Twintig jaar na Sojoez/Apollo-stunt; Ruimteveer koppelt aan Mir

Op Kennedy Space Center worden de laatste voorbereidingen getroffen voor de lancering - waarschijnlijk deze week - van ruimteveer Atlantis, dat voor het eerst moet koppelen met het Russische ruimtestation Mir. In februari naderde een ander ruimteveer, de Discovery, het Mir-complex tot op tien meter.

Twintig jaar geleden had een soortgelijk Amerikaans-Russisch koppelingsexperiment plaats. Op 17 juli 1975 verankerde zich een Amerikaanse Apollo-cabine aan een Sovjetrussische Sojoez.

Er zijn zeven van deze koppelingen gepland, waarbij de mogelijkheid achter de hand worden gehouden om er nog eens drie aan toe te voegen. Vertragingen voorbehouden zijn de lanceerdata voor de vluchten 26 oktober '95, 20 maart, 31 juli en 5 december '96 en 15 mei en 11 september '97. Drie extra vluchten zouden eventueel in september '96 en februari en november '97 kunnen worden ondernomen. Nasa betaalt de Russen voor het hele project een bedrag van 400 miljoen dollar.

Het doel van de gezamenlijke Amerikaans-Russische missies is om technieken te beproeven die een rol zullen spelen bij de bouw van het internationale (maar voornamelijk Amerikaanse) ruimtestation Alpha. Hiermee moet eind 1997 worden begonnen met de lancering van een Russisch basiselement, een soort Mir-2. Dat zal de eerste van zo'n tachtig lanceringen zijn.

Russische en Amerikaanse ruimtevaarders mogen elkaar dan kameraadschappelijk 'collega's' en 'vakbroeders' noemen, dat wil nog niet zeggen dat bij de voorbereidingen alles glad verloopt. Vladimir Solovjov, directeur van het Mir-vluchtleidingscentrum in Kaliningrad zegt: 'De barrières die het gevolg waren van de Koude Oorlog zijn verdwenen, maar de verschillen in werkwijze blijven bestaan.'

Zijn Amerikaanse collega-vluchtleider in Houston, Robert E. Castle Jr., ziet ook nog verschillen. 'Toch gaat de samenwerking steeds beter, vooral nu we er achter beginnen te komen hoe elk van de partners de zaken aanpakt. Van één ding ben ik intussen volledig overtuigd geraakt: er zijn veel en veel meer overeenkomsten dan verschillen tussen beide projecten. Eerlijk gezegd heeft die constatering me achteraf nogal verbaasd'.

Een van de voornaamste verschillen is volgens Castle dat de Russen over het algemeen minder werk maken van het vooraf uitdokteren van alternatieve mogelijkheden voor de oplossing van problemen die tijdens een missie kunnen ontstaan. 'Ik vermoed dat we hen wel eens wat irriteren als we aandringen op een diepgaande bestudering van dergelijke alternatieven. Wij raken op onze beurt dan weer geïrriteerd als onze Russische collega's lijken te zeggen: 'Ach, laten we nou maar rustig afwachten of zoiets ook echt gebeurt. Dan is het nog vroeg genoeg om er over te gaan discussiëren''.

Naar het oordeel van Castle heeft dat verschil in benadering vrijwel zeker te maken met het feit dat de Amerikaanse ruimtevluchten tot dusverre over het algemeen van betrekkelijk korte duur zijn geweest, terwijl de Russen zich al ruim twintig jaar met langere ruimtevluchten bezighouden. Castle verwacht dat de benadering van Nasa geleidelijk zal opschuiven in de richting van de Russische filosofie.

Intussen is er tijdens de voorbereiding heel wat tijd gewijd aan de vraag of Houston of Kaliningrad het voor het zeggen heeft bij de uitvoering van de manoeuvres. Solovjov: 'Als de koppeling eenmaal achter de rug is, zal de verantwoordelijkheid bij die partner moeten berusten die een dergelijk gebeuren ook daadwerkelijk uitvoert.' Met andere woorden: als de Atlantis zijn motoren gebruikt, dan heeft Houston de leiding. Als het systeem van de Mir die taak voor zijn rekening neemt, dan heeft Kaliningrad het voor het zeggen.

De Russen hebben als absolute voorwaarde gesteld dat de definitieve koppelingspoging plaats moet hebben in een tijdvak van slechts vier minuten, d.w.z. in de periode dat beide kolossen binnen het bereik zijn van het volg- en controlestation Oelan-Oede ten zuiden van het Bajkalmeer. 'Als het niet op tijd lukt, zullen de Russische vluchtleiders de koppeling afgelasten en ons pas één omwenteling (ruim anderhalf uur) later een tweede kans geven', zegt Gibson. 'De Russen hebben altijd contact met een grondstation voordat er een koppeling wordt uitgevoerd en ik denk niet dat ze daar deze keer misschien nog wel van willen afwijken'.

Heel wat rustiger dan bij een rendezvous annex koppeling van Sojoez- en Progress-ruimtecabines aan de Mir, is de snelheid waarmee de Atlantis de koppelingseenheid op de Kristal-module van het ruimtestation zal enteren. De Russen doen dat doorgaans met een vaart van zo'n 12 centimeter per seconde (wat met recht een 'harde koppeling' mag worden genoemd), Gibson zal het Amerikaanse ruimteveer in de laatste fase van het rendezvous niet sneller dan 3 centimeter per seconde laten gaan.

Omdat de bemanning van de Atlantis het 'doelwit' tijdens de rendezvous-manoeuvre niet rechtstreeks kan zien, speelt een camera een zeer belangrijke rol bij de hele operatie. Gibson: 'Als ik geen beeld van die camera krijg, zal ik niet kunnen 'docken', gewoon omdat ik dan in principe niet weet waar ik heen vlieg'.

Kort na de koppeling zullen de beide gezagvoerders - Atlantis-commandant Robert Gibson en Mir-commandant Vladimir Dezjoerov - elkaar ontmoeten in de Kristal-module van de Mir. Na de gebruikelijke handdrukken en omhelzingen zullen de Amerikanen hun Russische gastheren verse bloemen, snoep en brood aanbieden, terwijl de Russen hun gasten volgens aloude tradities met brood en zout zullen begroeten. Een glaasje vodka zal er niet bij zijn, al schijnt Ruslands nationale drank bij speciale gelegenheden vaak toch aanwezig te zijn aan boord van de Mir.

Het taalverschil wordt door alle ruimtevaarders nog steeds als een obstakel beschouwd. Onderling is nu geregeld dat aan boord van de Atlantis de voertaal zo veel mogelijk Engels zal zijn en aan boord van de Mir Russisch, zoals Gibson ook commandant is en blijft van het ruimteveer en Dezjoerov van het ruimtestation.

Elf dagen na de lancering keert de Atlantis naar de aarde terug, met aan boord vijf van de zeven ruimtevaarders die ook bij de start aan boord waren. De Russen Anatoli Solovjov en Nikolaj Boedarin blijven achter in de Mir, waarvan zij de nieuwe bemanning vormen. Hun plaatsen worden tijdens de thuisreis van de Atlantis ingenomen door Dezjoerov, Strekalov en Thagard.

En zo gebeurt het dus dat een ruimteveer dat met zeven mensen van start gaat, met acht mensen terugkeert.