'Agressie-gen' werkt ook bij muizen

ROTTERDAM, 23 JUNI. Een Nederlandse familie, waarin enkele mannen door een genetische afwijking agressief gedrag vertonen, heeft een tegenhanger in het muizenrijk gekregen. Na een genetische ingreep gedragen de muizen en hun nakomelingen zich agressief.

Nijmeegse klinisch genetici vonden twee jaar geleden in een grote familie een gen-afwijking bij negen mannen die soms impulsief agressief gedrag vertoonden en in lichte mate zwakzinnig waren. Door de jaren heen waren er in de familie mannen geweest die bijvoorbeeld een zus probeerden te verkrachten, in een inrichting een verzorger met een hooivork aanvielen, brand stichtten of voor exhibitionisme en voyeurisme waren opgepakt.

De Nijmeegse onderzoekers vonden bij deze mannen op het X-geslachtschromosoom een mutatie in het gen dat codeert voor het enzym MAOA (monoamine oxidase A). Het enzym breekt in de hersenen een aantal moleculen af die signalen tussen zenuwcellen overdragen, zoals serotonine, dopamine en norepinefrine.

Een groep van hoofdzakelijk Franse onderzoekers heeft nu een muizenstam ontwikkeld waarin het gen voor het enzym MAOA is uitgeschakeld. In het wetenschappelijk tijdschrift Science dat vandaag uitkomt, beschrijven de onderzoekers de gedragsafwijkingen en neurobiologische afwijkingen van de genetisch veranderde dieren.

Klinisch geneticus dr. H.G. Brunner, leider van de werkgroep die bij de Nederlandse familie het defect in het MAOA-gen vond, vindt het vooral verrassend dat de hersenen van de muizen structurele afwijkingen vertonen, terwijl tot nu toe steeds werd gedacht dat het een stofwisselingsziekte betrof. Brunner ziet geen parallel tussen het agressieve gedrag bij de muizen en bij de mannen in de Nederlandse familie. “Op die muizen worden standaardtests uitgevoerd waarvan ik de parallel in de mensenwereld niet zie. Muizen, ratten en mensapen en mensen hebben bovendien onderling sterk verschillende serotoninestofwisselingen.”

Twee jaar geleden kwam de vondst van de Nijmeegse klinisch genetici als 'de ontdekking van het agressiegen' in het nieuws, maar de genetici vonden het vooral een stofwisselingsziekte, die soms agressieve uitbarstingen veroorzaakt.

De erfelijk veranderde muizen vertonen van jongsaf aan agressief gedrag. Tussen hun vijfde en tiende levensdag reageren de diertjes langer en sterker op pijnprikkels dan hun niet-gemuteerde soortgenoten. Ze beven als ze bij de staart worden opgetild en deinzen achteruit in plaats van zich om te keren als ze in een nieuwe omgeving worden geplaatst. In de dagen daarna reageren ze sterker op geluids- en bewegingsprikkels door te rennen, springen en zich in te graven in houtwol. Ze bijten de onderzoekers vaker dan ongemuteerde mannetjes. Een gemuteerd volwassen (vanaf 6 weken) mannetje zal een niet-receptief wijfje dat in zijn kooi wordt gezet vaker 'aanranden' dan een ongemuteerde man. Het wijfje piept vaker en luider.

Bij analyse van de hersenen van gedode gemuteerde muizen blijkt dat vooral de serotonineconcentratie in de hersenen sterk verhoogd is. Die verhoging wordt minder als de dieren ouder worden. Het agressieve gedrag van de dieren neemt wat af als ze een stof krijgen die de aanmaak van serotonine blokkeert. Brunner meent dat “het onderzoek naar medicatie in de genetische veranderde muizenstam, vooral van de opgroeiende muizen, op den duur van belang kan zijn voor een behandeling van mensen met deze overigens zeldzame afwijking.”