'Brent Spar' was voor Greenpeace godsgeschenk

Na een periode van schisma's, teruglopende inkomsten en een wankelende ideologie lijkt de milieu-organisatie Greenpeace na de overwinning in de Brent Spar-zaak klaar voor de volgende uitdaging: de strijd tegen een nieuwe reeks Franse kernproeven in de Stille Oceaan.

Als in bombastische volzinnen David weer eens van Goliath wint en er “mythische overwinningen” worden geboekt, dan gaat het goed met Greenpeace. Het Duitse weekblad Die Zeit haalt deze week opnieuw de bijbelse figuren van stal om de beslissing van olie-gigant Shell het opslagplatform Brent Spar uiteindelijk niet in zee te laten afzinken, te voorzien van een historische lading. Voor Greenpeace komt het als manna uit de hemel, want de organisatie kampte de afgelopen jaren met teruglopende inkomsten, hooglopende ruzies, ontslagen en - als gevolg daarvan - een slechte pers, die de spiraal nog verder neerwaarts drukte.

Nu regent het opeens zegeningen: eergisteren de klinkende Brent Spar-overwinning en gisteren werd een doorbraak in de interne loopgravenoorlog over de benoeming van een nieuwe uitvoerend directeur van Greenpeace International, het overkoepelend orgaan dat is belast met opzet en uitvoering van acties. Dat wordt Thilo Bode - niet voor niets afkomstig uit Duitsland, het land waar de Brent Spar-zaak zo veel tumult heeft veroorzaakt. De 48-jarige Beierse econoom Bode staat al geruime tijd aan het hoofd van Greenpeace Duitsland. De organisatie lijkt nu de weg naar een volledig herstel van haar invloed en imago te kunnen inzetten. Greenpeace is klaar voor een volgende uitdaging: de strijd tegen een nieuwe reeks Franse kernproeven in de Stille Oceaan.

“Bode is een goede keuze”, zegt Geert Drieman, directeur van Greenpeace Nederland. “Hij is rustig, capabel en een goed organisator. Hij zal vasthouden aan de wegen die door Greenpeace zijn ingeslagen en de organisatie uitbreiden naar China, wat volgens ons een noodzaak is geworden.”

Toch is het nog een open vraag of hij ook rust zal kunnen brengen in de gelederen van de organisatie. Greenpeace was aan het begin van de jaren negentig in hoge mate het slachtoffer van haar eigen succes. De organisatie was in nog geen twintig jaar uitgegroeid van een handjevol activisten tegen de walvisvangst tot een conglomeraat van zelfstandige bureaus met een inkomen van in totaal ruim 200 miljoen gulden. Met dat geld werden behalve de aansprekende 'campagnes' tegen de jacht op walvissen en zeehondjes en tegen het dumpen van vaten met radioactief afval in zee ook acties ondernomen tegen water- en luchtvervuiling en kernenergie.

Bij bedrijven langs grote rivieren in Europa en daarbuiten werden bijvoorbeeld loosbuizen (tijdelijk) dichtgemaakt, Greenpeace'ers in witte overalls beklommen de schoorstenen en koeltorens van elektriciteitscentrales en rolden er hun spandoeken uit. Halverwege de jaren tachtig bereikte de aandacht voor Greenpeace zo een hoogtepunt.

Aan het eind van de jaren tachtig veranderde dat vrij abrupt. Met name in de Verenigde Staten verminderde het aantal donateurs fors, later gevolgd door Australië en Groot-Brittannië. De inkomsten van Greenpeace International daalden; uit de fors gegroeide organisatie moesten mensen verdwijnen. “Het was duidelijk dat in de VS en Groot-Brittannië de diepe economische recessie debet was aan de sterk verminderde inkomsten”, zegt Drieman. “Dat er mensen moesten verdwijnen deed natuurlijk pijn. Maar het kon niet anders, het budget moest worden aangepast.”

De voorstanders van 'harde acties' door Greenpeace klaagden over de toenemende bureaucratisering, de hiërarchische verhoudingen, de komst van 'managers' uit het bedrijfsleven op hoge posten en de grote en goeiende aandacht die 'zachte acties' zoals politiek lobbywerk kregen. De leiding was in handen gekomen van directeuren, die een 'managementteam' vormen en die vergaderen over 'produkten'. Binnen de organisatie werd dan ook steeds meer gekankerd over het toenemende aantal onderwerpen dat de milieuorganisatie bezighield. Een vleugel wilde dan ook dat Greenpeace een deel van de onderwerpen waarop de organisatie zijn pijlen richtte aan andere actiegroepen over zou laten.

Dat vond ook David McTaggart, een Greenpeace-man van het eerste uur die in de jaren zestig faam maakte door met een zeiljacht Franse kernproeven in de Stille Oceaan te dwarsbomen. Als gezaghebbend erelid mengde hij zich in 1992 in de strijd door op te merken dat acties tegen honger, overbevolking en politieke gevangen niet behoorden tot de core business van de organisatie. Greenpeace was immers in het leven geroepen voor de bescherming van het milieu, met internationale acties door een internationale organisatie.

McTaggart steunde wonderlijk genoeg wel de kandidatuur van Thilo Bode voor het directeurschap van Greenpeace International, terwijl deze zeer duidelijk ook de 'softe' kant van Greenpeace zegt te willen uitbouwen. Hij is voorstander van het aandragen van 'redelijke oplossingen' voor milieuproblemen. Op zijn initatief ontwikkelde Greenpeace een ijskast zonder CFK's, die de ozonlaag aantasten. Bode wil ook voortdurend in gesprek blijven met bedrijven, traditioneel de grote vijanden van Greenpeace.

Maar Bode zal na de strijd over de Brent Spar niet meer om de voorstanders van 'harde actie' heen kunnen. Volgens McTaggart moet Greenpeace vasthouden aan enkele duidelijke en herkenbare doelen om de publieke opinie in beweging te houden. Zo'n doel bleek de Brent Spar, dit jaar als object voor een Greenpeace-campagne werd aangedragen door Hans van Rooij, oud directeur van Greenpeace Nederland en vóór deze functie werkzaam bij het bergingsbedrijf Smit Tak (en kortgeleden van Greenpeace weer overgestapt naar Wijsmuller).

Dat de 'Spar' als campagneobject door een aanvankelijk tegenstribbelend Greenpeace werd overgenomen en met succes werd afgerond, is winst voor de voorstanders van actie. Maar deze kunnen er op hun beurt weer niet omheen dat er zonder hulp van Greenpeace Duitsland überhaupt geen succes was geweest.

De eerste grote testcase of Bode de samenhang in de organisatie goed ziet, wordt een actie tegen de hervatting van ondergrondse kernproeven door Frankrijk op Mururoa deze zomer. “Greenpeace blijft een actiegroep”, zegt Drieman, “dat staat buiten kijf. Bode kent het actiegebied heel goed. Ook hij heeft zijn leven wel eens op het spel gezet. Maar er zijn aan Greenpeace dimensies toegevoegd die niet meer weg te denken zijn, zoals politiek lobbyen. Die dimensies blijven.”