Spaanse vice-premier Serra: ik wist van geen afluisteren

MADRID, 22 JUNI. De Spaanse vice-premier Narcis Serra heeft gisteravond tijdens een langdurige en tumultueuze zitting van het parlement alle verantwoordelijkheid voor het afluisterschandaal rond de militaire inlichtingendienst CESID van de hand gewezen. De linkse en rechtse oppositiepartijen vroegen om het onmiddellijk vertrek van premier Felipe González in verband met de kwestie, maar dienden geen motie van wantrouwen in.

In zijn optreden in de Cortes ontkende Serra - die eerder negen jaar als minister van defensie verantwoordelijk was voor de CESID - dat de regering ook maar iets had afgeweten van de afluisterpraktijken. Hierbij werden telefoongesprekken van de koning, journalisten, politici en zakenlieden vastgelegd op geluidsbanden. De teksten van de gesprekken bleken vervolgens te zijn uitgelekt buiten de geheime dienst.

Een voormalige hoge medewerker van de CESID is gisteren officieel in staat van beschuldiging gesteld door een militaire onderzoeksrechter. De gearresteerde ex-spion, kolonel Perote, wordt ervan verdacht de gegevens beschikbaar te hebben gesteld die het Spaanse dagblad El Mundo vorige week over het afluisteren publiceerde. Los daarvan stelde de civiele hoofdofficier van justitie in Madrid zowel Perote als diens directe chef generaal Manglano in staat van beschuldiging wegens het onrechtmatig opnemen van telefoongesprekken. Generaal Manglano, die eind vorige week aftrad als directeur van de CESID, is vrij op borgsom.

In felle aanvallen, die overigens niet gestaafd werden door enig bewijs, beschuldigde de conservatieve oppositiepartij Partido Popular (PP) premier González rechtstreeks opdracht te hebben gegeven tot gerichte afluisterpraktijken. Volgens PP-woordvoerder Francisco Álvarez Cascos betekent het schandaal “de ernstigste schending van de constitutionele rechten en de vrijheden” sinds de mislukte staatsgreep van 1981. González beschuldigde op zijn beurt de oppositie ervan “de inlichtingendiensten en de defensie van Spanje” in gevaar te brengen. De premier verklaarde eerder dat er volgens hem sprake is van “een complot tegen de staat”.

De Catalaanse nationalistische partij CiU van Jordi Pujol gaf ook gisteren de noodzakelijke steun die het minderheidskabinet van González in het zadel houdt. CiU-woordvoerder Josep López de Lerma toonde zich evenwel verbaasd dat vice-premier Serra en minister van defensie García Vargas nog niet hun aftreden bekend hebben gemaakt. Volgens het dagblad El País heeft de Catalaanse nationalistische partij inmiddels besloten haar algemene steun aan het kabinet van González na half juli op te zeggen.