Portugese fruitplukkers

Het jaarlijkse ritueel over aspergestekers is nog niet achter de rug of in een andere agrarische sector dient zich een soortgelijke kwestie aan. Fruittelers kunnen net als aspergeboeren binnen de Europese Unie onvoldoende seizoenarbeiders vinden om de oogst binnen te halen. De aspergeboeren hebben de arbeidsbureau's tevergeefs vergunningen gevraagd om Polen te mogen inzetten. Vorig jaar is eveneens het verzoek van fruittelers afgewezen om met hulp van Poolse seizoenarbeid appels en peren te plukken. Volgens de Nederlandse Fruittelers Organisatie zijn voor het hoogtepunt van de appel- en perenoogst in september aanstaande vergunningen voor 150 Polen aangevraagd. Maar de fruittelers hebben weinig hoop dat ze deze keer wel toestemming krijgen om de Polen in de boomgaarden te laten werken.

Minister Melkert (sociale zaken) schreef in april aan de sociale diensten in Noord-Brabant en Limburg dat de personeelsproblematiek in de fruit- en bloembollenteelt vrijwel was opgelost. Maar grote fruitteeltbedrijven die nu al samen met arbeidsbureau's bezig zijn om plukkers te zoeken voor de oogst in september, voorzien dat ze straks onvoldoende mankracht in de boomgaarden hebben.

Lang werden appels in peren in de grote fruitteeltgebieden - de Betuwe, Zeeland en Noord-Limburg - vooral door vrouwen geplukt. Maar sinds steeds meer vrouwen een vaste baan hebben, zijn er steeds minder die tijd hebben voor dit seizoenwerk. Jarenlang hebben veel fruittelers illegale Poolse plukkers bij de fruitoogst ingeschakeld. Maar de afgelopen jaren is er zoveel controle in de boomgaarden gekomen, dat de meeste fruittelers zich niet meer aan illegale plukkers wagen.

Sommige telers hebben nog geprobeerd Polen zonder vergunning te laten werken door deze plukkers niet als werknemers te bestempelen. De Polen zouden zelfstandige ondernemers zijn die de appel- en perenpluk als aangenomen werk verichtten. Sociale zaken aanvaardde deze constructie echter niet. Er lopen nog vier rechtszaken tegen telers die dit systeem hebben toegepast.

De fruittelers zoeken nu een andere uitweg voor hun oogstprobleem dat niet met Nederlandse werklozen kan worden opgelost. Ze willen in samenwerking met bemiddelingsbureau's Portugezen naar Nederland halen, die anders dan de Polen als inwoners van de Europese Unie hier wel mogen werken. Die Portugezen zouden niet alleen voor het plukken van fruit moeten komen, maar de seizoenproblemen in een heel aantal agrarische sectoren moeten oplossen. Een Portugees zou in mei kunnen beginnen met aspergesteken, vervolgens door de aspergeboer worden afgestaan aan een aardbeienteler, daarna bij weer een ander agrarisch bedrijf aan het werk worden gehouden om in september te eindigen bij de fruitoogst.

Deze oplossing voor het probleem dat onvoldoende Nederlandse werklozen bereid zijn om oogstwerk te verrichten, kan echter een merkwaardig gevolg krijgen. De omvang van de Nederlandse werkloosheid kan er door toenemen. Want een Portugees die aan het einde van het seizoen bij de Nederlandse agrarische bedrijven besluit in Nederland te blijven, kan aanspraak maken op een werkloosheidsuitkering van zeventig procent van het minimumloon.

Hij krijgt zo'n uitkering als hij op het ogenblik dat hij de aanvraag indient, minimaal 26 van de voorafgaande 39 weken heeft gewerkt (daarbij gelden zowel de weken werk in Nederland als eventuele weken werk eerder in Portugal). Als de Portugees na vier weken in Nederland een werkloosheidsuitkering te hebben ontvangen, nog geen baan heeft gevonden, kan hij toestemming krijgen om met behoud van uitkering maximaal drie maanden in Portugal werk te zoeken. Wil hij daarna zijn uitkering behouden, dan moet hij weer naar Nederland terugkeren. Hij komt daarna het volgende jaar net als andere Nederlandse werklozen voor de vraag te staan of hij bereid is Nederlandse asperges te steken of appels te plukken.

Telers van bloembollen zoeken de oplossing van hun personeelsprobleem in een vermindering van de werkgelegenheid. Na veelvuldige politiecontroles zijn ze huiverig geworden om clandestien Polen in te huren voor het rooien en pellen van bollen. Pogingen om voldoende Nederlandse werklozen bereid te vinden tot het verrichten van seizoenarbeid zijn op niets uitgelopen. Gedwongen door een groot personeelstekort zijn de telers van bloembollen daarom gaan automatiseren. Investeringen van tienduizenden guldens per bedrijf hebben tot gevolg dat er veel minder arbeidskrachten nodig zijn voor het rooien en pellen van de bollen. Bij veel telers worden de bloembollen niet meer met de hand uit de grond gehaald. De bollen worden nu op grote netten geteeld. Die netten kunnen eenvoudig met alle bollen uit de grond worden getrokken.