Bastiënne Kramer

T/m 8 juli in galerie Delcourt van Krimpen, Fokke Simonszstr. 8 Amsterdam, do t/m za 13-17u., zo 2 juli 14-17u. Prijzen: 30 tot 2500 gld.

'Networking' luidt de titel van de presentatie die Bastiënne Kramer (1961) heeft in sieraden- en vormgevingsgalerie Delcourt van Krimpen. De term slaat niet op dat wat ambitieuze mensen doen tijdens borrels met vakgenoten, maar op een eenvoudig boodschappennetje. Zo'n netje van kunststof met twee leren hengsels eraan hangt aan het plafond, en de inhoud bestaat uit drie u-vormige tl-lampen. Het geheel is via een provisorisch uitziende draad met het elektriciteitsnet verbonden. Die nonchalance is schijn: Kramers installaties en objecten zijn altijd helder van vorm, en geven precies aan wat hun functie is. Veel van haar werk is met een knipoog gemaakt; bijvoorbeeld Cocoon, een in de vloer verzonken duikboot-cabine die ze drie jaar geleden maakte in de huiskamer van de tijdelijke expositieruimte Welcome Stranger. Verderop in galerie Delcourt hangt de Eco-lamp (eco staat voor economy), bestaande uit zes verticale tl-buizen in lila, oranje, roze en lichtgroen. Ze worden bijeengehouden door een simpel stuk tape. Kramer maakt gebruik van de meest uiteenlopende materialen, en schuwt daarbij 'oubollige' basismaterialen niet. Van kralen matjes die autostoelen comfortabeler maken, knoopte ze een broek en jas die ze Taxidriver suit noemt. Een paar jaar geleden maakte ze paardebenen uit klei, nu exposeert ze serviesgoed van dezelfde grondstof. De dekschaal heeft de vorm van een horizontaal doormidden gesneden auto van ongeveer veertig centimeter, de slakom is immens en staat op een alweer provisorisch ogende driepoot. Twee aan elkaar gesmede gezichten vormen een bierpul, en onder de borrelglaasjes is gewoon een stuk platte klei geplakt zodat de wiebelige dingen kunnen staan. Kramers servies vind ik ronduit lelijk, maar ik heb er erg om moeten lachen.