Schiphol mag

OP CONVENTIONELE wijze heeft de sociaal-liberale coalitie een dreigend probleem voor zichzelf opgelost. De uitbreiding van Schiphol was het twistpunt, maar de achterkamer - nog niet op slot - bleek uitkomst te bieden. Het gevolg was dat PvdA, VVD, D66 en de regering gisteren in de Tweede Kamer een broederlijke eensgezindheid konden uitstralen en de oppositie het nakijken had. Jammer voor de televisiekijkers die wellicht op een spannend debat hadden gehoopt (anders was het ook niet rechtstreeks uitgezonden), maar de zaken waren reeds vooraf gedaan. Het debat zelf was zodoende niet meer dan een gelegenheid voor de oppositie om stoom af te blazen.

Van belang is allereerst het resultaat. De uitbreiding van Schiphol tot mainport kan doorgaan. De vijfde landingsbaan mag worden aangelegd en de luchthaven die nu jaarlijks nog 23 miljoen passagiers verwerkt kan zich voorbereiden op bijna een verdubbeling van dat aantal. Er is de afgelopen tijd dan wel vaak gesproken over een slot op Schiphol, maar in alle nuchterheid moet worden vastgesteld dat vooralsnog de groei doorgaat.

Het politieke signaal van het Schipholdebat is dat de hechtheid van de coalitie erdoor is versterkt. In tegenstelling tot andere debatten heeft geen van de partijen zich laten verleiden tot 'buitenommetjes' met de oppositie. Blijkbaar is binnen 'paars' het besef doorgedrongen dat men zaken tot het uiterste onderling moet proberen te regelen en niet te veel moet speculeren op toevallige en wispelturige meerderheden in het parlement door middel van gelegenheidscombines. Dat noopt zoals deze week is gebleken tot vooroverleg en het inleveren van standpunten. In het geval Schiphol hebben alle drie de partijen de lusten en lasten gelijkelijk verdeeld. Het bereikte compromis over het maximale aantal passagiers, maximale aantal woningen dat geluidhinder mag ondervinden en het tot zeven uur 's morgens verlengde nachtregime is voor alle drie de coalitie-partners goed verdedigbaar.

TEGELIJKERTIJD LEGT het compromis een paar zorgwekkende ongerijmdheden bloot. Voor de een zit er nu een slot op de groei van de nationale luchthaven, voor de ander kan Schiphol expanderen. Allebei is waar - en dat schept onzekerheden. De urgentie om elders in Nederland of in de Noordzee een beter geschikte ruimte voor een toonaangevende luchthaven te scheppen, vermindert door de ruimte voor groei die Schiphol als mainport-met-mate heeft gekregen. Maar is diezelfde ruimte groot genoeg om ver strekkende investeringen te doen? Kan de KLM het bijvoorbeeld riskeren om alle kaarten op Schiphol te blijven zetten? Waarschijnlijk niet, want zij moet net als de grote concurrenten met grotere passagiersstromen rekenen dan de politiek aan Schiphol toestaat. Het knabbelen aan vliegbewegingen tussen 6 en 7 uur 's ochtends - hoe begrijpelijk gezien de ligging van Schiphol ook - is evenmin een signaal voor expansie.

De slotsom blijft daarom: de politiek heeft een interessant compromis gesloten, zoals het bij tegengestelde belangen in de politiek hoort. Maar het valt te betwijfelen of het (internationale) bedrijfsleven dit compromis als een dynamisch en wenkend perspectief herkent.