ABP werpt kritiek op afkoopsom van zich af

DEN HAAG, 23 JUNI. Het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) neemt afstand van de kritiek die de Algemene Rekenkamer gisteren uitte op een ontslagregeling voor veertien hogere functionarissen. Volgens de Rekenkamer was hiermee een bedrag van bijna 22 miljoen gulden gemoeid, het pensioenfonds spreekt van een maximumbedrag van bijna 10 miljoen gulden.

Het verschil komt volgens het ABP doordat de Rekenkamer in de berekening “zowel werkelijke als alle eventuele kosten bij elkaar heeft opgeteld. In werkelijkheid komen de eventuele kosten evenwel niet tot uitkering”, aldus het ABP.

De Rekenkamer vindt dat het ABP bij het treffen van ontslagregelingen soms te veel tegemoet aan de wensen van de betrokkenen. Dit leidde tot onnodige hoge kosten en verplichtingen. In één geval vond de secretaris-generaal van binnenlandse zaken de afkoopsom te hoog. Hij adviseerde een regeling conform de situatie in het bedrijfsleven. Uiteindelijk zijn het ABP en de betrokkene een afkoopsom overeengekomen die het dubbele bedroeg van hetgeen de secretaris-generaal adviseerde. Volgens het ABP is dit bedrag “niet uitbetaald”.

Het pensioenfonds wijst erop dat in de berekeningen van de Rekenkamer functionarissen zijn meegenomen die nog in dienst zijn van het ABP en voor wie de afvloeiingsregeling van tafel is omdat ze binnen het ABP ander werk hebben gekregen. Enkele andere functionarissen bekleden inmiddels buiten het ABP andere functies. “Bij een verdienste van een bepaalde omvang vindt korting op de uitkering plaats”, meldt het ABP. Het pensioenfonds wil deze uitspraak niet kwantificeren.

De privatisering van het pensioenfonds noopte tot veranderingen in de personele bezetting, meldt het ABP. “Niet omdat de betreffende functionarissen ongeschikt waren voor hun toenmalige functies, maar omdat de nieuwe situatie radicaal andere eisen stelt.”