsidie, terwijl er 370 concerten werden gegeven en 600.000 bezoekers kwamen. Het Concertgebouw kreeg slechts 1,8 miljoen subsidie, organiseerde 636 concerten en ontving 688.000 bezoekers. “De gemeente Amsterdam zit voor een dubbeltje op de eerste rij”, concluderen Sanders en Gerritsen. “Zalen als De Doelen en Vredenburg krijgen drie tot vijf maal zoveel subsidie.”

De Concertgebouw-directieleden hebben zich, tegen wil en dank, ontpopt als rasechte zakenlieden. “We onderhandelen over de inkoop, dat wil zeggen artiesten, tot op het bod”, zegt Sanders. “We kunnen ons nu eenmaal geen fabuleuze honoraria permitteren, dat zou de programmering in gevaar brengen.” Geen enkele concertzaal in Nederland heeft zoveel sponsors weten aan te trekken als het Concertgebouw.

Tegen bedragen die variëren van 25.000 gulden tot 1,5 ton per avond pronken namen als KPN, Shell, Robeco Groep, Citibank, NCM, Rijnhaave, Rank Xerox en de Nederlandse Spoorwegen op de concert-affiches. “We koesteren onze sponsors”, zegt Sanders. “We voeren eindeloos gesprekken over hun wensen. Willen ze gasten uitnodigen? Zo ja, welke doelgroep? Aan een innovatief bedrijf koppelen we een moderne-concertserie, bij IBM zoek je iets Amerikaans. En Citibank sponsort natuurlijk het New York Philharmonic Orchestra.”

De wensen van de sponsor zijn wel aan strikte regels gebonden. Zo krijgt de sponsor op geen enkele manier invloed op het programma. “We stellen zelf het programma op en gaan dan op zoek naar een sponsor, die ja of nee kan zeggen”, legt Sanders uit. Binnen de muren van de zaal geldt voorts een absoluut verbod op sponsor-uiting en ten slotte heeft het bedrijf recht op maximaal 15 procent van de kaartjes, af te rekenen tegen kassaprijs. Na afloop kan er in de foyer een partijtje worden gegeven. Wederom tegen betaling. Sanders: “De sponsor krijgt dan van ons een offerte voor de catering. Zakelijk? Wie arm is, moet slim zijn.”