Lobbyen voor een honderd-dagenplan

Zwierig glijdt het jongste lid van de Nederlandse diplomatieke dienst het etablissement op rollerskates binnen. 'Gaat even snel als fietsen', aldus de 23-jarige student maatschappijgeschiedenis Jan Vos uit Rotterdam. Vorig jaar werd hij geselecteerd als jongerenvertegenwoordiger bij de Verenigde Naties. Komende maand neemt hij afscheid om plaats te maken voor een nieuwe jongere-gedelegeerde.

Terugkijkend zegt Vos: 'De Verenigde Naties hebben eigenlijk bitter weinig voor de jongeren gedaan. De plannen staan vol normen, daden vind je nauwelijks. Jongeren worden door de VN niet serieus genomen!'

Vos verruilde het afgelopen najaar zijn slonzige outfit voor een net pak en stapte op het vliegtuig naar New York. 'Tien, twaalf uur per dag vergaderen, keihard lobbyen met vertegenwoordigers uit alle landen en werken aan een resolutie over jongerenbeleid.' Hij nam deel aan de zittingen van de Algemene Vergadering en behandelde de VN-agenda voor het jongerenbeleid van dit jaar. Ook sprak hij de 184 VN-leden toe.

Vos, al jarenlang voorvechter van de rechten van jongeren, had zijn leerschool in de Rotterdamse universiteitsraad. Daarna zat hij bij de landelijke studentenvakbond LSVb. In die hoedanigheid was hij mede-organisator van de geruchtmakende demonstratie op 8 mei 1993 in Den Haag, die de politie met harde hand uit elkaar sloeg. Via een internationale studentenvereniging raakte de Rotterdammer uiteindelijk bij de Verenigde Naties verzeild. Vos: 'Ik vertrok uit Nederland met het idee: de VN werken niet, dat moet veranderen en ik ga dat regelen. Een heel naïeve gedachte, maar wel motiverend.'

In New York lobbyde Vos wekenlang voor een 'krachtige impuls' die de VN zouden moeten geven aan onderwijs in ontwikkelingslanden - een stokpaardje van de Rotterdammer. 'De wereld telt een miljard analfabeten. Daarvan is het grootste deel vrouw. In de leeftijdsgroep zes tot elf-jarigen zijn wereldwijd tweehonderd miljoen kinderen verstoken van onderwijs. Dat is niet alleen het gevolg van externe factoren zoals onvoldoende faciliteiten, het heeft ook te maken met de gezinssituatie. Kinderen hebben vaak een economische verantwoordelijkheid jegens hun familie. Denk aan de Braziliaanse schoenpoetsertjes of de jeugdige wevers in India. Het gezin heeft hun loon broodnodig.'

Gratis

In navolging van de Zuidafrikaanse president Nelson Mandela stelde Vos de Algemene Vergadering voor 'een honderd dagen plan voor onderwijs en voedsel' op te stellen. 'De VN kunnen schoolbezoek bevorderen door zowel onderwijs als voedsel, de economische factor, gratis te verstrekken.' Gedurende zijn verblijf in New York hield Vos zich voornamelijk bezig met het opstellen van een resolutie voor het jongerenbeleid. Hij schreef dertig versies ('het moest op de komma nauwkeurig') en bepaalde de toon van de resolutie: geen woorden maar daden.

Van de zes speerpunten die de Rotterdammer bij zijn vertrek uit Nederland had meegenomen vonden er vijf hun weg naar de resolutie. Wellicht waren dat er vier geweest wanneer Vos zijn oren had laten hangen naar een aanbod van een hoge VN-ambtenaar direct onder secretaris-generaal Boutros Boutros-Ghali. 'Je laat je niet omkopen omdat je dan een evaluatie mag doen over het jongerenbeleid van de VN.' Met de aanname van de resolutie hebben de inmiddels 187 VN-leden afgesproken daar waar mogelijk jongerenorganisaties in hun land te steunen en onderwijsprogramma's op te zetten die aandacht besteden aan mensenrechten, milieuvraagstukken en culturele uitwisseling. Ook is Boutros Boutros-Ghali gevraagd aanbevelingen te doen over programma's die het schoolbezoek bevorderen.

'Het jaar 1985 was voor de VN het Internationale Jaar van de Jongere. In tien jaar tijd is weinig vooruitgang geboekt', relativeert Vos. 'Machthebbers zien jongeren nog steeds als een probleem.' Volgens de scheidende jongere-gedelegeerde staan de beelden van de Chinese Lente, april 1989, bij veel politici op het netvlies gebrand. De betogingen op het Plein van de Hemelse Vrede en de steeds luidere roep om het aftreden van de Chinese leider Li Peng waren voor velen een schrikbeeld. De officiële partijkranten in China bestempelden de demonstratie als een 'contrarevolutie'.

'Nog steeds worden jongeren als een tegenbeweging gezien', zegt Vos. 'Het wordt tijd dat de politieke machthebbers en de VN zich realiseren dat jongeren niet het probleem zijn, maar de oplossing. Betrek bij beleid, neem ze serieus, laat ze verantwoordelijkheid dragen. Maar dat kan alleen als jongeren weten wat er om hen heen gebeurt, besef hebben van hoe een samenleving zich heeft ontwikkeld. Daarom is onderwijs zo belangrijk.'

'Ik vertrok uit Nederland met het idee: de VN werken niet, dat moet veranderen en ik ga dat regelen. Een naïeve gedachte, maar wel motiverend.'