'Maak moskeeën van lege kerken'

UTRECHT, 22 JUNI. Nederlandse kerkgenootschappen zouden vaker bereid moeten zijn leegstaande kerkgebouwen te verkopen aan moslims. De bestemming tot moskee is gunstiger voor het voortbestaan van een monumentale kerk dan andere bestemmingen zoals woningen, kantoren, winkels en sociëteiten, zei de schrijfster en journaliste Tessel Pollmann in Utrecht bij de presentatie van haar boek 'Herbestemming van Kerken'.

Moslims in Nederland slagen er nu vaak niet in kerken te kopen. Vooral de rooms-katholieke kerk is terughoudend bij het verkopen van niet meer gebruikte kerkgebouwen aan moslims. Volgens Pollmann wijst de huidige praktijk van hergebruik echter uit dat de meeste vormen daarvan niet rendabel zijn en daardoor het voortbestaan van de gebouwen in gevaar brengen. “Zonder steun van buitenaf, van de overheid of van anderen, lijkt een aantal kerken ten dode opgeschreven.” Moskeeën zoals in de voormalige Emmauskerk in Utrecht en in de vroegere gereformeerde kerk in de Rotterdamse Duynstraat functioneren daarentegen goed, mede dankzij de grote betrokkenheid van de gelovige moslims.

Voorzitter J. Klok van de Commissie kerkelijke gebouwen van het Interkerkelijk contact in Overheidszaken (CIO-K) is een voorstander van het behoud van de eredienst in overbodig geworden kerkgebouwen. Hij vindt dat vooral de politiek zich veel meer het lot van deze monumentale kerken in de binnensteden zou moeten aantrekken. De rijksgelden voor monumentenzorg zijn volgens Klok 'dramatisch' verlaagd en ook wordt het steeds moeilijker van fondsen en bedrijven gelden los te krijgen. Klok wees er op dat het beeld dat de leegstand van kerken in Nederland toeneemt onjuist is. Zo heeft de rooms-katholieke kerk van 1973 tot 1993 weliswaar 125 kerkgebouwen gesloten, maar tegelijkertijd 130 nieuwe kerken in gebruik genomen.

Uit het boek van Pollmann blijkt dat veel kerken die een andere functie hebben gekregen, een marginaal bestaan leiden. Pollmann noemt de Pieterskerk in Leiden die geldt als een schoolvoorbeeld van een kerkgebouw met een multifunctioneel gebruik voor rommelmarkten, promotiediners, tentamens, studentenfeesten, lezingen en concerten. Maar de financiële basis is wankel. De beherende stichting schreef in het jaarverslag van 1993: “Het einde van de stichting heeft altijd als het zwaard van Damocles boven de jaarcijfers gehangen.”

Pollmann neemt geen blad voor de mond als het gaat om de beoordeling van herinrichtingen. De ondertitel van het boek luidt 'Een ontnuchterend relaas'. De herbestemming van de Broederenkerk in Zutphen tot openbare bibliotheek noemt ze schriel vormgegeven en zal zonder nadere ingrepen nooit behoorlijk kunnen functioneren. Wel een succes, zij het niet rendabel, is volgens Pollmann de verbouwing voor 13,5 miljoen gulden van de kerk van De heilige Maagd in Bergen op Zoom tot schouwburg. Architect Onno Greiner kreeg er de Brabantse Monumentenprijs 1994 voor. Ook goed verlopen is de herbestemming in 1990 van de Christus Verrijzenis kerk in Wageningen uit de jaren zestig tot een rouwcentrum.

Pollmann meent dat eigenaren van leegstaande kerken meer gedegen onderzoek zouden moeten doen alvorens de vaak emotionele of door omstandigheden gedwongen keuze voor een herbestemming te maken. Ook zou zorgvuldiger moeten worden geluisterd naar bezwaren tegen de vestiging van supermarkten zoals in de Nieuwkerk in Dordrecht en een discotheek zoals in de Bonifatiuskerk, eveneens in Dordrecht. “Intensief gebruik is de ondergang van de vloeren en de daarin aangebrachte grafzerken”, aldus Pollmann.