De wereld is een casco; K. Schippers' verdediging van de verbeelding

K. Schippers: De vermiste kindertekening. Uitg Querido, 152 blz. Prijs ƒ 34,50.

Loop je op een vrijdagavond deze krant door, nieuws en supplementen, en begin je aan een stuk van K. Schippers, dan volgt er zoiets als een kortsluiting. Nog in de volle vaart van criminaliteitsbestrijding en valutaschommelingen stuit je op een onderwerp zo nietig dat het bijna ongepast is - een foto uit de jaren zoveel, een vergeten kunstenaar, een expositie veel te ver van huis om ooit te kunnen zien. Je draaft in ongeduld de eerste regels langs, misschien staat daar waarom je dit toch echt zou moeten lezen, maar geen letter over doel of uitgangspunt. Je springt meteen maar over op het slot, daar staat misschien nog een conclusie, maar alweer, geen letter. Alles aan het stuk onttrekt zich aan je haast, je zucht naar nieuws en ordening. Dit is een krantestuk tegen het krantse lezen.

Schippers demonteert je overzicht over de werkelijkheid. Omdat, vandaar, waardoor en soortgelijke lijmstukken van de taal gebruikt hij bijna nooit. Hij legt geen dwingende verbanden, zoekt geen oorzaak en gevolg en maakt geen onderscheid tussen belangrijk en onbelangrijk. Hij kijkt. Hij ziet een vrouw op doek, een wenteltrap van onderen, een telefoonsysteem, en tekent daar zijn indrukken van op, ontspannen, op een argeloze toon waar nauwelijks aan af te lezen valt dat het hier eigenlijk een experiment betreft. Hij maakt collages, niet zo heel veel anders dan de modernisten van de schilderkunst ze sinds een jaar of tachtig maken. Op het spieraam van een krantepagina brengt hij fragmenten uit de wereld samen en verzoekt je mee te kijken. Niet te ordenen, te kijken.

Wat je dan kunt zien heeft Schippers in de loop van meer dan dertig jaar ontelbaar vaak proberen te verwoorden - juist misschien omdat het amper te verwoorden valt. Het zijn 'betrapte ogenblikken', zomaar uit de tijd getild. Ze zijn eenmalig en onnut, ze tonen enkel en alleen 'de afdrukken die iemand dag in, dag uit op zijn omgeving achterlaat tot ze verdwijnen, als een gedeukte rubberen bal die onverwachts weer in zijn bekendste vorm schiet'. Maar dat is juist hun waarde en hun schoonheid, ze zijn niet aangeraakt door de orde van de wereld. Je bekijkt ze, zegt Schippers, 'ongeveer zoals je een artikel in de krant in het midden begint om voorlopig aan de drijfveren van de schrijver te ontkomen'.

Onthecht

Opgenomen in zijn nieuwste bundel stukken, De vermiste kindertekening, overigens maar voor de helft in deze krant verschenen, valt er veel aan spanning uit die woorden weg. Hier zijn ze in hun eigen element. Maar meer dan in de krant wordt in die context voelbaar wat het is dat Schippers in die onbepaalde wereld zoekt. Of hij het heeft over de doeken van de Deense schilder Vilhelm Hammersh⊘i, de non-sites in het werk van Robert Smithson, de portretten van Lucian Freud of een tekening in zijn eigen herinnering, het gaat hem steeds om ruimte. Plekken ziet hij, kamers, leegtes, verten, niet het menselijke leven dat daar huizen kan. Hij kijkt - onthecht, wou ik zeggen, maar als modernist zou Schippers denk ik eerder spreken van concreet. Hij ziet een wereld als een casco, nog naar eigen wensen te stofferen.

Want dat is wat hij doet. Wanneer hij in het titelessay een kindertekening beschrijft, de enige vermoedelijk die vierhonderd jaar bewaard is gebleven, zij het op een schilderij van een volwassene, dan intrigeert hem niet alleen dat hier iets is te zien wat 'toen door iedereen onbelangrijk werd gevonden' maar vooral dat het ook net zo goed van nu had kunnen zijn. De fantasie van kinderen is kennelijk nog net als toen. Een leeg papier verandert in een poppetje, een lege speelplaats in een torentrans die gonst van strijd en dromen. Kinderen begoochelen de wereld, laat hij zien, en dan begint het tot je door te dringen dat hij zelf niet anders doet. De plekken waar hij over schrijft zijn eigenlijk al niet meer leeg, hij raakt ze aan met de verbeelding en betovert ze tot een domein van mogelijkheden.

Dat is waar het Schippers telkens weer om gaat, die toverij van de verbeelding - inclusief de zijne. In zijn woorden komt het kind dat de oude kindertekening gemaakt zou kunnen hebben over naar de twintigste eeuw om samen te vallen met het kind dat hij zelf is geweest.

Beschouwing loopt bij hem geruisloos over in verdichting en verdwijnt soms zelfs geheel in een verhaal, dat zelf dan ook weer over de verbeelding blijkt te gaan. 'Een wolk van steen' vertelt van een vader die zijn dochtertje van elf probeert te volgen in haar spelletjes. Wanneer het kind haar mooiste haarkam kwijtraakt beweegt hij hemel en aarde om haar rampspoed in te passen in een spel of een verhaal, in grootse avonturen van een haarkam - in alles wat het meisje de ontgoocheling besparen kan van reddeloos verlies. Zo is de macht van de verbeelding, ze verweert je tegen het onherroepelijke.

Dat die verdediging een bundel lang en zelfs een oeuvre lang nodig is, laat zien dat Schippers onderwijl geen vrolijk beeld heeft van de wereld. Daar heerst orde, daar zijn dingen onveranderlijk, daar eindigt alles in verlies en raakt een kindertekening vermist. Maar waar als dat mag zijn, en mooi terloops als hij het weet te zeggen, de gedachte heeft iets wonderlijk naïefs. Want tegelijk is het die vaste orde die de voorwaarden schept voor de verbeelding van die tekeningen - zoals ouders dat doen voor het spel van hun kinderen, de krant voor Schippers' eigen stukken. Juist die orde schept voor de verbeelding een vrijplaats.

Bij alle geest en charme van zijn stukken spijt het me wel eens dat Schippers voor die dubbelzinnigheid (nog onlangs magnifiek verwoord Dirk van Weeldens roman Oase) geen oog heeft. Hij trekt zich terug tussen de dingen en beneemt zijn werk de spanning van moraal en maatschappij, van menselijk verkeer. Je mist de krant.

UIT: K. SCHIPPERS, PORTRET VAN JUAN GRIS IN: DE VERMISTE KINDERTEKENING

Kijk eens naar een tafel, niet naar een lege, maar naar een overvolle, er is net ontbeten of al die glazen en borden en tabaksresten hebben aan het eind van de middag door een niet te herhalen vriendschapsritme hun plaats gekregen.

Laat het zo, ook die twee lege flessen en die gelezen krant, niet afruimen, er komt nog een late gast. Daar is hij al en na een korte groet begint hij langzaam om het stilleven heen te lopen. (-)

Hij staat stil en zonder dat hij iets aanraakt kijk je met hem mee en zie je dat op het houten blad vol nerven en verkleuringen geen ding afzonderlijk bestaat. Niets is netjes gescheiden van wat het meest nabij is. Hij drijft het samenzijn zo op de spits dat het ene voorwerp eigenschappen van het andere gaat overnemen.

Een krant verdwijnt in een servet. Een gitaar, een pakje tabak en een pijp lenen zich uit aan een tafelbouwwerk dat boven hun eigen talenten uitgaat.