Na uiteenvallen van Enertel; Minister denkt over loslaten telecom-duopolie

ROTTERDAM, 22 JUNI. Minister Jorritsma (verkeer en waterstaat) overweegt een wetswijziging om het mogelijk te maken dat PTT Telecom meer dan één landelijke concurrent krijgt voor zijn telefoonnetwerk.

Dat heeft de minister gisteren laten weten in reactie op het uiteenvallen van Enertel, de beoogde concurrent. De Nederlandse Spoorwegen besloten een dag eerder zich terug te trekken uit dit samenwerkingsverband met tien energiemaatschappijen. Beide partijen kondigden daarop aan ieder voor zich een licentie aan te vragen om hun landelijke telecom-netwerken ook voor derden open te stellen.

Jorritsma reageerde gisteren “teleurgesteld” op het uiteenvallen van Enertel. Ze wil nog deze week een toelichting van de betrokkenen.

Om de gewenste concurrentie toch snel vorm te geven ziet ze op dit moment drie mogelijkheden. Toelating van meer dan één nieuwe aanbieder van 'vaste infrastructuur' is er een van, maar die vereist aanpassing van de interim-Wet op de Telecommunicatievoorzieningen (interim-WTV) die de Tweede Kamer inmiddels in behandeling heeft genomen.

De andere opties van Jorritsma zijn opening van een tender-procedure, waarbij verschillende kandidaten inschrijven voor de vergunning, en het verlenen van regionale vergunningen aan bijvoorbeeld kabelmaatschappijen die zich aaneen kunnen sluiten om een landelijk net te creëren. Voor die laatste twee mogelijkheden, waarvan met name de vereniging van kabelexploitanten Vecai, voorstander is, biedt de nieuwe wet ruimte.

De Vereniging van Bedrijfstelecommunicatie Grootgebruikers (BTG), die de belangen behartigt van grote ondernemingen met veel telefoon- en ander telecommunicatieverkeer, vindt dat minister Jorritsma de interim-WTV nu moet aanpassen. De organisatie gaat ervan uit dat meer aanbieders zullen leiden tot volwassener concurrentie en een aanbod dat beter is toegesneden op de wensen van gebruikers.

De grootgebruikers wijzen daarbij op de situatie in landen als Zweden, Finland en Groot-Brittannië, waar veel meer partijen telecom-netwerken mogen exploiteren, wat geleid heeft tot “aanzienlijk betere voorwaarden”. De BTG noemt concurrentie op infrastructuur hard nodig. De prijzen voor vaste verbindingen in Nederland vindt ze onnodig hoog, wat schade zou berokkenen aan de economische ontwikkeling.

Overigens betreurt de BTG het uiteenvallen van Enertel, omdat het daardoor nog langer zal duren voordat “echte concurrentie” op de Nederlandse markt kan worden verwacht. Ze hoopt dat deze terugslag wordt gecompenseerd doordat NS, Enertel en eventuele andere partijen toestemming krijgen in vrije concurrentie actief te worden op de telecom-markt.

BellSouth, de beoogde partner in de telefoonmaatschappij die NS en energiebedrijven hadden willen oprichten, weigert vooralsnog te zeggen of het straks in zee gaat met een van beide partijen.