Beroering over 'harde klappen en lichte plofjes' kernwapens

Het Franse besluit om tot mei volgend jaar acht kernproeven in de Stille Oceaan te houden en daarmee het sinds 1992 bestaande moratorium te doorbreken heeft niet alleen de - geografisch bepaalde - woede van Australië, Japan, Nieuw-Zeeland en Greenpeace gewekt. Bij de ontwapeningsconferentie in Genève, waar diplomaten onderhandelen om in september 1996 een stopzetting van alle kernproeven overeen te komen, worden dezer dagen “zure verklaringen afgeschoten”.

“Ik kom net van een zitting waar de Zwitsers Frankrijk aanvielen”, zegt een Westerse ambassadeur bij de Geneefse ontwapeningsconferentie. “En de Fransen hebben er intern ook wel moeite mee. Het besluit komt niet als een verrassing omdat mijn Franse collega al in januari vorig jaar had gewaarschuwd dat Frankrijk mogelijk nog een paar proeven moest gaan nemen. Maar dit is niet goed voor de onderhandelingen.” Volgens hem vreest ook de Australische ambassadeur een “verslechtering van de onderhandelingen”, al put deze hoop uit de Franse verzekering het kernstopverdrag in september volgend jaar hoe dan ook te tekenen.

Inmiddels is bekend geworden dat er binnen de Amerikaanse regering, en vooral op het ministerie van defensie, over wordt gedacht om nà sluiting van dit verdrag toch nog lichtere nucleaire testen of “experimenten” uit te voeren. Vallen deze Franse en Amerikaanse stappen te rijmen met de onbepaalde verlenging van het Non-proliferatieverdrag (NPV) uit 1970 tegen de verspreiding van kernwapens, vorige maand in New York?

Het NPV voorziet erin dat niet-kernwapenstaten blijvend afzien van nucleaire wapens, terwijl de vijf bezitters - de Verenigde Staten, Rusland, China, Groot-Brittannië en Frankrijk - streven naar ontwapening. Op de verlengingsconferentie van de 178 NPV-lidstaten vorige maand keerde een grote hoeveelheid niet-gebonden landen zich aanvankelijk tegen permanente verlenging van het verdrag, vooral omdat de kernwapenstaten in hun ogen niet genoeg hebben ontwapend. Juist Frankrijk als voorzitter van de Europese Unie en de VS vervulden een hoofdrol bij het breken van deze oppositie met onder meer de belofte van de kernwapenstaten in 1996 een kernstopverdrag te sluiten.

Sommige waarnemers vrezen nu dat niet-kernwapenlanden zich een maand later bekocht zullen voelen en dat zij alleen al door het Franse besluit gestimuleerd worden in hun eventuele nucleaire ambities, en de 'drempellanden' en potentiële kernwapenlanden Israel, India en Pakistan mogelijk evenzeer.

“Het ondermijnt de geest van het NPV. Het is duidelijk dat president Chirac een andere plaats voor Frankrijk als kernwapenmacht in gedachten heeft dan zijn voorganger Mitterrand”, zegt een Westerse ontwapeningsambassadeur in Genève. “Maar het is niet strijdig met wat vorige maand in New York bij de verlenging van het NPV is afgesproken: kernproeven nemen màg ondanks het moratorium [waar alleen China niet aan meedoet], wel moet uiterste terughoudendheid worden betracht tot aan de inwerkingtreding van een kernstopverdrag.”

Geneefse diplomaten onderstrepen dat het Franse besluit en de bezinning binnen de Amerikaanse regering twee verschillen zaken behelzen. “Harde klappen en lichte plofjes”, zegt de Westerse ambassadeur. “De Fransen beloven in 1996 het kernstopverdrag te tekenen en zeggen dat ze dat alleen kunnen als ze nu deze acht proeven doen. Zij willen de gegevens hebben om daarna met simulaties hun bestaande kernwapenarsenalen op peil te kunnen houden: veilig, betrouwbaar en bruikklaar.”

De Fransen ontkennen dat ze de gegevens willen gebruiken voor een modernisering van hun nucleaire arsenaal, zoals tegenstanders opperen. “De andere kernwapenstaten hebben kennelijk voldoende gegevens”, zegt een diplomaat in Genève.

Het interne, uitgelekte debat in de Amerikaanse regering gaat niet over de hervatting van kernwapenproeven, maar over de inhoud van het toekomstige kernstopverdrag: “Hoe groot mag het plofje nog zijn van de bestaande wapens? Moet iedereen terug naar nul, mag je nog een kleine hoeveelheid tot vier pounds (1,8 kilogram) TNT in laboratoria testen of méér?”, zegt de Geneefse diplomaat.

Deze vraag heeft verdeeldheid binnen de regering-Clinton aan het licht gebracht: het Pentagon zou voorstander zijn van lichtere experimenten met een explosieve kracht 500.000 kilo TNT op het terrein voor kernproeven in Nevada om het bestaande arsenaal veilig te houden. Maar ambtenaren van het ministerie van energie en het bureau voor wapenbeheersing en ontwapening zijn tegen zulke proeven; en veel ontwapeningsdeskundigen evenzeer.

Deze ambivalentie binnen de Amerikaanse regering sprak in januari van dit jaar ook al uit een memorandum van president Clinton waarin hij aandringt op een snelle totstandkoming van een kernstopverdrag, maar er tegelijkertijd op wijst dat dit “geen activiteiten moet verbieden die nodig zijn om de veiligheid en betrouwbaarheid van onze nucleaire voorraad te behouden”.

“De Amerikanen zijn met een ingewikkelde maar onvermijdelijke discussie bezig. Die gaat eigenlijk over de verdragsonderhandelingen”, zegt de Westerse ambassadeur in Genève. “Het is een noodzakelijke stap, waarbij interne veiligheidspolitieke argumenten een rol spelen. De uitkomst van dit debat wordt hier in Genève hun positie.”

Westerse diplomaten verwachten dat de discussie ook in breder verband op gang zal komen: “Wat gaat het kernstopverdrag verbieden? Sommigen zeggen: alle explosies. Maar wat is dan een explosie? Is die klein of groot? Sommigen willen betrouwbaarheidstesten doen, anderen willen àlle testen verbieden, ook de simulaties. Weer anderen willen kleine plofjes.”

De Srilankese ontwapeningsdeskundige Jayantha Dhanapala, voorzitter van de NPV-conferentie in New York vorige maand, heeft zich al in het publieke debat gemengd. Hij zei vorige week “verontrustende berichten te horen over een drempel-kernstopverdrag dat ons wordt opgedrongen in de vermomming” van algeheel kernstopverdrag. Volgens hem zou zo'n stap de niet-kernwapenstaten slechts bevestigen in hun verdenkingen dat de vijf bezitters van kernwapens alleen door hun “politiek opportunisme” worden gedreven.