Meeste AOW'ers hebben aanvullende inkomsten

DEN HAAG, 22 JUNI. Driekwart van de AOW'ers heeft aanvullende inkomsten van meer dan 400 gulden per maand. Dit blijkt uit cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vanochtend heeft bekend gemaakt.

Vaak gaat het bij aanvullende inkomsten, bovenop de AOW, volgens het CBS om “substantiële bedragen”. Zo ontvangen AOW-echtparen naast hun AOW gemiddeld meer dan 1400 gulden bruto per maand aan aanvullend pensioen en daarboven gemiddeld ook nog eens ruim 700 gulden per maand aan andere inkomsten (huursubsidie, loon, inkomsten uit vermogen). Ook de AOW-echtparen die niet over aanvullend pensioen beschikken, hebben naast hun AOW gemiddeld 1875 gulden aan aanvullende inkomsten. Dit betreft hoofdzakelijk inkomsten uit vermogen en loon. Gemiddeld ligt het besteedbaar inkomen van de alleenstaande AOW-ers zeventig procent en van de echtparen waarvan beide partners AOW hebben, zelfs tachtig procent boven de netto AOW.

Eén op de vijf huishoudens ontvangt AOW. Het gaat om iets minder dan 1,3 miljoen huishoudens. Het CBS heeft deze cijfers ontleend aan de administratie van de belastingdienst over 1992. In driekwart van de AOW-huishoudens, zo blijkt, komt naast AOW nog een aanvullend pensioen binnen. Ruim de helft beschikt ook nog over inkomsten uit vermogen en ruim een kwart ontvangt huursubsidie. Bij 80-plussers komt een aanvullend pensioen in iets minder dan zeventig procent van de gevallen voor. Van de huishoudens waarvan het hoofd 65-74 jaar is, heeft ruim tachtig procent een aanvullend pensioen. Van de 1.288.000 huishoudens waar AOW binnenkomt hebben er 437.000 een aanvullend inkomen van 2.000 gulden of meer per maand, 222.000 hebben een aanvullend inkomen tussen 1.000 en 2.000 gulden en 315.000 een extra inkomen tussen 400 en 1.000 gulden bruto per maand.