Moderne horigheid

PROFVOETBALLERS zijn de gladiatoren van de moderne tijd, virtuozen wier naam op ieders tong ligt maar die steeds moeten balanceren op het scherp van de snede tussen aanbidding en verguizing. Deze overeenkomst heeft nog een andere kant: hun arbeidsrechtelijke positie heeft veel weg van slavernij. Dat althans is de stelling van de medestanders van de Belgische middenvelder Jean-Marc Bosmans. Deze vecht voor het Europese Hof van Justitie in Luxemburg het transfersysteem aan waarbij spelers worden gerekend tot het bedrijfskapitaal van de club, met als gevolg een vaak forse opslag wanneer een speler van werkgever wil veranderen.

Slavernij is sterk uitgedrukt; nooit waren sommige slaven zo welvarend en vaak zo bereid zelf mee te doen aan het aan de gang houden van de carrousel. Toch is het transfersysteem met enige reden betiteld als “een reliek van de Middeleeuwen” - een moderne vorm van horigheid. Neem Bosman, geen talent van wereldklasse, dat zijn eigen eisen kan stellen. Zijn club, Luik, kondigde hem eerst een salarisvermindering aan en zette een hoge premie op zijn hoofd toen hij - niet onbegrijpelijk - naar een andere werkgever uitzag. Dergelijke manoeuvres geven het transfersysteem zijn slechte naam.

Er is natuurlijk wat voor te zeggen dat een club iets terugziet van de investeringen die het doet in het kweken of koesteren van talent. Vooral voor kleinere clubs is de transfermarkt een belangrijk middel om overeind te blijven in het toenemende commerciële geweld. Maar er is geen reden de aanspraak op een billijke vergoeding gelijk te stellen met een arbitrair veto op individuele ontplooiing en dat ook nog eens collectief - door de nationale voetbalbond - te sanctioneren.

VOOR VERSTORING van de arbeidsmarkt is al helemaal geen reden nu de voetbalwereld zelf graag de dynamiek van de vrije markt predikt als het gaat om de uitzendrechten van sportevenementen door de media. De bedragen die daar tegenwoordig worden binnengehaald, zijn zo groot dat men niet moet komen aanzetten met het argument dat het transfersysteem onontbeerlijk is voor de financiële overleving van de clubs. Het transfersysteem is veeleer een uiting van een gedachte die men in de georganiseerde sportwereld wel vaker tegenkomt, namelijk dat de interne verhoudingen een normatief reservaat vormen dat verregaand onttrokken is aan externe toetsing. Deze misvatting wordt nu voor het Luxemburgse Hof hopelijk recht gezet.