Wapenwedloop vormt lont in kruitvat van de Golf-regio

De staten in de Golf-regio zijn verwikkeld in een onheilspellende wapenwedloop. Het is in het belang van het Westen de militaire ambities van onder meer Irak en Iran in te tomen, maar volgens Cees Homan zijn de vooruitzichten daaromtrent tamelijk somber.

Van de Israelische strateeg Arie Stav is de uitspraak, dat “de afgenomen Westerse afhankelijkheid van Arabische olie gecompenseerd [is] door een toenemende afhankelijkheid van wapenverkopen aan Arabische staten”. Hoewel op deze uitspraak het een en ander valt af te dingen, bevat ze een kern van waarheid. Zo sloot Saoedi-Arabië na de Golfoorlog contracten af voor wapenleveranties ter waarde van 30 miljard dollar met de Verenigde Staten, 6 miljard dollar met het Verenigd Koninkrijk en ongeveer 3 miljard dollar met Frankrijk.

Hoe dan ook, het grote belang van de Golf voor het Westen ligt uiteraard in de aanwezigheid van olie. De regio bezit zo'n 75 procent van de oliereserves in de wereld en nam in 1994 ongeveer 25 procent van de mondiale olieproduktie voor haar rekening. De lage olieprijzen hebben de laatste jaren geleid tot een grotere produktie in de Golf-regio waardoor de Westerse afhankelijkheid weer ongeveer op het niveau van de jaren '70 is gekomen. Dit verklaart ook grotendeels waarom een van de twee grote regionale conflicten, waarop de Amerikaanse defensieplanning zich richt, een door Irak of Iran geïnitieerde oorlog in de Golf is. Ondanks het wapenbeheersingsbeleid dat de toenmalige president Bush voor deze regio in mei 1991 ontvouwde, is inmiddels toch weer sprake van een nieuwe bewapeningswedloop in de Golf. Een cumulatie van factoren vormt hiervoor de verklaring.

Zo is door het einde van de Oost/West-confrontatie de vrijheid van handelen voor individuele staten in de Golf-regio vergroot. De krimpende defensiebudgetten in het Westen maken deze landen tot een aantrekkelijke afzetmarkt voor de Westerse defensie-industrie. Vele landen in deze regio kunnen zich dankzij hun olie-inkomsten geavanceerde wapens veroorloven. Voor de landen van het voormalige Warschau Pact vormen wapenleveranties aan de Golf-regio een van de weinige manieren om aan harde valuta te komen.

Een andere belangrijke oorzaak van de nieuwe bewapeningswedloop is uiteraard dat de Golf-regio een potentieel oorlogsgebied is. De belangrijkste bedreigingen van de vrede zijn nu echter binnen de Golf-regio zelf gelegen. Zij komen voort uit de machtsstrijd binnen staten, het afbrokkelen van de legitimiteit van autocratische regimes en het betwisten van elkaars nationale grenzen. Maar ook de problemen die tot beide Golfoorlogen (Irak-Iran, Irak-Koeweit) hebben geleid zijn nooit echt opgelost. Een en ander wordt dan nog eens versterkt door het opkomend Islamitisch radicalisme in deze regio.

Nu is historisch gezien een wapenwedloop in de Golf-regio geen uniek verschijnsel. Verontrustend in deze nieuwe wapenwedloop is echter dat landen, in deze regio nu ook massavernietigingswapens (nucleair, chemisch en biologisch) trachten te verkrijgen.

Zo is van Irak en Iran bekend dat zij al geruime tijd streven naar het bezit van kernwapens.

Hiernaast beschikt een aantal landen in deze regio al jarenlang over chemische wapens. Bovendien schromen ze niet deze in voorkomend geval te gebruiken. Zo bombardeerde de Egyptische luchtmacht met chemische wapens dorpen in Jemen in de jaren '60, aarzelde president Assad niet dit wapen te gebruiken tegen de stad Hamma waardoor duizenden leden van de Moslim Broederschap in 1982 het leven lieten, zetten in de oorlog tussen Irak en Iran beide landen chemische wapens tegen elkaars grondgebied in, en bestookte Irak met deze wapens Koerden in 1988.

Hoewel het chemische wapen wel eens 'de atoombom van de arme man' wordt genoemd, komt het biologische wapen eerder voor dit predikaat in aanmerking. De dodelijke effectiviteit van het biologische wapen is 100 maal groter dan van het chemische wapen, en benadert die van een nucleair wapen. Irak bezit grote hoeveelheden van de bacil anthracis, het organisme dat miltvuur veroorzaakt. Bijna alle personen die hieraan worden blootgesteld sterven binnen vier dagen. Naar verluidt verrichten landen als Iran, Syrië en Egypte onderzoek naar de vervaardiging van biologische wapens.

Voor de inzet van massavernietigingswapens leent zich bij uitstek de ballistische raket. Ook op dit gebied is sprake van een toenemende proliferatie in de Golf-regio. Noord-Korea en China zijn de belangrijkste leveranciers van ballistische raketten aan Irak, Iran en Saoedi-Arabië.

Deze in het kort geschetste bewapeningsloop speelt zich af in een gebied dat drie machtscentra omvat: Irak, Iran en de Samenwerkingsraad voor de Golf (GCC). Deze centra houden elkaar min of meer in evenwicht. De GCC is hier echter alleen toe in staat dankzij steun en wapenaankopen uit het Westen.

Deze Samenwerkingsraad, bestaande uit Saoedi-Arabië, Koeweit, Bahrein, Qatar, de Verenigde Arabische Emiraten en Oman, staat in de Arabische wereld te boek als de club van rijke mannen. De GCC werd in 1981 opgericht als tegenwicht van Iran en Irak, die toen in het eerste jaar van oorlog met elkaar verkeerden. De samenwerking op defensiegebied in het GCC is echter zeer beperkt. Na de Golfoorlog zou de GCC de kern vormen van een Arabische strijdmacht van 100.000 man voor de verdediging van de Golf. Van onderlinge integratie en samenwerking met de Arabische bondgenoten, Egypte en Syrie, is echter weinig terechtgekomen. Wel hebben de GCC-landen een lappendeken aan bilaterale overeenkomsten gesloten met landen als de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Rusland.

Vooral de rol van de Verenigde Staten in de Golf-regio is van cruciaal belang. Dit land voert een dual containment-beleid dat zich richt tegen Iran en Irak, die het als vijandelijke staten beschouwt. De Verenigde Staten trachten onder meer door het belemmeren van wapenleveranties aan Iran en het handhaven van de VN-sancties tegen Irak de hegemoniale aspiraties van beide landen 'in te dammen'. Zo wist President Clinton nog recentelijk de Russische president Jeltsin er van te weerhouden een nucleaire centrifuge aan Iran te verkopen.

Tot welke conclusie leidt een en ander? Het is een Westers belang dat de militaire opties van Irak en Iran tot het voeren van een oorlog in de Golf-regio zo beperkt mogelijk blijven. Nu bij wapenleveranties economische vaak boven politieke motieven prevaleren zijn de vooruitzichten voor wapenbeheersing in deze regio echter vrij somber.

Los daarvan is het de vraag of het politiek en economisch isoleren van Irak en Iran op de lange termijn niet contra-produktief is. Niet uitgesloten is dat dit leidt tot ondoordachte militaire en politieke avonturen van deze landen. Een ding is in ieder geval zeker: de veiligheid in de Golf-regio staat of valt bij de Amerikaanse militaire macht!

    • Mr.Drs. C. Homan