Lachgas weg bij wervelbedverbranding

Wervelbedverbranding is een betrekkelijk nieuwe techniek om energie uit steenkool op te wekken met minder uitstoot van schadelijke stikstofoxiden (NO). Toch blijken bij wervelbedverbranding onbedoeld aanmerkelijke hoeveelheden lachgas (NO) in de atmosfeer vrij te komen. Onderzoekers aan de TU Delft hopen dit lachgasprobleem op te lossen. Ze maken gebruik van katalysatoren om lachgas (NO) om te zetten in onschadelijk stikstof (N) en zuurstof (O).

Om de vorming van NO te verminderen, kan men het beste de verbrandingstemperatuur omlaag brengen. Bij wervelbedverbranding van steenkool gebeurt dat ook. Dit proces speelt zich bij lagere temperatuur (circa 850 graden) af om de NO uitstoot te verminderen. Bovendien blijkt die temperatuur ook gunstig om zwavelverbinderingen te verwijderen. Wèl wordt er dan meer lachgas gevormd. Stikstofoxiden zijn berucht vanwege hun bijdrage aan de zure regen, maar ook de vorming van lachgas is ongewenst, omdat het het broeikaseffect versterkt. Lachgas heeft in de atmosfeer een levensduur van zo'n 150 jaar. Als elektriciteitsmaatschappijen in de toekomst op grote schaal overschakelen op wervelbedverbranding, kan lachgas een serieus milieuprobleem worden.

Chemische Technologen van de TU Delft hebben in voorlopige proeven aangetoond, dat men het vrijkomende lachgas kan neutraliseren door gebruik te maken van kalksteen of andere calciumhoudende materialen. Bij lagere temperaturen zijn er meer mogelijkheden, zoals mengoxyden en aan zeoliet gebonden katalysatoren.

Lachgas is, langs katalytische weg, eenvoudiger af te breken dan NO. Bovendien is zo'n katalysator eenvoudig bij bestaande installaties in te bouwen, wat uiteraard veel goedkoper is dan het ontwerpen van een geheel nieuwe installatie. Niet alleen elektriciteitsmaatschappijen, maar ook andere industrieën waarbij lachgas vrijkomt, zoals de nylonproducenten, kunnen van deze methode gebruik maken.