CNV verliest hoger beroep in koppeling-zaak

DEN HAAG, 23 JUNI. Het kabinet hoeft dit jaar het wettelijk minimumloon en de sociale uitkeringen niet te koppelen aan de loonontwikkeling in het bedrijfsleven. Dat heeft het gerechtshof in Den Haag gisteren bepaald in het hoger beroep van een kort geding dat de vakcentrale CNV had aangespannen tegen de staat.

Het hof onderschrijft de uitspraak van de president van de rechtbank in Den Haag. “Het jaarlijkse onzekerheidscircus van wel of niet koppelen blijft helaas bestaan”, zei CNV-voorzitter Westerlaken in een reactie.

Volgens het CNV moet het kabinet op basis van de Wet Koppeling met Afwijkingsmogelijkheid (WKA) dit jaar de uitkeringen gelijk op laten gaan met de loonontwikkeling in het bedrijfsleven. Volgens de CNV-interpretatie van de WKA bepaalt de wet dat de koppeling moet doorgaan als lonen en uitkeringen zich in gunstige zin ontwikkelen en dat zou dit jaar voor het eerst in jaren het geval zijn.

Rechtbankpresident Van Delden wees die redenering eind vorig jaar al af. Volgens hem moet bij de beoordeling van de eis ook de parlementaire behandeling van de wet en de bedoeling ervan worden betrokken. Daarbij speelt de verhouding tussen werkenden en niet-werkenden een belangrijke rol, hoewel die niet in de wet voorkomt. Als ijkpunt is gekozen een zogenoemde I/A-ratio van 82,6: Als er op elke honderd werkenden 82,6 niet-werkenden zijn, dan gaat de koppeling door. Voor dit jaar was een I/A-ratio van 84,5 voorspeld.

Het kabinet heeft in april besloten de uitkeringen wel volledig te koppelen aan de loonontwikkeling, hoewel nog niet volledig wordt voldaan aan de vereiste I/A-ratio. Dit was voor het CNV een extra reden om ook voor dit jaar de koppeling met terugwerkende kracht te eisen. Herstel van de koppeling zou uitkeringsgerechtigden en minimumloners dit jaar een koopkrachtvoordeel van een half procent opleveren.

Het CNV overweegt om in cassatie te gaan.