Amsterdam gaat slechte basisscholen bestraffen

AMSTERDAM, 23 JUNI. De gemeente Amsterdam gaat de prestaties van basisscholen straffen en belonen met (het intrekken van) geld voor het onderwijsvoorrangsbeleid. Binnenkort zullen de gemeente, de stadsdelen en de besturen van scholen voor bijzonder onderwijs hiertoe een stedelijke bestuursovereenkomst tekenen, zo heeft wethouder J. van der Aa (onderwijs) gisteren meegedeeld.

De scholen en de gemeente hebben zich ten doel gesteld de prestaties van Amsterdamse leerlingen in overeenstemming te brengen met het landelijk gemiddelde. IJkpunt voor de vergelijking is het resultaat bij de CITO-eindtoets van 1995. De leerlingen in de hoofdstad scoren gemiddeld ver onder het landelijk gemiddelde bij de CITO-toets. Vanaf volgend schooljaar is op elke Amsterdamse school een 'meting' verplicht. Waarschijnlijk wordt dat de CITO-toets, aldus Van der Aa.

Tevens wordt ter bewaking van het niveau een geautomatiseerd 'leerlingvolgsysteem' ingevoerd. In de overeenkomst stellen de partijen zich verder ten doel de tussentijdse schooluitval - in Amsterdam zo'n negenduizend leerlingen per jaar, waarvan 1.500 'echte drop-outs' - terug te brengen.

“Scholen die verwijtbaar in gebreke blijven kunnen per stadsdeel worden gekort op onderwijsvoorrangsgelden”, aldus Van der Aa. Het 'boetebedrag' zal worden gesluisd naar scholen die wel goede resultaten behalen. Amsterdam krijgt dertig miljoen gulden per jaar om structurele leerachterstand te bestrijden. Scholen kunnen volgens Van der Aa niet wijzen op hun grote aantal allochtone leerlingen als onoverkomelijk probleem. Van de Amsterdamse scholieren is 55 procent allochtoon. Dertig procent van de 230 basisscholen wordt als een 'zwarte school' beschouwd.