'Lagere premie voor arbeidsongeschiktheid'

DEN HAAG, 22 JUNI. De premies die werknemers en werkgevers voor arbeidsongeschiktheid betalen (WAO en AAW), kunnen volgend jaar flink omlaag. Volgens het Tica (Tijdelijk instituut voor coördinatie en afstemming) kan de WAO-premie in 1996 dalen van 9,4 procent naar 8,2 en de AAW-premie (die onderdeel is van het laagste belastingtarief) van 6,3 naar 5,9 procent. De landelijke WW-premie kan volgens het Tica omlaag van 4,4 naar 4 procent.

Het Tica is het instituut dat de fondsen beheert waarin de premies worden gestort om de uitkeringen te kunnen betalen. De feitelijke vaststelling van de premies is overigens een zaak van de minister van sociale zaken en werkgelegenheid, die dat gewoonlijk tegen het eind van het jaar doet.

De daling van de WAO- en AAW-premies wordt mogelijk doordat het aantal arbeidsongeschikten terugloopt. In 1994 kregen nog 894.000 mensen een uitkering wegens arbeidsongeschiktheid, dit jaar naar schatting 856.000 en in 1996 823.000.

De WW-premie had verder kunnen dalen als dat het Algemeen Werkloosheidsfonds niet nog voor het einde van dit jaar een vermogenstekort van ongeveer 3 miljard gulden had moeten wegwerken. In 1994 is de WW-premie lager vastgesteld dan feitelijk nodig was om de uitkeringen te kunnen betalen.

De daling van de WW-premie is gebaseerd op ramingen van het Centraal Planbureau over de werkloosheid. Verder komen werklozen minder snel ten laste van het landelijke fonds, pas na dertien weken in plaats van acht. In de eerste periode krijgen zij een uitkering waarvan de premies per bedrijfstak worden opgebracht.