De stuntkunst van Karlheinz Stockhausen

De geplande wereldpremière van het Helikopterkwartet van Stockhausen werd enige tijd geleden in Salzburg als een poging tot milieuverkrachting weggestemd. Maar in Amsterdam mag het wel; tolerant als we zijn. Het werd zelfs door Erik Voermans in Het Parool aangekondigd als 'het hoogtepunt van het Holland Festival'. Dit roept vragen op, die ook aan mij van links en rechts en van opzij gesteld worden.

Jan van Vlijmen, de festivaldirecteur, beschrijft het werk, dat op 26 juni in première gaat, als 'tot in de details doordacht. Het idee is simpel: vier musici in vier helikopters boven de stad.' En meer inhoudelijk: 'Het typisch tremolo-achtige geluid van de helikopters is een integrerend bestanddeel van de compositie. De musici spelen ook allemaal tremolo's.' (NRC Handelsblad 12 juni)

Stockhausen heeft al langer een uitgesproken voorkeur voor oorlogsgeluid. Zie ook het urenlange bommenwerpergeronk in Dienstag aus Licht, een vorige opera waarbij wij ons koninklijk goedgekeurd te pletter mochten vervelen. Want Stockhausen wil geen amusement, hij wil geloof, hij is een sekteleider. Dit keer moeten wij, een hele stad, geloven in het Vietnamgeluid van prachtige helikoptertremolo's. Apocalypse now over Amsterdam!

Kunstideologisch kan men in dit werk het 75 jaar oude en inmiddels volkomen doorgeroeste fietswiel van Marcel Duchamp knetterend boven de stad zien hangen. Letterlijk een hoogtepunt in de algemene gekte, een peperdure stunt. Ik zie in een oneindig laagland brede geldstromen vloeien, moet Stockhausen gedacht hebben.

Picasso sprak ooit een groot machtswoord uit: 'Een geslaagd kunstwerk is het resultaat van verworpen ideeën.' Dit scheppingsproces van trial and error is ook werkzaam in de wetenschap. Machtsuitoefening is onvergelijkbaar veel irrationeler. Kunst en wetenschap voeren vanouds oppositie tegen de macht, dat is hun natuurlijke opdracht. Wie die opdracht verraadt, wie kunst bedrijft voor macht en geld en publiciteit, is geen kunstenaar maar een carrion artist, een vuilnisbakartiest.

In het conceptualisme gaat het altijd om geld. Duchamp was woedend toen hij met eigen munt betaald werd: 'this is a cheque when I say so'. Een blikje Manzonistront kost 125.000 dollar, het neukende neon van Fuchs achteneenhalve ton. De tonnen subsidiegeld lagen al klaar voor het dumpen in zee van een hoogspanningsmast met tien ton brood, als niet de Raad van State de plaats had ingenomen van de verzamelde kunstdirecteuren en er een stokje voor had gestoken. Ga zo maar door: de vernietigde vleermuizenkolonie in Drenthe (om ons aan de holocaust te doen denken); een kattelijk boven een hoop nootmuskaat (om ons kolonialisme aan te klagen); een scheepslading tropisch hardhout om de muziekmoord op Rosa te kunnen plegen - alles met morele hoogstandjes aan de man gebracht, net als kunstschilder Heil Schickelgruber dat zo goed kon.

Omdat het tegenwoordig in de politiek een slecht seizoen is voor tirannen, komen ze op de kunst af. Als Kounellis drie geslachte bomen aan een strop in een Schönbergdecor hangt, bedoelt hij te zeggen: hou je bek want dit is ècht. Je kritisch oordeel slaat bij voorbaat te pletter op het beton van de werkelijkheid. Het kunstwrak-met-bidprentje van Rob Scholte. De geur van geld en mafia die rondom de trog van de Amsterdamse kunsten hang. (Dagelijks hàngt er al een helikopter boven mijn dak, Karlheinz!) Een stinkend moeras van krokodillen, van 'vondstenaars' (Hofland), een riool van carrion artists met frisse ideeën en één doel: geld. Kunst, waar is uw eer?

Wie voeling heeft met de stad weet dat inmiddels iedereen z'n buik vol heeft van de simpelmansideeën en de gesubsidieerde milieucriminaliteit. Behalve blijkbaar Jan van Vlijmen. Hij zal hier niet voor de rechter worden gedaagd. Dat is ook niet nodig. De rechtbank van de geschiedenis zal dit soort stuntkunst vanzelf uitspugen.

Maar Holland, let op uw saeck: een Festival dat voor tirannen zwicht, dan dooft pas echt das Licht!