'Reactiemacht' Bosnië: veel show en veel vragen

TOMISLAVGRAD, 22 JUNI. Als de Milan anti-tankraket door de vallei vliegt en een modeltank van gips verpulvert, klinkt applaus. “Goed gedaan, jongens”, roept de Britse luitenant-kolonel Jeff Cook, die de manoeuvres van zijn Devonshire and Dorset Regiment vanaf een heuveltop gadeslaat.

Alles gaat tot dusver volgens plan. De Warrior-rupsvoertuigen leggen een dodelijk kruisvuur, de infanterie ligt in een droge rivierbedding klaar om de aanval in te zetten en een Warrior zwoegt een stoffige berghelling op om een doel te markeren voor de 81 mm-mortieren die in de achterhoede staan opgesteld.

En wat belangrijker is, zeven cameraploegen zijn komen opdagen om de eerste daden van Task Force Alpha vast te leggen. Des te groter is de teleurstelling als de tweede raket zich roemloos in het zand boort, een tiental meters beneden de bunker die hij moet uitschakelen.

Cook en zijn mannen hebben zich drie weken geleden teruggetrokken in de Lipa-vallei bij het Bosnische dorp Tomislavgrad, om zich voor te bereiden op de toekomstige rol als gevechtsmacht van UNPROFOR. Task Force Alpha, samengesteld uit het Devonshire and Dorset Regiment en het 19de Royal Regiment Artillery, is de voorloper van de Brits-Frans-Nederlandse snelle reactiemacht van 12.000 man in Bosnie, de RRF.

De RRF moet in de toekomst VN-blauwhelmen beschermen als die worden aangevallen of belegerd. Maar veel is onduidelijk. Voorlopig is de financiering nog niet rond en is er ook nog geen mandaat.

Het is ook twijfelachtig of de VN wel werkelijk heldendaden verwachten. Gisteren verboden ze een luchtaanval op Bosnische Serviërs. Een dag eerder namen ze er genoegen mee dat de Bosnische Serviërs een overeenkomst met UNPROFOR om de VN-troepen in de moslimenclaves van brandstof en voedsel te voorzien, met voeten traden. En terwijl Task Force Alpha oefent, lijkt men zich op op alle fronten in Bosnië gereed te maken voor een nieuwe oorlogsronde.

Bij wijze van compensatie nodigen luitenant-kolonel Barry Hawgood en majoor Betty Dawson van de persvoorlichting dagelijks journalisten uit voor een demonstratie van Task Force Alpha. “Het zal grote indruk maken”, belooft Dawson. En wellicht raken de strijdende partijen in Bosnië een beetje geïmponeerd door wat Dawson “visuele afschrikking” noemt.

Dus mocht de pers gisteren getuige zijn van een infanteriecharge met scherp geschut en echte handgranaten, een aanval op Bosnische autowrakken met Scimitar-tanks en, als finale, een aanval met Warrior-tanks, raketten, mortieren en infanterie.

Pag.5: Snelle reactiemacht Bosnië voorlopig nog papieren tijger

Luitenant-kolonel Cook noemt Task Force Alpha “in de eerste plaats een politieke intentieverklaring”. “Ik besef dat de strijdende partijen ons nu nog als een papieren tijger zien. We moeten iets doen om serieus genomen te worden, maar de politici beslissen waar en wanneer we worden ingezet.” Persoonlijk vermoedt hij dat UNPROFOR zijn tanden zal laten zien door een corridor naar de moslim-enclaves te forceren.

Het prestige van UNPROFOR is de afgelopen maanden snel geslonken. Na de luchtaanval op de Servische munitiedepots bij Pale, de gijzelaarscrisis en een week strijd bij Sarajevo is ze gedegradeerd tot toeschouwster, die pas reageert als ze wordt aangevallen.

De RRF geldt als ultieme poging vrede af te dwingen zonder partij te worden in het conflict. Met zijn helikoptervloot en luchtmobiele artillerie moet ze de leemte vullen tussen het lichte geschut van UNPROFOR en het zware wapen van de luchtaanvallen.

Terwijl het Devonshire and Dorset Regiment exerceert, nestelt het 19de Royal Regiment Artillery, de Highland Gunners, zich in Gornji Vakuf. “Wij zijn bij uitstek geschikt voor peacekeeping”', doceert luitenant Chris Hall, terwijl hij een bord fish and chips verorbert, begraven onder een dampende heuvel witte bonen in tomatensaus. “Ons Empire was in feite twee eeuwen peacekeeping in Azië en Afrika. Ook toen moesten we de strijdende facties uit elkaar houden.” Drie weken geleden oefenden hij en de Highland Gunners nog in Wales, in bergachtig terrein dat op Bosnïe lijkt.

De Highland Gunners bestaan uit 350 man, die twee batterijen van samen twaalf stuks 105 mm-houwitsers bedienen. Rond hun kamp, een ex-fabriek, leggen de klaprozen een rood waas over de korenvelden, maar rode vlaggen waarschuwen voor ongeruimde mijnen. “Dit kamp is stampvol”, zegt ondercommandant majoor Simon Worsley. “Wat er nog bijkomt moet verderop de tenten opslaan, waar het mijnenvrij is.”

Zijn Highland Gunners wachten op de Britse hoofdmacht van de 24ste Luchtmobiele Brigade, de Fransen en de Nederlanders voor gezamenlijke oefeningen. Veel haast maakt men nog niet. “Dat heeft te maken met gekibbel over geld in New York. Het wordt wat vervelend”, heeft luitenant-kolonel Cook eerder gezegd. Mede daardoor dobberen 1.700 man Fransen al langer dan een week in de Adriatische Zee. De paar honderd man genie en kwartiermakers hebben een week lang in Split gerecreëerd, wachtend op wat komen gaat. Gisteren trokken eindelijk twintig geel-bruin geschilderde Franse pantserwagens het binnenland in, en passant een auto met vier fotografen bijna een ravijn induwend.

Task Force Alpha zal volgens Cook in de oude UNPROFOR-kampen bij Vitez en Gornji Vakuf blijven, de Fransen gaan naar Tomislavgrad en de hoofdmacht van de Britten komt wellicht ook in een tentenkamp terecht, terwijl een groepje verkenners van de mortier- en mortierdetectie - eenheden van de geplande 170 Nederlandse mariniers en landmacht - iets op het oog heeft bij Bugojno.

Ook het lokale zakenleven is geneigd de ontplooiing van de RRF te vertragen. De eigenaars van voormalige fabrieken, hotels en overheidsgebouwen hebben de huurprijzen tot grote hoogten opgeschroefd. Naar verwachting zal de nieuwe strijdmacht daarom enige maanden in het veld verblijven. Voor de winter moeten er barakken zijn gevonden; de VN-onderhandelaars wacht nog menige met raki overgoten gespreksronde. De opties zijn beperkt. Omdat de RRF als tactische reserve snel en massaal moet kunnen uitrukken is het van belang haar centraal en geconcentreerd te huisvesten.

De trage ontplooiing zint majoor Worsley allerminst. “Het is van het grootste belang dat we het momentum bewaren”, zegt hij. “Anders dreigt de RRF te vaporiseren in de mist van de tijd. Deze strijdmacht is ook een psychologisch instrument.” Hij zou het liefst snel gaan oefenen. Zijn light guns, zegt hij, zijn zo goed dat zelfs de Amerikanen ze hebben gekocht. Binnen zes uur kunnen ze op elke plaats in Bosnië worden opgesteld, getrokken door terreinwagens, verborgen in containers, bungelend onder helikopters, opgeslagen in het ruim van grote helikopters of gedemonteerd in twee kleine helikopters. Met een maximaal bereik van 17 kilometer raken ze hun doel op een meter nauwkeurig. Tien schoten per minuut zijn mogelijk, zes schoten is het gemiddelde. Op dit moment is zijn eerste prioriteit nog dat zijn houwitsers niet gekaapt worden. Hij vervoert ze daarom het liefst stiekem, in neutrale containers op doorsnee ogende VN-konvooien.

In de de fabriekshal laadt het peloton van sergeant William Davies een houwitser uit een container. “Ik heb mijn dochtertje gezegd dat ik een half jaar naar Disneyland ging. Ik moet ergens nog een Mickey Mouse vinden.” Na veertien jaar training hoopt hij diep in zijn hart wel eens zijn houwitser in het echt te mogen afvuren, bekent hij. Zijn gut feeling vertelt hem evenwel dat het ook ditmaal niet gaat gebeuren. “De VN zullen het zover niet laten komen.”

De RRF sijpelt bij stukjes en beetjes het strijdtoneel binnen, onzeker van financiering, locatie, taak of mandaat, onzeker zelfs van de kleur van de helmen. Groen of blauw? De Britten houden het op blauwe helmen en witte voertuigen, terwijl de Fransen en Nederlanders opteren voor camouflagekleuren. Worsley: “We moeten bewust het moment uitzoeken om op 'groen' over te gaan, want vergis u niet, binnen een nacht hebben we alles overgeschilderd. Maar wij achten op dit moment het risico te groot dat een van de partijen ons voor de vijand aanziet.” Luitenant-kolonel Cook, lachend: “We komen er wel uit. Wat dacht u van een groen uniform met witte strepen?”