Aardbeiensoep

Als het koud is eten de mensen heel ingewikkeld. Maken ze stamppotten van allerlei soorten kool en aardappelen en worst en spek. Zie je ze urenlang lapjes vlees met laurier en kruidnagelen stoven, ze gieten er hele flessen wijn of Belgisch bier overheen. Met Kerstmis willen ze absoluut hun eigen paté maken en vullen ze de kalkoen met zelf gepelde kastanjes en walnoten. Ook nog een heel moeilijke pudding toe.

's Zomers moet het allemaal een beetje simpeler en ze hebben gelijk want niets is zo eenvoudig als het allerlekkerste. Zonder koken en schillen, zonder wijn en worst en zelfs zonder peper en zout. Het is niet eens een geheim en toch heb je er waarschijnlijk nooit van gehoord.

Het geheim van het niet-geheim is soep. Niet van kip of erwten maar van aardbeien. Iedereen kan in dertig seconden van heel gewone aardbeien de meest bijzondere aardbeiensoep maken die er is. Omdat het zomer is.

Koop maar eens een kilo aardbeien. Wassen en het kleine groene kraagje eraf halen. Pardoes in de keukenmachine. Sap van een citroen erbij en drie eetlepels suiker. Vijftien tellen draaien en malen. IJskoud laten worden. In een diep bord gieten met in het midden, als je daar zin in hebt, een klodder slag- of zure room. En dan met een gewone lepel opeten. Want anders is het geen soep.